Prednison bij reumatoïde artritis: het nadeel van de twijfel

Opinie
Maarten Boers
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5069
Abstract

Artsen houden zichzelf graag voor dat ze wetenschappelijk geschoold zijn en evidencebased geneeskunde bedrijven. In het geval van het al dan niet voorschrijven van prednison en andere glucocorticoïden bij reumatoïde artritis (RA) mag daar aan getwijfeld worden. Bij geen ander geneesmiddel is de intrinsieke werking tegen een ziekte zo sterk, en is adequate toepassing zo lang tegengehouden. Hoe komt dat?

Het is moeilijk om precieze motieven te achterhalen als de getuigen op het kerkhof liggen, maar een korte terugblik op de historie maakt al veel duidelijk. In 1950 kregen Hench, Kendall en Reichstein de Nobelprijs voor de ontdekking van de structuur en werking van de bijnierschorshormonen. Hench is tot nog toe de enige reumatoloog die de Nobelprijs heeft gewonnen. Hij nam waar dat patiënten met RA verbeterden tijdens de zwangerschap en bij geelzucht, en kwam daardoor op het idee dat steroïden voor die verbetering verantwoordelijk zouden zijn. Juist in die…

Auteursinformatie

VU medisch centrum, afd. Epidemiologie & Biostatistiek, Amsterdam.

Contact Prof.dr. M. Boers, reumatoloog en klinisch epidemioloog (m.boers@vumc.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: prof.dr. M. Boers ontving vergoedingen voor consultancy van Roche, UCB, Novartis, Horizon en Mundipharma BV.
Aanvaard op 10 mei 201

Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties