Samenvatting van de standaard 'Influenza en influenzavaccinatie' (eerste herziening) van het Nederlands Huisartsen Genootschap

Klinische praktijk
W. Opstelten
G.A. van Essen
J.R. van der Laan
R.M.M. Geijer
A.N. Goudswaard
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2116-9
Abstract
Download PDF

Samenvatting

- De eerste herziening van de standaard ‘Influenza en influenzavaccinatie’ van het Nederlands Huisartsen Genootschap bevat de nieuwe indicaties voor influenzavaccinatie.

- De belangrijkste wijzigingen daarin zijn: de leeftijdsgrens is verlaagd van 65 naar 60 jaar, de indicatie voor personen met furunculose en hun gezinsleden is vervallen en vaccinatie wordt aanbevolen aan werkers in de gezondheidszorg die veelvuldige en intensieve contacten met patiënten hebben.

- Influenzavaccinatie van gezondheidswerkers heeft als doel transmissie van het influenzavirus naar patiënten met een zeer hoog risico op complicaties van influenza te reduceren en het ziekteverzuim onder gezondheidswerkers te verminderen.

- Het gebruik van antivirale middelen wordt alleen overwogen bij personen met een zeer hoog risico op complicaties van influenza.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:2116-9

artikel

Zie ook de artikelen op bl. 2108, 2111, 2113 en 2138.

Onlangs publiceerde het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) de eerste herziening van de standaard ‘Influenza en influenzavaccinatie’ (www.nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_TICH_R2080501313161484).1 Een schematische samenvatting van de standaard staat in de figuren 1 en 2. Indien patiënten met een influenza-achtig ziektebeeld daarvoor een arts consulteren, zal dit meestal de huisarts zijn. Preventie en behandeling van influenza beperken zich echter niet tot de huisartsenpraktijk. In dit artikel bespreken wij de huidige standaard, met de nadruk op aanbevelingen die ook voor niet-huisartsen van belang kunnen zijn.

nieuwe doelgroepen voor influenzavaccinatie

De standaard bevat de nieuwe indicaties voor influenzavaccinatie. Deze gewijzigde indicatiestelling is grotendeels in overeenstemming met het recent uitgebrachte advies van de Gezondheidsraad (www.gr.nl/pdf.php?ID=1509&p=1), waarover eerder in dit tijdschrift werd gepubliceerd.2 3 De belangrijkste veranderingen zijn de verlaging van de leeftijdsgrens van 65 naar 60 jaar en de beëindiging van de indicatie voor personen met furunculose en hun gezinsleden. Ook wordt, conform de adviezen van de Gezondheidsraad en internationale adviezen, vaccinatie aanbevolen aan werkers in de gezondheidszorg die veelvuldig en intensief contact met patiënten hebben.4 5

influenzavaccinatie van gezondheidswerkers

Vaccinatie verlaagt de kans op influenza bij gezondheidswerkers, waardoor minder ziekteverzuim optreedt. Dit is vooral van belang tijdens een influenza-epidemie, waarbij de werkdruk van zorgverleners sterk verhoogd kan zijn. Daarnaast heeft vaccinatie tot doel de overdracht van het influenzavirus naar patiënten met een zeer hoog risico op complicaties van influenza te reduceren. Tot voor kort was het bewijs voor deze reductie door vaccinatie niet overtuigend.6 Een recent gerandomiseerd onderzoek in Britse verpleeghuizen liet echter een duidelijk effect zien: een vaccinatiegraad van gezondheidswerkers van 48 in de interventiegroep, versus 6 in de controlegroep, resulteerde tijdens een seizoen met matige influenza-activiteit in een afname van de totale sterfte onder merendeels gevaccineerde patiënten van 5 per 100 (95-BI: 2-7).7 Het aantal te vaccineren personeelsleden om het extra overlijden van 1 patiënt te voorkomen bedroeg 8 (95-BI: 6-20).

Voor zorgverleners in andere settings, waaronder die in huisartsenpraktijken, is de effectiviteit van deze interventie niet onderzocht. Omdat ook zij echter frequent direct contact hebben met patiënten met een zeer hoog risico op ernstige ziekte en sterfte door influenza, en vaccinatie van deze patiënten geen volledige bescherming biedt, wordt influenzavaccinatie ook voor hen aanbevolen.

antivirale middelen: zelden geïndiceerd

Het therapeutisch effect van antivirale middelen is zeer beperkt. Ze moeten zeer snel, in ieder geval binnen 48 h, na het begin van de ziekteverschijnselen toegepast worden om enig relevant effect te hebben in de vorm van ziekteduurverkorting; de verkorting bedraagt dan ongeveer 30 h. Bovendien zijn ze alleen werkzaam bij influenza. Bij een influenza-achtig ziektebeeld, dat vooral buiten een periode met een influenza-epidemie vaak door andere micro-organismen dan het influenzavirus wordt veroorzaakt, is de effectiviteit ervan veel lager. Voor behandeling zijn ze dan ook alleen te overwegen bij patiënten met een zeer hoog risico op complicaties, hoewel er voor deze patiëntengroep nauwelijks bewijs is voor effectiviteit op harde uitkomstmaten zoals sterfte.

