Landelijk bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom

Resultaten van de eerste jaren sinds de invoering in 2014
Onderzoek
Marloes A.G. Elferink
Esther Toes-Zoutendijk
Geraldine R. Vink
Iris Lansdorp-Vogelaar
Gerrit A. Meijer
Evelien Dekker
Valery E.P.P. Lemmens
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2283
Abstract

Samenvatting

Doel

Beschrijven van het effect van het bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom (CRC) met de fecale immunochemische test, dat in 2014 werd ingevoerd, op de incidentie van CRC in Nederland, en analyseren van verschillen in patiënt- en tumorkenmerken, stadiumverdeling en behandeling tussen carcinomen die wel (screeningsgedetecteerd) en niet via screening werden ontdekt (niet-screeningsgedetecteerd).

Opzet

Retrospectief observationeel onderzoek.

Methode

We analyseerden gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie. We selecteerden alle CRC’s die waren gediagnosticeerd in de periode 2010-2016, en berekenden incidentiecijfers gestandaardiseerd naar de Europese bevolking. Voor de vergelijking tussen screeningsgedetecteerde en niet-screeningsgedetecteerde carcinomen selecteerden we alle CRC’s die in 2015 waren gediagnosticeerd.

Resultaten

Het aantal nieuw gediagnosticeerde CRC’s steeg van 13.028 in 2013 naar 15.185 in 2014, en naar 15.807 in 2015. Deze toename was alleen te zien voor de geboortejaren van de mensen die in dat betreffende jaar waren uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Het percentage mannen was hoger voor de screeningsgedetecteerde carcinomen dan voor de niet-screeningsgedetecteerde carcinomen (62 vs. 55%). Tevens waren de screeningsgedetecteerde carcinomen vaker linkszijdig in de darmen gelokaliseerd (76 vs. 64%). Het percentage patiënten met CRC stadium I was hoger in de groep met screeningsgedetecteerde carcinomen (48 vs. 16%). Patiënten met screeningsgedetecteerde carcinomen ondergingen vaker een lokale behandeling of alleen resectie zonder adjuvante of neoadjuvante behandeling dan de groep met niet-screeningsgedetecteerde carcinomen.

Conclusie

In de eerste jaren na de introductie van het bevolkingsonderzoek is de incidentie van CRC toegenomen vanwege eerdere detectie. Screeningsgedetecteerde carcinomen hebben een gunstigere stadiumverdeling en deze patiënten ondergaan vaker een minder invasieve behandeling.

Auteursinformatie

Integraal Kankercentrum Nederland, Utrecht.

Dr. M.A.G. Elferink en dr. G.R. Vink (tevens: UMC Utrecht, afd. Medische Oncologie), onderzoekers; prof.dr. V.E.P.P. Lemmens, epidemioloog (tevens: Erasmus MC, afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg).

Erasmus MC, afd. Maatschappelijke Gezondheidszorg, Rotterdam.

E. Toes-Zoutendijk, MSc en dr. I. Lansdorp-Vogelaar, onderzoekers.

Antoni van Leeuwenhoek, afd. Pathologie, Amsterdam en UMC Utrecht, afd. Pathologie, Utrecht.

Prof.dr. G.A. Meijer, patholoog.

AMC, afd. Maag-, Darm- en Leverziekten, Amsterdam.

Prof.dr. E. Dekker, mdl-arts.

Contact dr. M.A.G. Elferink

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning voor dit artikel: E. Toes-Zoutendijk en I. Lansdorp-Vogelaar ontvingen een onderzoeksubsidie van het RIVM voor het monitoren en evalueren van de Nederlandse darmkankerscreening; G.A. Meijer is lid van het nationale comité voor implementatie van darmkankerscreening. Er zijn daarnaast mogelijke belangen gemeld. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Auteur Belangenverstrengeling
Marloes A.G. Elferink ICMJE-formulier
Esther Toes-Zoutendijk ICMJE-formulier
Geraldine R. Vink ICMJE-formulier
Iris Lansdorp-Vogelaar ICMJE-formulier
Gerrit A. Meijer ICMJE-formulier
Evelien Dekker ICMJE-formulier
Valery E.P.P. Lemmens ICMJE-formulier

Reacties