Veel GGZ-cliënten stoppen behandeling voortijdig

Veel GGZ-cliënten stoppen behandeling voortijdig
Open

Nieuws
02-01-2013
Joost Zaat

Bijna een derde van de cliënten in de GGZ stopt de behandeling voortijdig. Dat blijkt uit een groot internationaal onderzoek van de WHO, het World Mental Health Survey Initiative, waarin voor Nederland het Trimbos-instituut meedeed (Br J Psychiatry. 2012; epub 22 november).

In de 24 deelnemende landen rapporteerden 8482 mensen onder behandeling te zijn geweest voor psychische problemen in het jaar voorafgaand aan het standaard psychiatrische interview (CIDI). Van hen had 22% een psychiater gezien en 59% werd behandeld in de ‘general medical care’-sector (bijvoorbeeld huisarts of POH-GGZ); de rest ging bijvoorbeeld naar een alternatieve genezer. Deze percentages varieerden nauwelijks tussen de 3 groepen landen (hoog inkomen, midden inkomen en laag inkomen). Gemiddeld viel 32% van de cliënten uit. In de hogeinkomenslanden was de uitval iets lager (26%). Vooral na het tweede bezoek viel een flink deel van de cliënten uit (22%). Bij de psychiater vielen de minste mensen uit de boot. Meer dan de helft van de hulpvragers in de eerste lijn bleek af te haken.

Volgens de onderzoekers ‘is een belangrijke consequentie van het onderzoek dat instellingen meer aandacht moeten besteden aan de eerste 2 bezoeken, omdat het onwaarschijnlijk is dat cliënten binnen een dergelijke termijn klachtenvrij zijn.’ In 2011 hebben volgens cijfers van Zichtbare Zorg in Nederland 1.062.720 mensen psychiatrische hulp in de GGZ ontvangen (exclusief patiënten in de huisartsenpraktijk). Uitval is een van de kernindicatoren voor de GGZ. Bij een uitval van 30% gaat het dus om enorme aantallen patiënten. Het uitvalpercentage is in de openbare registratie alleen bekend per aandoening en per instelling (www.zichtbarezorg.nl). Dit percentage varieerde tussen instellingen zeer sterk, bijvoorbeeld bij stemmingsstoornissen (van 1-30%), als gevolg van een aanzienlijke registratiebias.

(Bijdrage: Joost Zaat.)