Minder uitzaaiingen door bevolkingsonderzoek

Minder uitzaaiingen door bevolkingsonderzoek
Open

Nieuws
23-01-2013
Hans van Maanen

Borsttumoren die zijn opgespoord tijdens een bevolkingsonderzoek zijn over het algemeen beduidend kleiner dan tumoren die daarbuiten aan het licht zijn gekomen. Ook hebben ze minder vaak uitzaaiingen naar de lymfklieren, zo stellen Iris Nagtegaal en Stephen Duffy in Breast Cancer Research and Treatment (2012; epub 23 december). Die indruk bestond al langer, zo zeggen zij, maar in een systematische review zijn zij nog eens 45 studies met in totaal 41.209 patiënten nagelopen. ‘Bij de door bevolkingsonderzoek opgespoorde tumoren was 78,5% stadium pT1 (2 cm diameter of kleiner), vergeleken met 61,7% in de symptomatische groep.’ Er waren bovendien significant minder metastasen naar de lymfklieren in de gescreende groep dan in de symptomatische groep: 27 versus 46%.

De onderzoekers wijzen erop dat zij geen interactie vonden tussen opsporingswijze en afmeting van de tumor in hun effecten op de uitzaaiing. ‘Met andere woorden, de toename in risico op uitzaaiingen met toenemende grootte geldt zowel de door het bevolkingsonderzoek opgespoorde als de symptomatische tumoren, hetgeen doet vermoeden dat er geen biologisch onderscheid tussen de 2 is, en dat er geen sprake is van “length time bias”.’ De length-time-bias – langzaam groeiende, ongevaarlijke tumoren hebben grotere kans opgespoord te worden in een screeningsprogramma dan snel groeiende, agressievere tumoren – speelt een rol in de discussie over de voor- en nadelen van bevolkingsonderzoek: hierdoor zou de winst groter lijken dan die in werkelijkheid is. ‘Screening,’ zo besluiten de onderzoekers, ‘leidt tot opsporing van kleinere tumoren die navenant minder waarschijnlijk zijn uitgezaaid. Dit is vooral van belang omdat uit trials blijkt dat vermindering van uitzaaiingen leidt tot evenredige vermindering van sterfte door borstkanker.’

(Bijdrage: Hans van Maanen.)