Onrust in Maastricht over artsenopleiding

Nieuws
F. Kievits
M.T. Adriaanse
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2002;146:2261
Download PDF

De Universiteit en het Academisch Ziekenhuis van Maastricht (AZM) willen meer artsen gaan opleiden. Maar omdat dit met dezelfde capaciteit aan stageplaatsen voor co-assistenten moet gebeuren, voert de faculteit per april 2003 een drastische onderwijsvernieuwing in, die voor een dubbel proces moet zorgen: verkorting en verbetering van de co-schappen.

De studentenfractie voor geneeskunde maakt zich zorgen en vreest dat door de inkorting de kwaliteit van de co-schappen achteruit zal gaan. Een aantal begeleiders in ziekenhuizen in de regio deelt die zorg. De faculteit is daarentegen optimistisch, zo meldt het universiteitsblad Observant (31 oktober 2002).

‘De stage gynaecologie gaat van acht naar vier weken, kindergeneeskunde van zes naar vier, interne geneeskunde van twaalf naar acht’, schetst Marleen Dirkzwager, zelf co-assistent en studentenlid van de faculteitsraad. ‘De onrust is groot’, zegt zij.

Internist Art Vreugdehil, stagebegeleider van het Sint Josephziekenhuis in Veldhoven zegt het iets plastischer: ‘Als ik een auto moet maken in tweederde van de tijd, dan zal er ergens een schroef of iets anders loszitten.’ Het probleem dat hij aangeeft, is dat dezelfde groep studenten in een kortere tijd opgeleid moet worden met dezelfde middelen: er zijn niet ineens meer patiënten of is er meer tijd voor begeleiding. Zijn Sittardse collega Frank Peters meldt dat hij de stage interne toch al te kort vond. Hij vraagt zich af of het wel mogelijk is om co-schappen efficiënter te maken.

De zorgen van de artsen in de periferie wijdt stagebegeleider Erik Heineman van het AZM aan informatieachterstand. De universiteit heeft nog niet goed gecommuniceerd over de nieuwe opzet van de co-schappen.

Volgens de coördinator van het klinisch onderwijs in het AZM, Geert Jan Wesseling, is er veel met de huidige co-schappen mis en heeft de laatste visitatiecommissie er opgewezen dat er iets aan de stages gedaan moet worden. De leerdoelen zijn niet goed geformuleerd en het effect hangt af van toevalligheden. Een duidelijk leerplan per co-schap waarin staat wat de student moet leren, waarbij de nadruk ligt op zelfwerkzaamheid van de student, leidt volgens hem tot meer en veel gerichtere vragen van de student en daardoor tot een effectievere opleiding. ‘Iedere verandering geeft onzekerheid’, zegt Wesseling. Toch heeft hij er alle vertrouwen in. ‘Weet je hoe dokters werken? Je moet ze op donderdag niet vertellen wat ze op maandag moeten doen. April 2003 is voor hen nog heel ver weg.’

Gerelateerde artikelen

Reacties