Secundaire preventie van coronaire hartziekte

Resultaten van Euroaspire IV
Onderzoek
Marjolein Snaterse
Sharif Khatibi
Wilma J.M. Scholte op Reimer
Ron J.G. Peters
Yongzhao Feng
Jaap W. Deckers
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2017;161:D643
Abstract

Samenvatting

Doel

Secundaire preventie is een belangrijk onderdeel van cardiovasculair risicomanagement. In het kader van European Action on Secondary Prevention by Intervention to Reduce Events (Euroaspire) worden sinds 1996 cardiovasculaire risicofactoren en hun behandeling periodiek geïnventariseerd bij patiënten met een coronaire hartziekte.

Opzet

Retrospectief onderzoek van achtereenvolgens opgenomen patiënten met een coronaire hartziekte.

Methode

In de regio’s Rijnmond en Amsterdam zijn in 2012-2013 de belangrijkste cardiovasculaire risicofactoren en hun behandeling op gestandaardiseerde wijze onderzocht bij patiënten die waren opgenomen na een eerste hartinfarct of instabiele coronaire revascularisatie. Het onderzoek werd gemiddeld 18 maanden na de opname verricht. Bij patiënten zonder bekende diabetes mellitus werd een orale glucosetolerantietest uitgevoerd.

Resultaten

We onderzochten 498 patiënten. De gemiddelde BMI was 28 kg/m2, bijna 75% had een BMI ≥ 25 kg/m2 en 29% had een BMI ≥ 30 kg/m2. Het gemiddelde van het totaal cholesterol was 4,4 mmol/l. Van de deelnemers rookte 16% en had 20% diabetes mellitus; de orale glucosetolerantietest leidde bij slechts 1% tot een nieuwe diagnose. Verreweg de meeste deelnemers (91%) gebruikten antihypertensiva, iets meer dan de helft gebruikte 2 of meer middelen. Desondanks had de helft van de patiënten hypertensie.

Conclusie

Van de cardiovasculaire risicofactoren bij hartpatiënten is het roken in de afgelopen 20 jaar gehalveerd. De secundair preventieve medicatie is in die periode gestegen tot een stabiel hoog niveau. Bloeddruk en overgewicht blijven echter serieuze aandachtspunten. Vooral de behandeling van hypertensie behoeft verbetering, bijvoorbeeld door dosisverhoging of combinatie van antihypertensiva. Routinematige orale glucosetolerantietests bij hartpatiënten zijn niet zinvol.

Auteursinformatie

Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam School of Health Professions.

M. Snaterse, MSc, en prof.dr. Wilma J.M. Scholte op Reimer, verpleegkundigen.

Amphia Ziekenhuis, afd. Cardiologie, Breda.

S. Khatibi, arts.

Academisch Medisch Centrum, afd. Cardiologie, Amsterdam.

Prof.dr. R.J.G. Peters, cardioloog.

Erasmus MC, afd. Cardiologie, Rotterdam.

Y. Feng, arts; prof.dr. Jaap W. Deckers, cardioloog.

Contactpersoon: prof.dr. J.W. Deckers (j.deckers@erasmusmc.nl).

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Marjolein Snaterse ICMJE-formulier
Sharif Khatibi ICMJE-formulier
Wilma J.M. Scholte op Reimer ICMJE-formulier
Ron J.G. Peters ICMJE-formulier
Yongzhao Feng ICMJE-formulier
Jaap W. Deckers ICMJE-formulier

Reacties