Schatting van de aantallen tonsillectomieën en adenotomieën bij kinderen

Onderzoek
D. Hoogendoorn
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1988;132:913-5
Abstract
Download PDF

Samenvatting

De aantallen van tonsillectomieën en van adenotomieën dalen in ons land drastisch. Het lijkt waarschijnlijk dat dit niet uitsluitend wordt veroorzaakt door een terughoudender instelling van de artsen, maar dat ook de kansen op infectie voor het kind kleiner worden.

Inleiding

Zie ook de artikelen op bl. 906, 919 en 923.

Tot voor enkele jaren was het niet goed mogelijk een enigszins betrouwbare indruk te krijgen van de aantallen tonsillectomieën en adenotomieën die jaarlijks in Nederland plaatsvinden. De registratie van medische gegevens uit ziekenhuizen legt uitsluitend het aantal klinisch verrichte ingrepen vast en weet dus niets van de poliklinische. Sinds 1974 echter verzamelt de Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen gegevens over alle operaties, die bij ziekenfondsverzekerden zijn verricht en zij maakt daarbij onderscheid tussen klinisch en poliklinisch verrichte ingrepen.1 Helaas hanteert men hierbij ten aanzien van patiënten die zowel een adenotomie als een tonsillectomie ondergingen, – hier aangeduid als tonsillec(adeno)tomie – een enigszins afwijkende groepering van leeftijden, namelijk 0-10-jarigen, 11-15-jarigen en 16-jarigen en ouderen, in plaats van de gebruikelijke indeling: 0-9, 10-14 en 15 jaar en ouder.

Uit tabel 1 blijkt dat adenotomieën en, voor zover het 0-9-jarige patiënten betreft, ook de tonsillec(adeno)tomieën na omstreeks 1980 steeds minder vaak klinisch en dus in toenemende mate poliklinisch worden verricht.

In het hieronder volgende hebben we het percentage poliklinisch behandelde 0-9-jarigen gelijkgesteld aan dat van de 0-10-jarigen en het percentage van de 10-14-jarigen aan dat van de 11-15-jarigen, wetend, dat we hiermee een kleine rekenfout introduceerden. Verder hebben we als werkbare hypothese aanvaard, dat ten aanzien van de percentages klinisch behandelde patiënten geen verschillen tussen jongens en meisjes bestaan.

De registratie van het Landelijk Informatiesysteem Ziekenfondsen (LISZ) heeft uiteraard slechts betrekking op het bevolkingsdeel, dat bij een ziekenfonds is aangesloten, en dat in de beschouwde periode 65 à 70 van de totale bevolking uitmaakte. Zolang niet anders is aangetoond, hebben we als juist verondersteld dat het percentage klinisch, resp. poliklinisch behandelde ziekenfondspatiënten niet belangrijk afwijkt van dat van de particulier verzekerden.

Onder bovenstaande veronderstellingen werd tabel 2 opgesteld: het jaarlijkse aantal tonsillectomieën, al of niet gepaard gaande met adenotomieën, per 10.000 van elk van de beide leeftijdsgroepen, naar geslacht. Ter verduidelijking diene het volgende voorbeeld. In 1975 werd 70,0 van de bij 0-9-jarige jongens uitgevoerde tonsillec(adeno)tomieën klinisch verricht. De landelijke medische registratie van gegevens uit ziekenhuizen (LMR) levert voor deze groep 37.384 ingrepen op. Indien dit aantal 70,0 vormt van het totale aantal bij 0-9-jarige jongens uitgevoerde tonsillec(adeno)tomieën, dan kan het totale aantal worden geschat op 10070 x 37.384 = 53.406. Dit betekent voor 1975 een frequentie van 468 per 10.000 aanwezige jongens van deze leeftijdsgroep. Dit getal vindt men terug in de tabel.

Tabel 2 laat zien dat de frequenties zowel bij jongens als bij meisjes zeer sterk dalen. De aantallen per 10.000 aanwezigen zijn in 1985 nog slechts ongeveer een derde van de frequenties in 1974. Ook als men aanneemt dat bij de hier verstrekte gegevens als gevolg van de bovenvermelde veronderstellingen een foutenmarge van enige betekenis moet worden geaccepteerd, zal de uitkomst, nl. een steile daling, niet kunnen worden weersproken.

Verder valt op dat bij de 0-9-jarigen steeds bij de jongens hogere cijfers worden gevonden, maar dat de 10-14-jarige meisjes ongeveer dubbel zo hoog scoren als jongens van dezelfde leeftijdsgroep.

