‘Roken moet uit de leefstijlhoek’

Klinische praktijk
Lorette Harbers
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D6159
Download PDF

Eind april organiseerde het NTvG een paneldiscussie die draaide om de vraag of we roken voortaan als verslaving moeten zien, in plaats van alleen als leefstijlprobleem. Is rookverslaving niet een van de spaarzame voorbeelden waar meer medicalisering juist op zijn plaats is? Moeten we niet erkennen dat de meeste rokers lijden aan een rookverslaving? Pleitbezorger Arnt Schellekens, hoogleraar verslaving en psychiatrie bij het Radboudumc: ‘Als het een aandoening is, dan vereist dat ook dat je er hulp voor biedt.’

Het duurt vaak lang voordat innovaties in de routinezorg zijn geïntegreerd. Andersom kan het ook lang duren voordat zorg waarbij patiënten geen of nauwelijks baat blijken te hebben, wordt losgelaten. In het kader van de Gezonde Zorg-campagne gaat het NTvG de komende tijd in gesprek met een panel van experts over potentiële verbetering van zorg door middel van de-implementatie, implementatie of substitutie van bestaande zorg. We doen dit steeds aan de hand van een praktijkcasus (D5920) en met in ons achterhoofd het raamwerk van Powers et al. (zie kader).

De huidige casus gaat over de implementatie van de visie dat roken een verslaving is.

Een fantastisch resultaat

Volgens de laatste meta-analyses verhoogt een gespecialiseerde behandeling de kans om te stoppen met roken van 5 naar 30%. Hoewel er dus een aanzienlijk percentage potentiële stoppers toch blijft roken en het de vraag is of dit cijfer ook voor Nederland geldt, is een stoppen-met-roken(SMR)-interventie volgens Arnt Schellekens uitermate effectief: ‘Je hoeft maar 4 personen te behandelen om 1 persoon succesvol te laten stoppen met roken. Dat is binnen de geneeskunde een fantastisch resultaat. De meeste behandelingen halen dat bij lange na niet.’ Het is volgens de hoogleraar maar waar je naar kijkt: naar de 70% bij wie de behandeling niet slaagt, of naar wat een behandeling toevoegt aan een stoppoging met minder begeleiding. ‘Het gaat hier om een chronische aandoening. Daarbij kijkt niemand ervan op dat 70% niet verbetert. En de succeskansen zijn bij andere verslavingen, zoals een alcohol- of opiatenverslaving, niet veel beter.’

Rianne Ekkelboom, voorzitter van de patiëntenadviesraad bij het Radboudumc, is benieuwd naar het profiel van de groep mensen die ondanks adequate begeleiding toch blijft roken en vraagt zich af wat de invloed is van een lagere sociaal-economische status. Verschillende paneldeelnemers suggereren dat het voor mensen met een lagere sociaal-economische status lastiger is om te stoppen. Schellekens beaamt dat er sprake is van gezondheidsongelijkheid; daar wordt in SMR-interventies rekening mee wordt gehouden.

Longartsen Pauline Dekker en Wanda de Kanter nemen samen deel aan het panelgesprek. Zij werden de ochtend ervoor benoemd tot Officieren in de Orde van Oranje-Nassau, voor hun niet aflatende inspanningen voor een rookvrije samenleving. Samen richtten ze ook de Stichting Rookpreventie Jeugd op. Pauline Dekker: ‘Ook niet iedere roker heeft dezelfde ondersteuning nodig. Stoppen met roken is net als leren fietsen: de een heeft zijwieltjes nodig, de ander fietst zo weg, maar 10 jaar later ziet niemand meer wie welke begeleiding nodig had.’

Patiënten zijn geen ‘losers’

Huisarts en onderzoeker bij het Amsterdam UMC Kristel Van Asselt merkt op dat patiënten denken dat SMR-ondersteunende medicatie iets voor ‘losers’ is. Schellekens: ‘Als je roken ziet als een tabaksverslaving, dan haal je dat “loser-aspect” eraf. Als het een aandoening is, dan vereist dat ook dat je er hulp voor biedt en is dat voor de patiënt ook makkelijker te aanvaarden.’ Het zien van roken als een verslaving zal volgens Ekkelboom sommige patiënten inderdaad helpen om hulp te accepteren, maar ze verwacht dat dat bij jongeren anders ligt: ‘Voor hen heeft roken juist iets stoers, zij zitten niet te wachten op die ziekenrol.’

