Over de aard en achtergronden van te veel geneeskunde

Ongewenste medicalisering

Klinische praktijk
Abstract
Niek J. de Wit
Peter Engelfriet
Leestijd
12 minuten
Citeren

Artikel

Casus

Een vrouw komt op het spreekuur bij de huisarts met haar drie maanden oude zoontje. Hij is erg onrustig, met name na de voeding, en geeft ook wel eens een kleine hoeveelheid over. Hij huilt overdag veel en lijkt veel buikkrampen te hebben. Moeder is na 4 weken gestopt

Auteursinformatie

UMC Utrecht, Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde: prof.dr. N.J. de Wit, huisarts. Gezondheidsraad, Den Haag: dr. P. Engelfriet, basisarts.

Contact N.J. de Wit (N.J.dewit@umcutrecht.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Niek J. de Wit ICMJE-formulier
Peter Engelfriet ICMJE-formulier
Reacties
Michiel
Hengeveld

In het interessante artikel van De Wit en Engelfriet over medicalisering worden ook 'bekende' vooorbeelden van medicalisering in de psychiatrie genoemd. Helaas zijn deze gebaseerd op een bij verschijning al achterhaald artikel, dat onder andere werd geschreven door Allen Frances, een rancuneus criticus van de toen nog in ontwikkeling zijnde DSM-5, de opvolger van de door hemzelf gemaakte DSM-IV. Genoemd worden: "het diagnosticeren van rouw en verdriet als depressie en de uitbreiding van de DSM-5 met diagnostische labels als 'social anxiety disorder'". In de uiteindelijke versie van de DSM-5 werden rouw en verdriet helemaal niet als depressie geclassificeerd, in tegendeel. En de sociale-angststoornis vormde geen uitbreiding, want stond al in de DSM-III en DSM-IV. De DSM-5 stelt ook, nadrukkelijker dan de vorige versies, dat er alleen een psychiatrische classificatie mag worden toegekend als er sprake is van klinisch significante lijdensdruk of sociaal disfuntioneren. Bovendien benadrukt de DSM-5 dat classificatie niet hetzelfde is als diagnostiek (zei ook het artikel van Eurelings en Van Os in hetzelfee nummer van het NTvG).

Hiermee wil ik niet ontkennen dat er de laatste decennia meer psychosociale problemen of bijzondere persoonlijkheidstrekken geclassificeerd worden als een psychische stoornis of een persoonlijkheidsstoornis. Men kan dat beschouwen als medicalisering, maar ook als een vorm van een voortschrijdende beschaving, waarin bijvoorbeeld de ongetrouwde, eenzame oom die ver onder zijn opleidingsniveau werkt, niet meer gezien wordt als een nu eenmaal wat zonderlinge man, maar begrepen wordt als iemand met een autismespectrumstoornis die met de nodige hulp en en begrip van zijn omgeving een veel beter bestaan kan krijgen. De DSM-5 is niet de oorzaak van deze 'medicalisering', maar onze cultuur waarin een ongelukkig leven door een psychische stoornis of beperking terecht niet meer zomaar geaccepteerd wordt. Dat de zorg in de ggz ondoelmatig is komt niet door de DSM-5, maar doordat "het vergoedingssysteem binnen het marktmodel aan stoornissen gekoppeld is" in plaats van aan "wat het individu op basis van persoonsgerichte diagnostiek aan zorg nodig heeft" (citaten uit Eurelings en Van Os). Dit systeem bevordert het met een lucratief verdienmodel protocollair behandelen door goedkope, laag opgeleide behandelaars met weinig diagnostische expertise van relatief lichte psychische problemen op basis van een ten onrechte toegekende DSM-5-classificatie. 

Michiel Hengeveld, emeritus hoogleraar-afdelingshoofd psychiatrie Erasmus MC

Gratis Ask NTVG uitproberen?

Maak met 2 klikken een gratis account aan

Account aanmaken

Heb je al een account of een abonnement? Inloggen

Altijd toegang tot alle publicaties van het NTVG?

Abonneer vandaag nog!

Online toegang tot alle artikelen
Gepersonaliseerde alerts voor artikelen en dossiers
Artikelen voor opleiding en nascholing mét geaccrediteerde toetsen
Onbeperkt luisteren naar de NTVG-podcast
Antwoorden op al je vragen via de AI-toepassing 'Ask NTVG'

Neem het digitaal ntvg abonnement

€ 15,93 per maand!

Ik wil digitaal
NTVG nummer 6 2026
NTVG nummer 7 2026
NTVG nummer 8 2026