Slecht rekenen door ijzergebrek?

Klinische praktijk
L.W.A. van Suijlekom-Smit
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:2504
Download PDF

IJzergebrek is op de kinderleeftijd niet zeldzaam, met name op de peuterleeftijd en bij meisjes tijdens de puberteit, vooral als de ijzerinname onvoldoende is om aan de grote behoefte door snelle groei en bloedverlies tijdens de menstruaties te voldoen. IJzergebrek heeft behalve anemie vele andere consequenties. Verminderd psychomotorisch functioneren, ook zonder anemie, is goed gedocumenteerd bij het jonge kind.

Halterman et al. onderzochten het cognitief functioneren bij schoolkinderen en adolescenten met ijzergebrek met en zonder manifeste anemie.1 Gebruikt werden de gegevens van 6-16-jarigen (n = 5398) uit de ‘National health and nutrition examination survey’, die van 1988-1994 werd uitgevoerd in een grote, voor de VS representatieve onderzoekspopulatie. Beschikbaar waren demografische en sociaal-economische gegevens van het gezin en een tweetal gestandaardiseerde cognitieve-functietests. De ijzerstatus werd bepaald met behulp van transferrine, erytrocytenprotoporfyrine en ferritine, waarbij ijzergebrek werd gedefinieerd als een verlaagde concentratie van tenminste twee van deze parameters.

Bij 3 van de kinderen werd ijzergebrek veelal zonder anemie (hemoglobine: kleiner dan het 5e percentiel van de normaalwaarden naar leeftijd) vastgesteld; het frequentst bij meisjes van 12-16 jaar (8,7 ijzergebrek; bij 1,5 tevens anemie). Er waren prevalentieverschillen in de verschillende raciale groepen en een grotere prevalentie bij kinderen met een lagere sociaal-economische status.

De kinderen met ijzergebrek met en zonder anemie scoorden lager op de rekentests (86,4 en 87,4 versus 93,7); na adjusteren voor een aantal confounders bleek de kans onder gemiddeld te scoren 2 maal zo hoog (oddsratio 2,3; 95-BI: 1,1-1,4). Op de andere domeinen van de functietests werden echter geen consistente verschillen gevonden tussen de kinderen met en zonder ijzergebrek.

Diverse biologische mechanismen zijn ter verklaring van genoemd fenomeen beschreven. Door de opzet van dit dwarsdoorsnedeonderzoek, met retrospectieve analyse van beschikbare gegevens met een beperkt aantal cognitieve-functietests, kan een causale relatie niet hard gemaakt worden. Uit andere studies blijkt wel dat bij het behandelen van ijzergebrek het cognitieve functioneren kan verbeteren. De conclusie van de auteurs dat screening en preventie zeker bij risicogroepen gerechtvaardigd is, moet door prospectief onderzoek met uitgebreidere cognitieve functietesten onderbouwd worden.

Literatuur
  1. Halterman JS, Kaczorowski JM, Aligne CA, Auinger P,Szilagyi P. Iron deficiency and cognitive achievement among school-agedchildren and adolescents in the United States. Pediatrics2001;107:1381-6.

Gerelateerde artikelen

Reacties