Doordat met betrekking tot de adenotomieën (zonder gelijktijdige tonsillectomie) bij de ziekenfondsen geen verdeling naar leeftijdsgroep bekend is, konden de schattingen voor de 0-14-jarigen niet worden gesplitst in uitkomsten voor 0-9-jarigen en 10-14-jarigen. Uit tabel 3, waarin deze gegevens worden vermeld, blijkt opnieuw hoezeer de frequentie bij jongens die van de meisjes overtreft.

Tonsillectomieën en adenotomieën vormen te zamen de vaakst uitgevoerde operaties uit het codeboek.2 Met handhaving van de bovenvermelde restricties kan voor 1985 het aantal tonsillec(adeno)tomieën, resp. adenotomieën bij kinderen worden geschat op 29.300, resp. 21.800, totaal 51.100. In 1974 bedroegen deze aantallen resp. 108.300 en 20.800, totaal 129. 100. De hier vermelde totaalcijfers wijzen op een daling van 3683 per 10.000 kinderen in 1974 tot 1812 in 1985. Deze daling, die zich binnen een periode van 11 jaar voltrok ten aanzien van een zo vertrouwde ingreep, is een voorbeeld van de vele verschuivingen die zich tijdens de laatste jaren binnen de geneeskunde voltrekken.

De figuur toont voor de periode 1974-1985 het verloop per 10.000 jongens plus meisjes van 0-14 jaar. De daling van de lijn van tonsillec(adeno)tomie is duidelijk. De adenotomieën geven daarentegen van 1974 tot 1983 een lichte stijging te zien. Ze wordt door een steilere daling gevolgd. Dit verloop wekt de indruk dat een (betrekkelijk klein) deel van de daling van het aantal tonsillec(adeno)tomieën kan worden verklaard door een verschuiving te veronderstellen naar adenotomieën, althans tot 1983.

Beschouwing

De vraag rijst welke andere factoren de daling van de lijn van de tonsillec(adeno)tomieën hebben veroorzaakt. Men kan uiteraard denken aan een grotere terughoudendheid bij de artsen en misschien ook bij de bevolking. Ook dient de vraag te worden geopperd of er reden is te veronderstellen dat het aantal infecties dat tot tonsillectomie leidt, afneemt.

De kans op een infectie is afhankelijk van het aantal contacten. De difterie die van 1939-1947 ons land teisterde, bleek vooral slachtoffers te hebben gemaakt in dichtbevolkte en kinderrijke gebieden. Bovendien bleken de patiënten in deze regio's gemiddeld jonger te zijn dan elders.3 Het aantal nauwe contacten lijkt daarom een rol te hebben gespeeld.

Eerder is erop gewezen dat van 1968 tot 1975 een drastische daling te zien was van het aantal opnamen wegens acuut gewrichtsreuma en wegens acute glomerulonefritis.4 Deze opnamefrequenties blijken tussen 1975 en 1985 nogmaals te zijn gehalveerd. We hebben destijds de mogelijkheid aanwezig geacht, dat de micro-organismen die deze aandoeningen veroorzaken, op de terugtocht zijn als resultaat niet alleen van therapeutische, maar ook van maatschappelijke invloeden. Met het laatste werden het kleiner wordende gezin en de ruimere behuizing bedoeld. Dit zijn beide factoren, die de kans op infecties verkleinen.

Dergelijke invloeden kunnen ook worden verondersteld van belang te zijn bij het in dit artikel behandelde onderwerp. Het gemiddelde gezin is, ook na 1975, kleiner geworden en de woningtoestanden worden regelmatig beter.

De behandeling van de aandoeningen die adenotomie en (of) tonsillectomie nodig kunnen maken, is sinds de komst van de antibiotica sterk gewijzigd. Men mag aannemen dat de patiënten door deze thans vaak toegepaste behandeling sneller hun infectiositeit verliezen en daardoor minder kans hebben de betreffende micro-organismen op anderen over te brengen.

Literatuur
  1. Landelijk Informatiesysteem Ziekenfondsen. Jaarboeken1974-1985. Zeist: Vereniging van Nederlandse Ziekenfondsen.

  2. Stichting Medische Registratie. Classificatie vanoperaties voor de medische registratie in ziekenhuizen. Utrecht: StichtingInformatiecentrum voor de Gezondheidszorg, 1977.

  3. Hoogendoorn D. Over de diphtherie in Nederland.Epidemiologie en prophylaxe. Leiden: Stenfert Kroese, 1948.

  4. Hoogendoorn D. De sterk dalende morbiditeit en mortaliteitvan acuut gewrichtsreuma en van acute glomerulonefritis.Ned Tijdschr Geneeskd 1977; 121:1984-6.

Auteursinformatie

Landelijke Medische Registratie – Stichting Informatiecentrum voor de Gezondheidszorg, Utrecht.

Contact Dr.D.Hoogendoorn, Prins Bernhardlaan 11, 8131 DE Wijhe

Gerelateerde artikelen

Reacties