Stoppen met roken

Opinie
W. Everaerd
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1990;134:1484-5
Download PDF

Zie ook de artikelen op bl. 1495, 1499 en 1502.

Informatie over roken wordt ons op verschillende manieren aangereikt. De pro-roken-lobby plaatst advertenties, waaruit we het volgende leren: ‘Bijna vier van de tien volwassenen roken. Omdat ze het lekker vinden. En gezellig’. Voor een anti-roken-clip op de televisie gebruikte men in de Verenigde Staten onlangs de volgende tekst: ‘Dagelijks stoppen drieduizend mensen met roken. Tweeduizend doen dat omdat ze het willen, duizend omdat ze dood gaan en het niet meer kunnen willen’. Uit de in dit tijdschriftnummer gepubliceerde onderzoekingen naar het roken van artsen blijkt dat in Nederland het percentage rokers onder artsen ongeveer gelijk is aan het percentage rokers in de bevolking. Jongere artsen roken minder dan oudere, en steeds blijken de vrouwelijke minder te roken dan de mannelijke. De rokers neigen er toe om negatieve informatie over roken af te weren, terwijl de niet-rokers actiever optreden tegenover patiënten. In twee van de drie artikelen wordt opgemerkt dat artsen eerder zullen adviseren met roken te stoppen als zij een aanpak kennen die effectief is. Daarnaast denken veel artsen (44 en 75 in de artikelen) dat de meeste mensen met roken kunnen stoppen als ze dat zelf willen. De rokers onder de artsen zeggen dat zij roken omdat het lekker en gezellig is. Zowel rokers als niet-rokers menen dat roken schadelijk is voor de gezondheid. De tegenstrijdige boodschappen over roken in de media vinden we terug in de meningen van de ondervraagde artsen.

Waarom beginnen mensen met roken en waarom gaan zij ermee door, terwijl ze redelijk goed weten wat de schadelijke gevolgen zijn? En waarom slagen zo weinig mensen die graag met roken willen ophouden daar in het algemeen zo slecht in? Om een antwoord te vinden op deze vragen beginnen we met enkele feiten over de sociale omgeving, die in Nederland voor rokers nog steeds zeer permissief is. Daarna bespreken we enkele individuele redenen voor roken en methoden om het roken te reduceren of te stoppen.

De feiten over roken in Nederland zijn indringend beschreven.1 Roken is (nog steeds) de norm. Met speciale borden wordt aangegeven waar roken verboden is. Het tegenovergestelde doen we als gedrag slechts onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan, zoals bij borden die aangeven waar een openbaar toilet is. Sigaretten kunnen in Nederland vrijwel overal gekocht worden, zelfs in gelegenheden waar niet gerookt mag worden. Elke situatie wordt aangegrepen om het roken te stimuleren via advertenties of publikatieborden. De tabaksindustrie probeert sinds een aantal jaren de sociale norm over roken te beïnvloeden (‘Gewoon roken. Hou 't gezellig’). Ophouden met roken wordt zo in Nederland niet gemakkelijk gemaakt.

Een ingewikkeld samenspel van farmacologische en psychologische factoren bepaalt het individuele rookgedrag. De farmacologische effecten van nicotine werken op twee wijzen als bekrachtigers van rookgedrag. Nicotine werkt als een positieve bekrachtiger omdat het de activiteit van het centrale ‘beloningssysteem’ in de hersenen activeert. Het werkt ook als een negatieve bekrachtiger, omdat het de vervelende symptomen als gevolg van het onttrekken van nicotine opheft.2 Psychologische effecten hangen grotendeels samen met de farmacologische effecten. Rokers ervaren het roken als een bijdrage aan hun welbevinden, het geeft een plezierig gevoel en het kan negatieve gevoelens verminderen. Het subjectieve gevoel van rokers kon objectief worden bevestigd voor de effecten van roken op ontspanning. Voor andere subjectieve effecten, zoals betere prestaties, lijkt er eerder sprake te zijn van een illusie.12 De verslaving aan de farmacologische effecten van tabak gaat waarschijnlijk gepaard met zeer uiteenlopende individuele motivationele en situationele factoren. Dat wil zeggen dat roken zeer veel en uiteenlopende functies kan hebben voor het individu. In feite begrijpen we hier nog weinig van. Er is ook niet veel onderzoek verricht op dit gebied.2

Stoppen of minderen met roken is een moeizaam proces. Net als bij andere verslavingen zijn er ook bij roken veel pogingen tot gedragsverandering ondernomen. Meestal wordt uitgegaan van een bepaalde opvatting over de effecten van roken of over het gedrag van de roker. In het algemeen komt dit er op neer dat men farmacologische en psychologische effecten probeert te imiteren, zodat de roker geen tabak meer nodig heeft om de effecten te bereiken. Daarnaast worden pogingen gedaan om de roker te leren zijn ongewenste gedrag te beheersen. De effecten zijn te imiteren door het gebruik van nicotinekauwgum, gedrag dat hetzelfde effect bewerkstelligt als roken (bijvoorbeeld ontspanning of juist stimulatie – door te wandelen), stressmanagementtechnieken en door sociale steun om moeilijke situaties aan te kunnen. De roker dient ook anders om te gaan met gedachten, signalen of situaties die tot dan toe aanleiding waren om te gaan roken. De roker moet deze momenten leren opmerken om vervolgens in plaats van te roken iets anders te doen.

