Rubbergranulaat op kunstgrasvelden

Veilig of niet veilig voor kinderen?
Zorg
16-07-2019
Martin van den Berg, Alain de Bruin, Jan-Willem Cohen Tervaert en Pieter J.J. Sauer

Reacties (2)

Inloggen om een reactie te plaatsen
RIVM .
18-07-2019 17:48

Reactie RIVM

De constatering van de auteurs dat het RIVM in haar onderzoek voorbarige conclusies heeft getrokken delen wij niet. De redactie van NTvG heeft RIVM de mogelijkheid gegeven om voor publicatie te reageren op dit artikel. De uitgebreide reactie van het RIVM is te vinden via een link onderaan het artikel en in het tabblad ‘Kaders’: https://www.ntvg.nl/artikelen/rubbergranulaat-op-kunstgrasvelden/kaders
Martin Van den Berg
13-08-2019 16:16

Reactie van de auteurs

Wij stellen het zeer op prijs dat het RIVM is ingegaan op de conclusies in ons artikel. Dit bevordert een transparante wetenschappelijke discussie met grote maatschappelijke relevantie. Stapsgewijs reageren wij hierbij op de argumenten van het RIVM:

  1. Bij het uitvoeren van een risicoschatting van chemische stoffen wordt standaard gebruik gemaakt van onzekerheden aan de blootstellingskant en gezondheidsschadelijke effecten. Deze gezamenlijke onzekerheden komen meestal samen in een “worst case” scenario. Dit is een algemeen geaccepteerde procedure. Wij blijven van mening dat het RIVM ten onrechte onvoldoende rekening houdt met extra gevoeligheid van het kind voor kankerverwekkende stoffen. 
  2. Het verheugt ons dat het RIVM ons argument bevestigt dat gevoeligheidsverschillen tussen kinderen en volwassenen bestaan en deze niet zijn meegenomen in hun risico-analyse voor PAKs. De RIVM-aanbeveling om in de toekomst nader onderzoek uit te voeren stellen wij zeer op prijs. Dit betekent niet, dat bij rubbergranulaat een onzekerheidsfactor achterwege kan blijven vanwege veronderstelde conservatieve blootstellingsscenario’s. Deze benadering gaat eveneens in tegen reeds genoemde conclusies van eerdere wetenschappelijke commissies. Waarbij een additionele veiligheidsfactor al geruime tijd geleden onder de aandacht werd gebracht.
  3. Het RIVM suggereert dat “in gezamelijkheid” in de wetenschappelijke klankbordgroep is besloten om geen additionele veiligheidsfactor voor het kind te gebruiken. De suggestie wordt gewekt dat de eerste auteur (MvdB) destijds akkoord gegaan is met deze benadering. Niets is minder waar. Er is door hem uitdrukkelijk bezwaar gemaakt tegen deze leeftijdsonafhankelijke aanpak in de risicoschatting van het RIVM. De uitdrukking “in gezamenlijkheid” is niet gelijk aan unanimiteit.
  4. Het vasthouden aan de geldende EU-norm voor BPA door het RIVM doet de vraag rijzen of -weliswaar- officiele normen bij dit instituut prevaleren boven recente wetenschappelijk inzichten op het gebied van chemische stoffen.Heeft het RIVM immers zelf niet recent een verlaging van de BPA-norm voorgesteld op grond van nieuwe wetenschappelijke inzichten. Onsinziens zijn recent wetenschappelijke inzichten een belangrijker drijfveer voor de bescherming van de volksgezondheid dan historisch vastgestelde normen, die aan herziening toe zijn.

Tot slot wijzen wij op twee RIVM citaten over de risico’s van rubbergranulaat (https://www.rivm.nl/rubbergranulaat/onderzoek-naar-rubbergranulaat-op-sp...):

“Als de normen voor consumentenproducten voor rubbergranulaat zouden gelden, dan zou een groot deel van de monsters vanwege de concentratie PAK’s net niet voldoen aan deze normen. Rubbergranulaat voldoet niet aan de norm voor speelgoed.”

“Gezien de aard van het gebruik van kunstgrasvelden, ook door jonge kinderen, is er vanuit gezondheidsperspectief behoefte aan gedegen onderbouwde normen voor rubbergranulaat.”

Op grond hiervan kunnen wij niet anders concluderen dan dat het RIVM zelf ook niet 100% zeker lijkt te zijn dat de huidige risicoschatting voor kinderen voldoet. Wij vinden dit een verstandig gezichtspunt en constateren dat onze inzichten dichter bij elkaar komen te liggen. Alleen kiezen wij, als toxicoloog, patholoog en medici, ervoor om bij dergelijke onzekerheden voor kinderen het voorzorgsprincipe te laten prevaleren.

Prof. dr. Martin van den Berg, toxicoloog
Prof. dr. Alain de Bruin, patholoog
Prof. dr. Jan Willem Cohen Tervaert, internist
Em. Prof. dr. Pieter J. J. Sauer, kinderarts