Hoe vaak nageleefd? En wanneer wordt ervan afgeweken?

Protocol ter preventie van perioperatieve pulmonale complicaties

Een puzzel in de vorm van een paar longen.
Lynn Ann Miggelbrink
Marije Marsman
Jasper R. Senff
Judith A.R. van Waes
Inez Bronsveld
Wilton van Klei
Teus Kappen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2022;166:D6889
Abstract

Samenvatting

Doel

Onderzoeken in hoeverre de nationale richtlijn ‘Preventie van pulmonale complicaties bij niet-thoracale chirurgie’ wordt toegepast bij patiënten met chronische obstructieve longziekte (COPD) of astma die een operatie ondergaan en in beeld brengen om welke redenen van deze richtlijn wordt afgeweken.

Opzet

Retrospectief cohortonderzoek, interviews en enquêtes.

Methode

Patiënten met een voorgeschiedenis van astma of COPD die in de periode januari 2017-juli 2018 een niet-thoracale operatie ondergingen werden geïncludeerd. De primaire uitkomstmaat was opvolging van de richtlijn, gedefinieerd als de aantekening in het patiëntendossier dat perioperatief intraveneus prednisolon of oraal prednison was toegediend. De redenen om de richtlijn niet op te volgen werden geïdentificeerd met interviews en enquêtes; dit was de secundaire uitkomstmaat.

Resultaten

Er kwamen 1623 patiënten in aanmerking voor een preventieve behandeling. In totaal kregen 653 patiënten (40%) een behandeling volgens de richtlijn. De overige 970 patiënten kregen geen behandeling (79%), een ander corticosteroïd (12%) of eenmalig prednisolon op de dag van de operatie in plaats van 3 dagen preoperatief (9%). Redenen om de richtlijn niet te volgen waren: angst voor bijwerkingen van corticosteroïden, indicaties voor andere soorten corticosteroïden en gebrek aan bewijs.

Conclusie

De huidige richtlijn is in ons ziekenhuis matig geïmplementeerd. Dit lijkt te worden veroorzaakt door gebrekkige aansluiting op de complexiteit van de praktijk, gebrek aan vertrouwen in het bewijs waarop de richtlijn is gebaseerd en angst voor bijwerkingen. Er zijn opmerkelijke verschillen tussen de visies van longartsen en anesthesiologen. Verder onderzoek is nodig om de landelijke richtlijn te verstevigen, met anticipatie op de genoemde barrières om een betere implementatie te bereiken.

Auteursinformatie

UMC Utrecht, Utrecht. Afd. Anesthesiologie: drs. L.A. Miggelbrink, aios anesthesiologie; drs. M. Marsman, dr. J.A.R. van Waes, prof.dr. WA van Klei en dr. T.H. Kappen, anesthesiologen; J.R. Senff, BSc, onderzoeksstudent. Afd. Longgeneeskunde: dr. I. Bronsveld, longarts,

Contact L.A. Miggelbrink (L.A.Miggelbrink@umcutrecht.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Lynn Ann Miggelbrink ICMJE-formulier
Marije Marsman ICMJE-formulier
Jasper R. Senff ICMJE-formulier
Judith A.R. van Waes ICMJE-formulier
Inez Bronsveld ICMJE-formulier
Wilton van Klei ICMJE-formulier
Teus Kappen ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Farmacotherapie

Gerelateerde artikelen

Reacties