Aan deze patiënten kunnen antivirale middelen ook als postexpositieprofylaxe gegeven worden, dat wil zeggen nadat het waarschijnlijke contact met een influenzapatiënt heeft plaatsgevonden. Ook voor dit preventieve effect is echter nauwelijks bewijs.

waakzaamheid bij influenza in verzorgingshuizen

Bij een influenza-uitbraak in een verzorgingshuis bestaat een grote kans op ontregeling van comorbide aandoeningen zoals diabetes mellitus en hartfalen. Patiënten kunnen dan voortijdig overlijden of ernstig zorgafhankelijk worden. Daarnaast kan ziekte van verzorgend personeel achterblijvende collega’s extra belasten. Daarom adviseert de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen in de richtlijn ‘Influenzapreventie in verpleeghuizen en verzorgingshuizen’ in een dergelijke situatie een aantal therapeutische en profylactische maatregelen voor bewoners en verzorgenden (www.artsenapotheker.nl/files/rl_influenza_2004.pdf).

Huisartsen hebben een functie bij het signaleren van influenza in een verzorgingshuis en de virologische bevestiging ervan. Omdat de individuele huisarts echter niet altijd een overzicht heeft van het vóórkomen van influenza in een verzorgingshuis, verdient het aanbeveling om de ziekte of het vermoeden ervan te melden bij de GGD. Deze instantie kan ook adviseren over diagnostiek en eventueel assisteren bij het uitvoeren van noodzakelijke maatregelen. Omdat bij de zorg in verzorgingshuizen doorgaans meerdere huisartsen betrokken zijn, is goede samenwerking met de directie van de instelling en de eventueel aanwezige consulent-verpleeghuisarts noodzakelijk.

centrale rol van de huisarts

De herziene NHG-standaard ‘Influenza en influenzavaccinatie’ is met de aanpassingen voor de indicaties voor vaccinatie en voor het gebruik van antivirale middelen in overeenstemming gebracht met internationale aanbevelingen. In samenhang met de NHG-standaard ‘Influenzapandemie’ (http://nhg.artsennet.nl/uri/?uri=AMGATE_6059_104_TICH_R190191273363736) is de centrale positie van de huisarts bij de behandeling en de preventie van influenza beschreven. Een goede samenwerking met andere beroepsgroepen, zoals bedrijfsartsen en verpleeghuisartsen, is daarbij onontbeerlijk.

Belangenconflict: W.Opstelten en G.A.van Essen waren lid van de Gezondheidsraadcommissie ‘Griepvaccinatie: herziening van de indicatiestelling’. Financiële ondersteuning: G.A.van Essen ontving vergoeding voor enige consultatieve activiteiten voor de European Scientific Working group on Influenza (ESWI), een wetenschappelijk onafhankelijke organisatie die door alle producenten van influenzavaccins en antivirale middelen gelijkelijk financieel ondersteund wordt.

Literatuur
  1. Essen GA van, Bueving HJ, Voordouw ACG, Berg HF, Laan JR van der, Lidth de Jeude CP van, et al. NHG-standaard Influenza en influenzavaccinatie. Huisarts Wet. 2008;51(4 Suppl):1-12.

  2. Jong JC de. Nieuwe doelgroepen voor influenzavaccinatie; advies van de Gezondheidsraad. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:2140-2.

  3. Hak E, Opstelten W, Looijmans-van den Akker I, Knottnerus JA. Griepvaccinatie bij ouderen: geen twijfel aan de effectiviteit. Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:1081-3.

  4. Influenza vaccines. Wkly Epidemiol Rec. 2005;80:279-87.

  5. Smith NM, Bresee JS, Shay DK, Uyeki TM, Cox NJ, Strikas RA. Prevention and control of influenza: recommendations of the Advisory Committee on Immunization Practices (ACIP). Advisory Committee on Immunization Practices. MMWR Recomm Rep. 2006;55:1-42.

  6. Thomas RE, Jefferson TO, Demicheli V, Rivetti D. Influenza vaccination for healthcare workers who work with the elderly Cochrane review. Cochrane Database Syst Rev. 2006;(3):CD005187.

  7. Hayward AC, Harling R, Wetten S, Johnson AM, Munro S, Smedley J, et al. Effectiveness of an influenza vaccine programme for care home staff to prevent death, morbidity, and health service use among residents: cluster randomised controlled trial. BMJ. 2006;333:1241-4.

Auteursinformatie

Nederlands Huisartsen Genootschap, afd. Richtlijnontwikkeling en Wetenschap, Postbus 3231, 3502 GE Utrecht.

Hr.dr.W.Opstelten, hr.dr.R.M.M.Geijer en hr.dr.A.N.Goudswaard, huisartsen.

Universitair Medisch Centrum Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde, Utrecht.

Hr.dr.G.A.van Essen, huisarts.

Huisartsenpraktijk Binnenstad Utrecht.

Hr.J.R.van der Laan, huisarts.

Contact hr.dr.W.Opstelten (w.opstelten@nhg.org)

Gerelateerde artikelen

Reacties