Toegenomen percentages borstgevoede zuigelingen in Amsterdam

Onderzoek
M.F. van der Wal
G.A. de Jonge
H. Pauw-Plomp
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:1597-4
Abstract

Samenvatting

Doel

Bepalen van de prevalenties van borstvoeding in Amsterdam voor en na een actief borstvoedingsbeleid in Amsterdam vanaf 1993; onderzoeken van het verband tussen etnische afkomst en borstvoeding en van de redenen om te stoppen met borstvoeding.

Opzet

Retrospectief, descriptief.

Methode

In de periode 1998/’00 werd aan 1274 moeders bij 6 consultatiebureaus in Amsterdam gevraagd hoe zij hun zuigeling van 6-8 maanden vanaf de 1e levensweek hadden gevoed en wat de redenen waren om kunstvoeding te gaan geven. De borstvoedingspercentages werden vergeleken met die uit onderzoek in 1992/'93.

Resultaten

In de 1e levensweek gaf 87 van de vrouwen borstvoeding en op de leeftijd van 25 weken nog 30. Het percentage kinderen dat in 1998/’00 borstvoeding kreeg op de leeftijd van 15 weken was ten opzichte van 1992/'93 toegenomen van 36,4 tot 45,1. Een stijgend percentage borstgevoede zuigelingen werd ook voor elke etnische groep afzonderlijk aangetoond. Meer Turkse en Marokkaanse dan Nederlandse vrouwen startten met borstvoeding en zij hielden het even lang vol. Surinaamse vrouwen begonnen even vaak met borstvoeding als Nederlandse vrouwen, maar stopten eerder. De belangrijkste door moeders genoemde reden om te stoppen met borstvoeding was bezorgdheid dat het kind te weinig borstvoeding kreeg (44). Ook voor Nederlandse (139/411; 34), Surinaamse (63/129; 49), Marokkaanse (70/130; 54) en Turkse vrouwen (42/67; 63) afzonderlijk was dit de belangrijkste gemelde reden.

Conclusie

Een actief borstvoedingsbeleid in Amsterdam, gestart in 1993, ging gepaard met een toename van het percentage borstgevoede zuigelingen, ook in niet-Nederlandse groepen. In de voorlichting moet meer aandacht worden besteed aan de bezorgdheid van de moeder over de hoeveelheid borstvoeding.

Auteursinformatie

GG&GD, afd. Epidemiologie, Gezondheidsbevordering en Documentatie, Postbus 2200, 1000 CE Amsterdam.

Dr.M.F.van der Wal, epidemioloog; mw.H.Pauw-Plomp, jeugdarts.

Dr.G.A.de Jonge, kinderarts, Oegstgeest.

Contact dr.M.F.van der Wal (mvdwal@gggd.amsterdam.nl)

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties