Artikel
Reumatoïde artritis (RA) is een chronische ziekte, gekenmerkt door ontsteking van gewrichten, vooral kleine hand- en voetgewrichten: chronische, meestal symmetrische polyartritis. Naast gewrichtsklachten kunnen zich lokale ziekteverschijnselen voordoen, zoals reumanoduli, pleuritis en pericarditis, en systemische ziekteverschijnselen, zoals anemie, koorts, vermagering en vasculitis. Pijn in gewrichten, stijfheid, moeheid en functionele beperkingen staan weliswaar op de voorgrond, maar RA is een ernstige systeemziekte met naast aanzienlijke morbiditeit ook sterfte.1 2
Onderzoek heeft veel inzicht in cellulaire immuniteit en ontstekingsmediatoren opgeleverd en daarmee aanknopingspunten voor nieuwe vormen van therapie, maar de oorzaak van het ontstaan van RA is nog niet ontrafeld. Hoewel…




(Geen onderwerp)
Veldhoven, januari 2000,
In tabel 2 van hun artikel over de farmacotherapie bij reumatoïde artritis presenteren Jacobs et al. een bijwerkingen- en controleschema voor gebruik van ‘disease-modifying antirheumatic drugs’ (DMARD's) zoals dat in Utrecht wordt gehanteerd (2000:211-6).
Mijn eerste opmerking betreft de frequentie van de controle op bijwerkingen van methotrexaat en sulfasalazine in de beginfase van de behandeling. De auteurs bevelen hier maandelijkse controle aan. De ervaring leert echter dat eventuele bijwerkingen bij gebruik van deze middelen doorgaans al vrij kort na het begin van de behandeling optreden, meestal reeds ruim voor de eerste maandelijkse controle. Vooral de levensbedreigende granulocytopenieën die als bijwerking bij gebruik van sulfasalazine kunnen voorkomen, vormen in dit verband een ernstig risico. In de beginfase van de behandeling is wekelijkse controle van het bloedbeeld dan ook aangewezen.
Een tweede opmerking betreft de door de auteurs voorgestelde maandelijkse dan wel driemaandelijkse controle van de serumcreatinineconcentratie en het bloedbeeld bij gebruik van ciclosporine. Daar dit middel niet toxisch is voor het beenmerg,1 zijn de controles van het bloedbeeld overbodig.
Rijthoven AWAM van. Cyclosporine in rheumatoid arthritis [proefschrift]. Leiden: Rijksuniversiteit Leiden; 1990.
(Geen onderwerp)
Utrecht, februari 2000,
De richtlijnen ter controle op eventuele bijwerkingen van de DMARD's methotrexaat en sulfasalazine, die binnen de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht gebruikt worden, berusten op literatuurgegevens en eigen onderzoek naar bijwerkingen van deze middelen binnen de prospectief gevolgde, grote reumatoïde-artritiscohort van de Stichting Reumaonderzoek Utrecht, een samenwerkingsverband van reumatologen in Amersfoort, Harderwijk, Hilversum, Nieuwegein, Utrecht en Woerden.
De richtlijn van controle bij ciclosporinetherapie binnen de afdeling Reumatologie en Klinische Immunologie van het genoemde ziekenhuis volgt de richtlijn van het American College of Rheumatology, de Amerikaanse vereniging voor reumatologie, die periodieke controle van het bloedbeeld aanbeveelt.1
Het wachten is op richtlijnen van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie ten aanzien van dit onderwerp. Het is nuttig om bij het opstellen van deze richtlijnen opmerkingen zoals die van collega Van Rijthoven te betrekken.
American College of Rheumatology Ad Hoc Committee on Clinical Guidelines. Guidelines for monitoring drug therapy in rheumatoid arthritis. Arthritis Rheum 1996;39:723-31.