Strategische beleidsadviseur bij Zilveren Kruis Eric van der Hijden vindt de visie dat roken meer als een verslavingsprobleem dan als een leefstijlprobleem moet worden gezien, overtuigend onderbouwd. ‘Roken heeft bij veel rokers blijkbaar alle kenmerken van verslavingsgedrag. Het is dan ook aannemelijk dat behandelingen die gebaseerd zijn op de principes van verslavingszorg een noodzakelijke uitbreiding zijn van de behandelmogelijkheden voor rokers die willen stoppen.’

Begeleiden bij stoppen met roken is geen ‘hobby’

Hoewel zorgverleners doordrongen zijn van de noodzaak van SMR-acties, bespreken ze rookgedrag niet met iedere patiënt. De Kanter vindt het bizar dat patiënten wel naar hun BMI wordt gevraagd, maar niet naar hun rookgedrag. ‘Van iedere patiënt zou bekend moeten zijn of iemand rookt, of gerookt heeft, met daarbij het aantal pakjaren en een geautomatiseerde verwijzing voor een motiverend gesprek op de rookstoppoli. Op dit moment vragen we nergens naar en ís er in de meeste ziekenhuizen helemaal geen doorverwijzingsmogelijkheid.’ Van Asselt is er helemaal voor om rookgedrag standaard vast te leggen, maar ziet nog wel een drempel: ‘Je kunt deze informatie niet goed kwijt in alle huisartsinformatiesystemen, daardoor kost het noteren veel moeite. Vooral “niet-roken” kan je niet in een code vastleggen.’

De uitdaging is volgens Tijn Kool, senior onderzoeker IQ Healthcare, vooral om zorgverleners bewust te maken van de grote succeskans van SMR-interventies. Dat is koren op de molen van Van Asselt, die het stopadvies in de huisartsenpraktijk onderzoekt. Uit kwalitatief onderzoek blijkt dat SMR soms wordt gezien als een ‘speciaal aandachtsgebied’ of als ‘iets dat je leuk moet vinden’, een ‘hobby’. ‘Terwijl een stopadvies alleen al 2-3% van de rokers laat stoppen!’ Ze vraagt zich af waarom het NHG de behandelrichtlijn ‘Stoppen met roken’ onder de zorgmodule ‘Leefstijl’ heeft geplaatst. ‘Als SMR onder leefstijl valt en de patiënt heeft geen zin om eraan te werken, dan voelen niet alle huisartsen zich verantwoordelijk om er iets mee te doen. Huisartsen zijn gewend om vraaggestuurd te werken, dus het is al heel mooi als de huisarts überhaupt over SMR begint wanneer een patiënt daar niet om vraagt. Als we erkennen dat het een verslaving is, dan wordt het een gezamenlijke verantwoordelijkheid.’

Preventieakkoord

Van der Hijden vermoedt dat het Preventieakkoord heeft bijgedragen aan de misvatting dat roken alleen ‘leefstijl’ is. ‘Achteraf gezien hadden we dat wellicht anders moeten insteken, dan hadden we met andere mensen aan tafel gezeten en andere gesprekken gevoerd.’ Volgens De Kanter was dit geen toeval, maar een slimme, vooropgezette, strategie van werkgeversorganisatie VNO-NCW – ‘de grootste lobbyist voor de tabaksindustrie in Nederland’. Van der Hijden: ‘Maar een groot deel van de artsen ziet het zelf óók als een leefstijlprobleem, daarom heeft niemand ertegen geageerd. We hebben het met z’n allen laten gebeuren.’ De Kanter: ‘En zo verdwenen alle effectieve maatregelen uit het preventieakkoord.’

It’s all about the money

Uiteindelijk komt de discussie steeds uit op geld. Pieter Bakx, gezondheidseconoom bij het Erasmus MC, verwijst naar een factsheet van het RIVM uit 2018, waaruit blijkt dat SMR-interventies kosteneffectief zijn. Sinds 2020 worden eerstelijns SMR-interventies volledig vergoed, maar dat geldt niet voor specialistischer behandelingen in de tweede lijn. Bakx ziet dat het aanbod aan SMR-zorg erg gefragmenteerd is. ‘De aanbieders van SMR-interventies waar zorgverzekeraars naar verwijzen zijn geen standaard GGZ- of verslavingszorgaanbieders. Omdat er zowel huisartsen als verschillende medisch specialisten en andere behandelaren bij betrokken zijn, is er geen duidelijke probleemeigenaar.’

Het kost longartsen Dekker en De Kanter ieder jaar veel moeite om hun rookstoppoli door de zorgverzekeraars vergoed te krijgen. Die energie zouden ze liever in hun patiënten steken. Dekker: ‘Je kunt eigenlijk geen ziekenhuis zijn zonder rookstoppoli. Maar zonder continue financiering kun je niets opzetten.’ De beide longartsen vinden het ongelooflijk dat ze de inzet van peperdure immunotherapie bij longkankerpatiënten niet hoeven onderbouwen – ‘en dat werkt lang niet bij iedereen met longkanker’ – terwijl ze voor de financiering van een stoppen-met-rokentraject, waarvan de grotere effectiviteit vaststaat, allerlei bewijsmateriaal aan moeten leveren.