De ervaring leert dat men met een enkelvoudige interventie meestal weinig greep krijgt op het rookgedrag.2 Alleen het gebruik van nicotinekauwgum, alleen het doen van ontspanningsoefeningen of alleen het leren omgaan met stress blijken onvoldoende. Tegenwoordig worden combinaties van interventies gebruikt om tegemoet te komen aan de vele functies die roken voor het individu kan hebben. Deze programma's blijken op zeer korte termijn redelijk succesvol te zijn, de enorme terugval na enige tijd blijft echter een groot probleem.12 Onderzoekers op het gebied van het veranderen van rookgedrag vinden de resultaten van hun inspanningen hoopgevend. Zij nuanceren deze uitspraak meestal door de toevoeging: maar nog niet indrukwekkend.

Twee onderwerpen springen in het oog als men zich afvraagt hoe dit nu verder moet. Allereerst moet er meer kennis verzameld worden over wat roken precies voor individuele mensen betekent. We zouden beter moeten weten hoe de samenhang is tussen objectieve redenen om te roken en de subjectieve redenen van het individu. Anti-rook-programma's proberen immers met de vele functies die roken voor individuen heeft rekening te houden, terwijl we nog weinig over die functies weten. Subjectief ervaren druk om met roken te stoppen draagt het meeste bij tot het voornemen om te stoppen en om de tabakconsumptie daadwerkelijk te verminderen.1 Subjectief ervaren druk ontstaat door ervaren lichamelijke klachten, door adviezen om te stoppen van de partner, familieleden, dokters, vrienden en door anti-rook-reclame. Het is alleen werkzaam als de druk duidelijk aanwezig is en blijft. Lichamelijke klachten verminderen of verdwijnen als iemand zijn gedrag wijzigt en zijn dan niet langer een reden om niet te roken. De sociale druk in Nederland is gewoonlijk laag. Artsen kunnen in belangrijke mate bijdragen om deze druk te rechtvaardigen, op te voeren en in stand te houden. Het is een eenvoudig middel en waarschijnlijk het meest effectieve op dit moment.

Het tweede onderwerp waarover onduidelijkheid bestaat, is de enorme terugval na aanvankelijk stoppen met roken. De laatste jaren is er meer belangstelling gegroeid voor onderzoek naar dit aspect van de behandeling van verslaving. Veel spectaculairs valt er nog niet te melden. Wel is duidelijk dat veel verslaafde mensen de gedragsverandering niet kunnen volhouden. Vooral in situaties waarin zich negatieve emoties voordoen, zoals stress, depressie en angst, komt veel terugval voor. Opvallend is dat er tal van situaties zijn waarbij mensen even ‘in de fout’ gaan. Dit resulteert meestal niet in terugval, wat bij negatieve emoties wel het geval is.3 Sociale steun lijkt een aangewezen middel om hulp te bieden bij deze problemen. Begrip voor de emotionele problemen en ondersteuning van het volhouden lijken daarbij effectief.3

De meeste artsen vinden dat zij een rol moeten spelen in de preventie en het verminderen van roken. Er is op dit moment geen eenvoudig toepasbaar en onmiddellijk effectief middel om mensen daarbij te helpen. Niet alle mensen zijn in staat om te stoppen als zij dat zelf willen, nog minder mensen zijn in staat om dat in hun eentje vol te houden. Artsen kunnen helpen door te informeren en intolerant te zijn ten aanzien van roken. Als mensen pogen op te houden, behoeven ze een helpende hand; voor de meeste stoppers blijft het immers vallen en opsteken, terwijl ze moeten opstaan.

Literatuur
  1. Breteler MHM. Smoking cessation: some determinants ofmotivation and success. Nijmegen: Katholieke Universiteit, 1988.

  2. Best JA, Wainwright PE, Mills DE, Kirkland SA.Biobehavioral approaches to smoking control. In: Linden W, ed. Biologicalbarriers in behavioral medicine. New York: Plenum Press, 1988:63-100.

  3. Brownell KD, Lichtenstein E, Marlatt GA, Wilson GT.Understanding and preventing relapse. In: Linden W, ed. Biological barriersin behavioral medicine. New York: Plenum Press, 1988:281-320.

Auteursinformatie

Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Psychologie, vakgroep Klinische Psychologie, Weesperplein 8, 1018 XA Amsterdam.

Prof. dr.W.Everaerd, klinisch psycholoog.

Gerelateerde artikelen

Reacties