Prevalentie van lagere-urinewegsymptomen bij mannen en de invloed op hun kwaliteit van leven: het Boxmeer-onderzoek

Onderzoek
G.S. Sonke
D. Kolman
J.J.M.C.H. de la Rosette
L.H.C. Donkers
P. Boyle
L.A.L.M. Kiemeney
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2000;144:2558-63
Abstract

Samenvatting

Doel

Evaluatie van het vóórkomen van lagere-urinewegsymptomen (LUTS) bij mannen en de invloed daarvan op hun kwaliteit van leven.

Opzet

Enquêteonderzoek.

Methoden

In de gemeente Boxmeer werd in 1998 een steekproef van mannen in de leeftijdsgroep 40-79 jaar getrokken uit de gemeentelijke basisadministratie. Gegevens over de aanwezigheid van LUTS, de kwaliteit van leven en de medische consumptie werden met een schriftelijke vragenlijst verzameld. De mate van LUTS werd bepaald met de 7 vragen van de Nederlandse versie van de ‘International prostate symptom score’ (IPSS), aangevuld met 6 vragen over mictiefrequentie, nadruppelen, moeite om te beginnen met plassen, pijn bij het plassen, afgenomen kracht van de urinestraal sinds het 20e levensjaar en over de tijd die men kon wachten met plassen vanaf het moment dat men de eerste aandrang voelde. Aan de vrouwelijke partners van de respondenten werd ook gevraagd de vragen voor zichzelf te beantwoorden.

Resultaten

In totaal vulden 1233 mannen de vragenlijst in, een respons van 70. Eenvijfde deel van alle mannen rapporteerde matige tot ernstige symptomen (IPSS-score > 7). Nadruppelen, afgenomen kracht van de urinestraal en het plassen moeilijk uit kunnen stellen waren de meest voorkomende symptomen. De prevalentie van LUTS nam duidelijk toe met de leeftijd: 10 van de mannen tussen 40-49 jaar rapporteerde matige tot ernstige symptomen vergeleken met 44 van de mannen ouder dan 70. Onder mannen met ernstige LUTS rapporteerde 29 een slechte ziektespecifieke kwaliteit van leven, terwijl 28 een uitstekende ziektespecifieke kwaliteit van leven meldde. In geval van geen of lichte symptomen rapporteerden alle mannen een uitstekende ziektespecifieke kwaliteit van leven. Van alle mannen bezocht 9 ooit een arts in verband met LUTS, gemiddeld 10 maanden na het begin van de klachten. De LUTS-frequenties bij de respondenten kwamen overeen met die bij hun vrouwelijke partners.

Conclusie

LUTS kwamen frequent voor bij mannen boven de 40 en bij hun vrouwelijke partners. De prevalentie was hoger, naarmate de leeftijd hoger was. Toenemende vergrijzing zal leiden tot een groter aantal mannen met LUTS, met hoge medicaliseringskosten. Juist daarom is het belangrijk te beseffen dat de symptomen slechts in geringe mate de kwaliteit van leven beïnvloedden.

Auteursinformatie

Universitair Medisch Centrum St Radboud, Postbus 9101, 6500 HB Nijmegen.

Afd. Epidemiologie: dr.G.S.Sonke en dr.L.A.L.M.Kiemeney (tevens: afd. Urologie), epidemiologen; mw.drs.D.Kolman, psycholoog.

Afd. Urologie: dr.J.J.M.C.H.de la Rosette, uroloog.

Maasziekenhuis, afd. Urologie, Boxmeer.

L.H.C.Donkers, uroloog.

European Institute of Oncology, Division of Epidemiology and Biostatistics, Milaan, Italië.

Prof.dr.P.Boyle, epidemioloog.

Contact dr.L.A.L.M.Kiemeney

Verantwoording

Namens de onderzoeksgroep van de 'International population-based study of urological conditions' (UREPIK), waarvan de leden aan het eind van dit artikel worden genoemd.

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties