Protonpompremmers verminderen COPD-exacerbaties niet

Onderzoek
Frits M.E. Franssen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:D382
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Exacerbaties bij patiënten met COPD leiden tot een versnelde achteruitgang van de longfunctie en van de kwaliteit van leven. Bovendien overlijdt ruim 10% van de patiënten die worden opgenomen met een exacerbatie, na 3 maanden. Zo’n 12% van de COPD-patiënten in de tweede lijn heeft 2 of meer exacerbaties per jaar; vroegtijdige identificatie en behandeling van deze hoogrisicopatiënten zijn van belang. Aanwezigheid van gastro-oesofageale reflux is een van de onafhankelijke voorspellers voor het frequent optreden van exacerbaties. Maar het is onduidelijk of refluxbehandeling de exacerbatiefrequentie bij deze patiënten vermindert.

Onderzoeksvraag

Hebben COPD-patiënten met gastro-oesofageale reflux die protonpompremmers (PPI’s) gebruiken minder exacerbaties en minder ziekenhuisopnames dan patiënten zonder deze klachten en zonder medicatie?

Hoe werd dit onderzocht?

De onderzoekers analyseerden gegevens van het ‘Predicting outcome using systemic markers in severe exacerbations of chronic obstructive pulmonary disease’ (PROMISE-COPD)-cohort. Dit is een internationale multicentrische longitudinale observationele studie van 638 patiënten met COPD GOLD-klasse II-IV, met meer dan 10 pakjaren en zonder recente exacerbatie bij inclusie. Patiënten werden onderverdeeld in 2 groepen: de eerste groep bestond uit patiënten die PPI’s gebruikten (n = 85), de andere groep patiënten gebruikte geen PPI (n = 553). Het optreden van exacerbaties en het aantal ziekenhuisopnames werden geobserveerd gedurende 2 jaar.

Belangrijkste resultaten

Bij aanvang van de studie waren er geen verschillen in leeftijd, BMI, percentage rokers of mate van luchtwegvernauwing tussen patiënten met en zonder PPI. Patiënten met PPI waren wel kortademiger, hadden meer beperkingen bij inspanning en hadden een lagere kwaliteit van leven. Tijdens de follow-up had een groter deel van de patiënten met PPI exacerbaties en ziekenhuisopnames dan van de patiënten zonder PPI. Ook werden patiënten met PPI frequenter opgenomen. Er waren geen verschillen in mortaliteit tussen de groepen.

Consequenties voor de praktijk

Meerdere observationele studies tonen een verband tussen gastro-oesofageale reflux en het frequent optreden van COPD-exacerbaties, wat suggereert dat refluxbehandeling een gunstig effect kan hebben. Het huidige onderzoek laat echter het tegenovergestelde zien: patiënten met PPI hadden méér en ernstigere exacerbaties. Een mogelijke verklaring is een insufficiëntie van de oesofageale sfincter bij COPD door luchtwegvernauwing, hyperinflatie en gebruik van β2-agonisten. Gerandomiseerde placebogecontroleerde studies naar de effecten van PPI-gebruik op exacerbaties bij patiënten met geobjectiveerde gastro-oesofageale reflux zijn niet voorhanden. Op grond van de huidige studie wordt het gebruik van PPI ter vermindering van COPD-exacerbaties afgeraden.

Literatuur
  1. Baumeler L, Papakonstantinou E, Milenkovic B, Lacoma A, Louis R, Aerts JG, et al. Therapy with proton-pump inhibitors for gastroesophageal reflux disease does not reduce the risk for severe exacerbations in COPD. Respirology. 11 maart 2016 (epub). Medline

Auteursinformatie

Contact (fritsfranssen@ciro-horn.nl)

Nieuwe bedenkingen bij gebruik van PPI: nierschade?

Gerelateerde artikelen

Reacties