Van der Hijden stelt dat het helpt om roken als een verslavingsprobleem te zien als je SMR-interventies vergoed wilt krijgen. ‘Als je het sec vanuit leefstijl benadert, leidt dat steeds tot de discussie of je er überhaupt zorgverzekeringsgeld aan kunt besteden.’ Hij vertelt over een proef waarbij Zilveren Kruis huisartsen een beloning geeft als – door aandacht voor onder meer leefstijl en roken – COPD-patiënten en patiënten die in aanmerking komen voor cardiovasculair risicomanagement minder zorg in de tweede lijn gebruiken. ‘Huisartsen blijken hun patiënten dan actiever te benaderen om te stoppen met roken, dus een positieve financiële prikkel kan helpen.’

Eric van der Burg, voorzitter van Sociaal Werk Nederland en 1e-kamerlid voor de VVD, ziet ook een grote rol voor ‘opinion leaders’. ‘Dat moeten niet alleen artsen zijn, maar vooral personen waarmee mensen zich makkelijk kunnen identificeren; dat longartsen pleiten tegen roken en oogartsen tegen vuurwerk ligt voor de hand.’ Het is volgens de politicus essentieel om te kijken hoe er meer invloed uitgeoefend kan worden op de politiek. Volgens De Kanter zijn er daarvoor meer medisch specialisten in Den Haag nodig, ook omdat een aanzienlijk deel van die specialisten VVD stemt – ‘de partij die het meest “belobbyd” is door de tabaksindustrie’. Van der Burg: ‘Maar als je VVD’ers wilt overtuigen, dan zul je je eerst moeten verdiepen in de argumenten die daarvoor nodig zijn. Je kunt wel een verhaal houden over “verslaving” en “eigen keuzes”, maar daar is de hardcore VVD’er niet gevoelig voor. Dan moet je beginnen over geld.’

Geen leefstijl, maar verslaving

De paneldeelnemers zijn het eens; het merendeel van rookgedrag moet erkend worden als tabaksverslaving en weg uit de ‘leefstijlhoek’. Op die manier voelen zorgverleners en zorgverzekeraars de verantwoordelijkheid om het probleem aan te pakken. Effectieve stoppen-met-roken-interventies zijn beschikbaar, maar de financiering is een noodzakelijke voorwaarde voor brede toepassing.

Reactie

Ook NHG ziet roken als verslaving

Door: Niels Chavannes, hoogleraar huisartsgeneeskunde bij het LUMC en auteur van de NHG-richtlijn ‘Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning’

De kern van de vraag is: ziet het NHG roken als een (tabaks)verslaving? Het antwoord daarop is: ja. Dan is roken dus een ziekte en daarom is er naast de leefstijlmodule ook een NHG-behandelrichtlijn ‘Stoppen met roken’ ontwikkeld (2017). Deze sluit aan bij de herziene multidisciplinaire Richtlijn ‘Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning’ van het Trimbos instituut. Het gaat om richtlijnen voor de diagnostiek van tabaksverslaving en het beleid om rokers effectief te adviseren en te begeleiden bij het stoppen met roken, ondersteund door medicamenteuze behandeling. De niet-medicamenteuze begeleiding van patiënten komt uitgebreid aan bod in de NHG-zorgmodule ‘Leefstijl Roken’. Deze module geeft een verdieping van de aanpak bij stoppen met roken en de bijbehorende niet-medicamenteuze interventies en handvatten wanneer over te gaan op medicamenteuze interventies. De naamgeving ‘Leefstijl Roken’ is van secundair belang en heeft te maken met het feit dat er ook modules zijn over voeding, bewegen en alcohol, waarbij het in alle gevallen ook gaat om gedragsverandering. Ook in de module over roken wordt de verslavingsproblematiek benoemd. Tot slot heeft het NHG meegewerkt aan de Zorgstandaard tabaksverslaving, bovengenoemde MDR tabaksverslaving van het Trimbos Instituut én is het NHG partner in het partnership Stoppen met roken.

Auteursinformatie

Drs. Lorette Harbers, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, Amsterdam.

Contact L. Harbers

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Lorette Harbers ICMJE-formulier
Beschouw tabaksverslaving niet als leefstijl, maar als verslaving
Informatiekader
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Gezonde Zorg
Roken

Gerelateerde artikelen

Reacties