Veel spelers aan zet

Tijdig verwijzen voor predialyse

Opinie
Nynke D. Scherpbier-de Haan
Wim J.C. de Grauw
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2015;159:A9333
Abstract

Een verminderde nierfunctie komt veel voor. Een klein deel van de patiënten met verminderde nierfunctie zal eindstadium van nierfalen ontwikkelen. Als behandeling is gewenst, is tijdige verwijzing naar de nefroloog belangrijk voor voorlichting over de verschillende behandelopties, te weten preëmptieve niertransplantatie, hemodialyse of peritoneale dialyse. Ook is tijd nodig om – bij hemodialyse – een toegangsweg tot het vaatstelsel te realiseren.

Elders in dit tijdschrift wordt het onderwerp tijdige verwijzing onder de aandacht gebracht aan de hand van een observationele studie naar de samenhang tussen de duur van de predialysefase en de uitkomsten bij de patiënt.1 Patiënten met een korte predialyseduur, gedefinieerd als < 6 maanden, hadden een hogere mortaliteit dan degenen met een langere predialyseduur.

Bij deze studie zijn kanttekeningen te plaatsen en bovendien zijn de bevindingen niet nieuw. We onderschrijven echter het belang van dit onderwerp en grijpen het aan om de problematiek rond tijdige verwijzing in…

Auteursinformatie

Radboudumc, afd. Eerstelijnsgeneeskunde, Nijmegen.

Dr. N.D. Scherpbier-de Haan en dr. W.J.C. de Grauw, huisartsen.

Contact dr. N.D. Scherpbier-de Haan (nynke.scherpbier-dehaan@radboudumc.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning voor dit artikel: de auteurs ontvingen een onderzoeksubsidie van de Nierstichting Nederland.

Auteur Belangenverstrengeling
Nynke D. Scherpbier-de Haan ICMJE-formulier
Wim J.C. de Grauw ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Reactie op commentaar Scherpbier en de Grauw NTvG

(Deze reactie wordt ondertekend door alle auteurs van het artikel: NTvG 2015;159;A8063)

In hun commentaar onderschrijven Scherpbier en de Grauw het belang van een tijdige verwijzing naar de nefroloog in het kader van pre-dialyse. Terecht zetten zij kanttekeningen bij onze studie opzet. In ons artikel (NTvG 2015;159;A8063) worden de beperkingen ook grotendeels besproken. Uiteraard is een prospectief gerandomiseerd onderzoek in deze klinische context niet mogelijk. Van belang is te vermelden dat de basiskarakteristieken van onze 2 cohorten vergelijkbaar waren. Beperkingen in studie opzet gelden overigens ook voor de studies opgenomen in de Cochrane-review. Veelal wordt in deze studies het probleem van acuut-op-chronische nierinsufficiëntie onvoldoende belicht. Overigens bleef in onze studie na correctie voor dit fenomeen de mortaliteit tussen de lange en korte pre-dialyse groep significant verschillend. Wij ondersteunen de  rol van de LTA ‘Chronische nierschade’ naast het belang van het ‘Op tijd in beeld zijn’ van een verminderde nierfunctie bij behandelaren. Graag vullen wij aan dat naast ‘iatrogene’ factoren zoals b.v. het starten van diuretica tevens de comorbiditeit een belangrijke rol speelt bij het fenomeen van acuut-op-chronische nierinsufficiëntie, zoals aanwezig in de vaak fragiele populatie met een eGFR<30 ml/min/1.73m2. Dit fenomeen komt in zowel de 1e als 2e lijn voor en is niet altijd te voorkomen. Een goede implementatie van de LTA ‘Chronische nierschade’ is naar onze mening afhankelijk van lokale initiatieven van nefrologen en of huisartsen.