Recidiefpreventie bij patiënten met een depressieve stoornis in de eerste lijn blijft moeilijk

Onderzoek
J. Huyser
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:1571
Download PDF

Depressieve stoornissen worden steeds meer gezien als chronische aandoeningen met een sterk recidiverend karakter. De recidiefkans wordt geschat op 80-90 over een periode van 15 jaar. De laatste jaren is er veel aandacht voor het ontwikkelen van programma's gericht op recidiefpreventie.

Katon et al. verrichtten een gerandomiseerd onderzoek naar het effect van een dergelijk programma ten opzichte van de standaardbehandeling, bij depressieve patiënten met een hoog recidiefrisico.1 De uitkomstmaten waren de therapietrouw, het beloop van de depressieve klachten en het optreden van een recidief. Het onderzoek werd uitgevoerd in de eerste lijn.

Het onderzochte preventieprogramma bestond uit psycho-educatie, 2 bezoeken aan een depressiedeskundige, 3 aanvullende telefonische gesprekken en 4 persoonlijke brieven. In deze brieven werd feedback gegeven over het beloop van de depressieve klachten en over de medicatietrouw en werd gewaarschuwd bij vroege signalen van een recidief.

Geïncludeerd werden depressieve patiënten die gedurende 8 weken succesvol met een antidepressivum waren behandeld. Tevens diende er een verhoogd recidiefrisico te zijn, geoperationaliseerd als het doorgemaakt hebben van tenminste 3 eerdere depressieve episoden of een partieel herstel van de depressie met restsymptomen.

In totaal werden 386 patiënten geïncludeerd. Na de beginmeting werden na 3, 6, 9 en 12 maanden met gestructureerde interviews en vragenlijsten de medicatietrouw en de depressieve symptomen gemeten. De medicatietrouw werd aan de hand van een geautomatiseerd bestand van de verstrekkende apotheken bepaald. Als uitkomst werd gevonden dat in de interventiegroep de medicatietrouw significant hoger was dan in de standaardgroep. Tevens werden in deze groep significant minder depressieve klachten vastgesteld. Dit ging echter niet samen met een vermindering van het aantal recidieven, dat in beide groepen na 12 maanden 35 bedroeg.

De auteurs concludeerden dat een intensiever programma nodig is om het recidiefpercentage in de eerste lijn te doen dalen. Hun bevindingen onderstrepen het belang van verder onderzoek naar recidiefpreventie bij depressieve stoornissen. Mijn belangrijkste bezwaar tegen dit onderzoek is dat de onderzoeksgroep samengesteld is uit patiënten met recidiverende depressies en patiënten bij wie de depressie onvoldoende hersteld is. Hierdoor is niet goed uit te maken of het preventieprogramma helpt bij het verder opknappen na de depressie of zich specifiek richt op recidiefpreventie.

Literatuur
  1. Katon W, Rutter C, Ludman EJ, Korff M von, Lin E, SimonG, et al. A randomized trial of relapse prevention of depression in primarycare. Arch Gen Psychiatry 2001;58:241-7.

Gerelateerde artikelen

Reacties