Artikel
Inleiding
Twee chronische aandoeningen met een hoge sterfte- en ziektelast zijn diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. De prevalentie van diabetes is onder bepaalde groepen verhoogd: diabetes type 1 komt meer voor onder Marokkaanse dan onder Nederlandse kinderen en Surinaamse Hindoestanen lijden vaker aan diabetes type 2 dan Nederlanders.1…



(Geen onderwerp)
Rotterdam, augustus 2003,
Dijkshoorn et al. (2003:1362-6) beschreven dat de prevalentie van diabetes mellitus onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders hoger is dan onder autochtone Nederlanders en dat de prevalentie van hart- en vaatziekten onder Turkse hoger is dan onder Marokkaanse en autochtone Nederlanders.
Deze resultaten verschillen sterk van die van een studie die door ons verricht werd op de afdeling Inwendige Geneeskunde van het Medisch Centrum Rijnmond-Zuid te Rotterdam.1 Uit deze studie, die verricht werd onder Turken, Surinaamse Hindoestanen en autochtone Nederlanders, konden wij concluderen dat Turkse patiënten met diabetes mellitus beduidend minder frequent hart- en vaatziekten hadden (oddsratio (OR): 0,19) dan Surinaams-Hindoestaanse (OR: 2,77) en autochtone Nederlandse patiënten met diabetes mellitus.
De vraag is hoe de verschillen in de frequentie van hart- en vaatziekten bij Turken verklaard kunnen worden en wat de betekenis is van beide studies. Het antwoord is waarschijnlijk gelegen in de aard van beide onderzoeken.
Het onderzoek van Dijkshoorn et al. is een epidemiologische studie. De prevalentiecijfers zijn verkregen door middel van interviews met respondenten uit steekproeven van het bevolkingsregister. De respons onder autochtone Nederlanders was 61% en geschat werd dat die onder Turken en Marokkanen vergelijkbaar was. In de interviews met een interviewer van dezelfde etnische herkomst werden gegevens verkregen over zelfgerapporteerde diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. De vraag is of het gevonden verband tussen Turkse afkomst en het vóórkomen van hart- en vaatziekten van klinische betekenis is.
Het Rotterdamse onderzoek betreft een klinische patiënt-controlestudie, waarbij het vóórkomen van macrovasculaire complicaties van diabetes mellitus bij opeenvolgende patiënten is onderzocht. Door deze studieopzet was er geen onderrapportage van diabetes mellitus en kon de diagnose ‘ischemische hartziekte’ geobjectiveerd worden. De geconstateerde hoge frequentie van hart- en vaatziekten bij Surinaamse Hindoestanen wordt bevestigd in vele andere studies, vooral verricht in Groot-Brittannië. Juist deze groep werd helaas niet bestudeerd door Dijkshoorn et al. Onze bevindingen kunnen onder andere verklaard worden doordat de door ons bestudeerde Turkse patiënten voornamelijk tot de eerste generatie immigranten behoorden en als zodanig nog een mediterrane levensstijl volgden. In de studie van Dijkshoorn et al. worden ook personen van 35-54 jaar bestudeerd; dezen behoren mogelijk tot de tweede generatie en hebben waarschijnlijk een westerse levensstijl.
Beide studies zijn ons inziens relevant omdat ze aandacht vestigen op het feit dat de hoge en groeiende prevalentie van diabetes mellitus en hart- en vaatziekten bij allochtone en autochtone Nederlanders een belangrijk probleem vormt voor de volksgezondheid.
Dijkstra S, Klok M, Hoogenhuyze D van, Sauerwein HP, Berghout A. Ischemic heart disease in Turkish migrants with type 2 diabetes mellitus in the Netherlands: wait for the next generation? Neth J Med 2002;60:434-7.