Opsluiting seropositieven.

Nieuws
J.B. Meijer van Putten
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1994;138:1592
Download PDF

Opsluiting seropositieven. - In Zweden zijn bijna 4.000 HIV-positieve mensen bekend. Die staan daar onder voortdurende controle van een arts en zijn verplicht zich aan bepaalde regels te houden. Zij moeten hun partner informeren over hun HIV-infectie, voordat zij geslachtsgemeenschap hebben; zij moeten condooms gebruiken; zij mogen geen naalden of spuiten delen en zich niet bezighouden met prostitutie. Ook moet de patiënt, als hij een behandeling moet ondergaan die contact met bloed noodzakelijk maakt, het medisch personeel inlichten. Als een patiënt zich niet aan deze voorschriften houdt, is zijn arts verplicht dit te melden aan de inspectie voor de Volksgezondheid. Een medewerker van die dienst neemt dan contact op met de patiënt en geeft hem aanvullende voorlichting. Meestal is dat afdoende om riskant gedrag bij te stellen. Als een patiënt echter blijft weigeren zijn gedragspatroon te wijzigen, kan hij door de rechtbank tot opsluiting veroordeeld worden. Dat gebeurt soms ook inderdaad: 1 van de seropositieven is in Zweden opgesloten (geweest). De duur van de eerste opsluiting is beperkt tot 3 maanden. Daarna wordt de zaak iedere 6 maanden opnieuw door de rechtbank bekeken (Lancet 1994; 344:62).

De Zweedse strategie tegen de verspreiding van AIDS is gebaseerd op vrijwillige routinetests en gedwongen contact- en partneropsporing, waarna deze contactpersonen getest worden. Artsen zijn verplicht een geval van HIV-besmetting aan te geven bij de inspectie voor de Volksgezondheid. De aangifte is anoniem, onder een nummer, en bevat informatie over het geslacht, de leeftijd en de geboorteplaats van de besmette persoon; verder staat de risicocategorie vermeld en, zo mogelijk, de tijd en de plaats waarop de overdracht plaatsvond.

Gerelateerde artikelen

Reacties