Het belang van regionale samenwerkingsafspraken

Overdracht van sterk afwijkende laboratoriumuitslagen

Mensen die rennen en stokje overgeven
Roger K. Schindhelm
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2024;168:D7830
Abstract

Laboratoria geven afwijkende laboratoriumuitslagen die direct medisch handelen vereisen, zo snel mogelijk door aan de aanvragend arts. Maar wat als deze uitslagen niet of niet tijdig worden overgedragen of opgevolgd? Wat zijn hierin de verantwoordelijkheden van de aanvrager en het laboratorium?

Je werkt als huisarts op een huisartsenpost. Het is 17:15 uur; de dienst is zojuist ingegaan. De triagist wil graag met je overleggen. Een laboratoriummedewerker heeft zojuist gebeld om een aantal afwijkende laboratoriumuitslagen door te geven. Patiënt A van 42 jaar heeft een glucoseconcentratie van 20,5 mmol/l, patiënt B van 72 jaar heeft een D-dimeerconcentratie van 4200 µg/l (referentiewaarde: < 500) en patiënt C van 65 jaar heeft een troponine-T-concentratie van 5100 ng/l (referentiewaarde: < 14). Je kijkt snel in het Huisartsenpost Informatie Systeem en ziet dat geen van de patiënten toestemming heeft gegeven om het dossier vrij te geven. Daardoor kun je niet zien wat de reden was voor laboratoriumdiagnostiek en wat de voorgeschiedenis is van deze patiënten. Ook zijn er geen contactgegevens van de aanvrager bekend. Wat nu?

Afwijkende laboratoriumuitslagen waarbij direct medisch handelen gewenst is, zogenoemde kritieke resultaten, moeten zo snel mogelijk aan de aanvrager worden gemeld…

Auteursinformatie

Juristprudent, Alkmaar: dr.mr. R.K. Schindhelm, jurist en arts-klinisch chemicus (tevens: Diagnost-IQ, Klinisch Chemisch Laboratorium, Hoorn).

Contact R.K. Schindhelm (roger@schindhelm.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Verantwoording

Laurine Alderlieste, huisarts, gaf waardevol commentaar op een eerdere versie van het manuscript, en Jojanneke Kant, huisarts, leverde input met betrekking tot de regionale samenwerkingsafspraken.

Auteur Belangenverstrengeling
Roger K. Schindhelm ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Juridische vragen
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

Met dank aan de goede samenvatting van de auteur, toch een kritische opmerking. De gedachte dat de aanvragend arts eea zelf moet opvolgen doet twee onjuiste veronderstellingen mijns inziens. 

 

In de groepshuisartsenpraktijken waar praktijkhouders met waarnemers en hidha's samenwerken, staat de aanvraag niet altijd op de naam van de dokter die de aanvraag heeft gedaan, als deze geen patiënten op eigen naam heeft of er maar tijdelijk werkt. Dat is een gevolg van de organisatie van groepspraktijken, maar het vasthouden aan opvolging door de 'aanvrager' legt weer eens extra druk op praktijkhouders. Dat is ongewenst.

 

Veel laboratoria hebben tijd nodig voor verwerking. En in dorpen zoals bij ons, moet er vooraf nog transport plaats vinden van de bloedafname naar het laboratorium. Dientengevolge worden veel uitslagen buiten praktijkuren pas bekend. Een waarnemer is dan niet meer in dienst, een hidha heeft de vrije avond en een praktijkhouder moet ook af en toe sporten. Het is dan logischer dat de huisartsenpost de afhandeling doet, en inderdaad met de veronderstelling dat het dossier inzichtelijk is. 

 

Dit is al jaren een bekende en lastige discussie, die met de druk op de zorg en de veranderingen in organisatie, met nieuwe inzichten op een nieuwe manier, zou moeten kunnen worden opgelost?

Niels Rossen, huisarts