Routinematig onderzoek van de retina bij patiënten met hypertensie niet zinvol
Open

Stand van zaken
10-03-2004
B.J.H. van den Born, R.O. Schlingemann, J.B.L. Hoekstra en G.A. van Montfrans

- Sinds 1939 wordt de classificatie van Keith, Wagener en Barker gebruikt om afwijkingen van de retina bij patiënten met hypertensie vast te stellen. Met het verbeteren van de behandelingsmogelijkheden en de screening van patiënten met hypertensie lijken de incidentie en de ernst van de gevonden retina-afwijkingen te zijn afgenomen. De literatuur van de laatste 10 jaar geeft de volgende bevindingen.

- Het vaststellen van retinopathie is onderhevig aan een grote interbeoordelaarsvariatie, met name bij kruisingsfenomenen en vernauwing van retinale arteriolen.

- De positief en negatief voorspellende waarde van retinopathie voor hoge bloeddruk is laag.

- Het verband van retinopathie met andere voorspellende variabelen van orgaanschade is inconsistent en dat met cardiovasculaire complicaties zwak.

- Deze bevindingen maken dat funduscopie als instrument om orgaanschade bij patiënten met hypertensie vast te stellen van beperkte waarde is en niet gebruikt moet worden als routineonderzoek; patiënten met aanwijzingen voor een hypertensieve crisis vormen hierop een uitzondering.