Prenatale screening op hiv, hepatitis B en syfilis in Nederland effectief
Open

Onderzoek
03-11-2010
Eline L.M. Op de Coul, J.W.M. (Yolanda) van Weert, Petra J. Oomen, Colette Smit, C.P.B. (Kitty) van der Ploeg, Susan J.M. Hahné, Daan W. Notermans en Marianne A.B. van der Sande

Doel

Evaluatie van de effectiviteit van prenatale screening op hiv, hepatitis B en syfilis ter voorkoming van moeder-op-kindtransmissie in Nederland.

Opzet

Descriptief.

Methoden

De uitslagen uit 2006-2008 van de prenatale screening op hiv, hepatitis B-virus (HBV) en syfilis zijn vergeleken met gegevens van zwangeren en pasgeborenen uit andere gegevensbronnen.

Resultaten

Jaarlijks werden ruim 185.000 zwangere vrouwen in Nederland gescreend op hiv, HBV en syfilis. Weigering van de screeningstesten kwam weinig voor en was bij hiv het hoogst (0,2%). Vóór invoering van de screening op hiv werden jaarlijks 5-10 kinderen met hiv geboren. Na invoering in 2004 werden nog 4 kinderen met hiv geboren (gemiddeld 1 per jaar). Twee van de betrokken moeders waren zwanger vóór 2004; de derde moeder was hiv-negatief bij de screening en liep de infectie waarschijnlijk na screening op, en de achtergrond van de vierde moeder was onbekend. Congenitale syfilis werd bij < 5 pasgeborenen per jaar vastgesteld en 5 kinderen waren met HBV geïnfecteerd. Bij 3 van dezen waren de moeders HBeAg-positief, hetgeen een marker is voor hoge besmettelijkheid. Jaarlijks werden door de screening naar schatting 5-10 hiv-, 50-75 HBV- en 10 syfilisinfecties bij pasgeborenen voorkómen.

Conclusie

Het screeningsprogramma in Nederland was effectief voor wat betreft opsporing van zwangeren met hiv, HBV en syfilis en het voorkómen van overdracht naar het kind. Sinds invoering van de hiv-screening in 2004 is het aantal met hiv geboren kinderen drastisch gedaald.