Stoppen met roken: hoe jonger, hoe beter
Open

In het kort
12-08-2001
M. Kabos en S. Mahesh

Volgens recente cijfers rookt aan het eind van de brugklas 23 van de Nederlandse scholieren en aan het eind van de middelbare school zelfs 44 (jaarverslag 2000; www.stivoro.nl); dit gebruik ligt hoger dan bij de jeugd in ons omringende landen en ook hoger dan bij volwassen Nederlanders. De vraag hoe jongeren te motiveren niet te beginnen met roken of hoe hen er snel vanaf te krijgen houdt daarom veel onderzoekers bezig, vooral omdat adolescenten die eenmaal niet-rokend volwassen zijn geworden, dit meestal ook volhouden. Zo bleek in Finland een preventief middelbareschoolprogramma ook op lange termijn goede effecten te hebben.1

Adelman et al. onderzochten in Baltimore of een lesprogramma op een middelbare school effectief was om gemotiveerde jongeren van het roken af te brengen.2 De 74 jongeren die op het onderzoek afkwamen, werden gerandomiseerd verdeeld over een groep die deelnam aan een stoppen-met-rokencurriculum van 8 lessen, gespreid over 6 weken (n = 35), en een groep die alleen een informatiebrochure kreeg en na 3 maanden mee mocht doen met de lessen (n = 39). In de lessen werd onder andere aandacht besteed aan persoonlijke rookgewoonten, belemmeringen om te stoppen, strategieën voor staken, preventie van terugval en onthoudingsverschijnselen. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 16 jaar en zij rookten gemiddeld al meer dan 3 jaar. Of iemand gestopt was met roken werd vastgesteld op basis van zelfrapportage, meting van het CO-gehalte in de uitademingslucht en speekselcotinineconcentratie.

In de curriculumgroep had 82 geprobeerd van het roken af te komen, tegenover 54 in de andere groep. Direct na het lesprogramma bleek deze poging bij 59 van de curriculumgroep te zijn geslaagd; in de andere groep was dit bij 17; 10 en 20 weken na de lessen was 41 en 31 nog steeds gestopt. Aan het eind van het schooljaar was in totaal 27 gestopt (30 weken na het begin van het programma). De deelnemers hadden er ook meer vertrouwen in dat zij het roken konden laten.

Vergeleken met andere interventies haalden de auteurs een goed resultaat met het stoppercentage van 27. Gemiddeld wordt in de literatuur een stoppercentage opgegeven van circa 21 direct na een interventie, dat daalt tot gemiddeld 13 na 6 maanden. De auteurs concluderen dan ook terecht dat hun lesprogramma op een middelbare school goed werkt bij tieners. Gezien het hoge percentage rokers onder de Nederlandse jeugd en het marketinggeweld dat de tabaksindustrie op deze doelgroep loslaat, verdient dit onderzoek serieuze belangstelling van allen die betrokken zijn bij de volksgezondheid in ons land, temeer daar slechts 34 van de Nederlandse jongeren bevestigend antwoordde op de vraag of er bij hen in de klas het afgelopen jaar aandacht aan roken was besteed (www.stivoro.nl).

Literatuur

  1. Vartiainen E, Paavola M, McAlister A, Puska P.Fifteen-year follow-up of smoking prevention effects in the North Kareliayouth project. Am J Public Health 1998;88:81-5.

  2. Adelman WP, Duggan AK, Hauptman P, Joffe A.Effectiveness of a high school smoking cessation program(http://www.pediatrics.org/cgi/content/full/107/4/e50). Pediatrics2001;107:4.)