Ook in paren presteren radiologen variabel

Ook in paren presteren radiologen variabel
Lucas Maillette de Buy Wenniger
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158:C2072

Ook het toepassen van duo’s van radiologen bant de interobservervariabiliteit niet volledig uit bij het beoordelen van mammogrammen. Die conclusie trekken Nederlandse onderzoekers op basis van een analyse van de beoordeling van ruim 300.000 röntgenfoto’s uit het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (Eur Radiol. 2014; epub 6 februari).

Uit een eerdere studie van dezelfde onderzoeksgroep was gebleken dat de detectiegraad van borstkanker bij het beoordelen van mammogrammen significant verschilt per radioloog. Of er tussen de accuratesse van koppels van radiologen ook variatie bestond was echter nog niet eerder onderzocht. Elisabeth Klompenhouwer van het Catharina Ziekenhuis (Eindhoven) en haar collega’s verzamelden daarom mammogrammen uit het bevolkingsonderzoek die door paren van radiologen verslagen waren (1997-2011). Voor ieder koppel uit de 8 deelnemende radiologen bepaalden ze de screeningssensitiviteit (26 koppels).

Sommige radiologenparen presteerden significant beter dan andere, zonder dat daar verder een volledig duidelijk patroon in te ontwaren was: de sensitiviteit varieerde van 72 tot ruim 96%. Ook de positief voorspellende waarde van een als verdacht afgegeven onderzoek verschilde flink. Het aantal mammogrammen dat een deelnemende radioloog beoordeelde correleerde niet met de screeningssensitiviteit, mogelijk omdat het minimum aantal borstfoto’s dat ze individueel beoordeelden met 3000 per jaar vrij hoog was. Van de beste 3 koppels had wel minstens 1 van de 2 radiologen mammografieën als specialiteit, wat bij geen van de artsen uit de 2 slechtste koppels het geval was.

De auteurs concluderen dan ook dat het bevolkingsonderzoek naar borstkanker nog geen waterdicht systeem heeft gevonden om de kwaliteit van de beoordeling van de foto’s onafhankelijk te maken van welke individuele radiologen daarbij betrokken zijn. De oplossing hiervoor zoeken zij vooral in permanente bijscholing en monitoring, maar de belangrijkste conclusie is misschien: het blijft mensenwerk.

Gerelateerde artikelen

Reacties