Lijkschouwing of autopsie bij plotse dood?
Open

Nieuws
21-08-2015
Marjolein Swart

De doodsoorzaak die wordt vastgesteld bij autopsie, komt slechts bij 17% van de mensen jonger dan 45 jaar met een plotse dood overeen met de doodsoorzaak die de forensisch arts vaststelt. Dat concluderen Manon Ceelen en haar collega’s in Journal of Forensic and Legal Medicine (2015;34:62-6). Het vaststellen van een doodsoorzaak bij deze overledenen is niet eenvoudig.

Ceelen en collega’s vergeleken de doodsoorzaken die bij plotseling overleden personen waren vastgesteld door forensisch artsen en door autopsie. Zij verzamelden gegevens van 390 personen < 45 jaar die in de periode 2006-2011 plots waren overleden in de regio’s Amsterdam, Utrecht, Groningen en Leiden. Forensisch artsen onderzochten 198 overledenen, van wie 77 autopsie ondergingen (39%); van 70 personen was een autopsierapport beschikbaar.

Forensisch artsen vonden meestal geen solide verklaring voor het overlijden (63%), terwijl autopsie meestal wel specifieke ziektes of afwijkingen als doodsoorzaak opleverde (87%). Autopsie bevestigde dat 73% van de slachtoffers was overleden door een cardiale oorzaak; meestal was dat de doodsoorzaak die door de forensisch arts was verondersteld (87%). Bij drie kwart van de personen die aan een cardiale aandoening waren overleden, werd deze doodsoorzaak echter niet herkend door de forensisch arts. Bij slechts 12 plotse doden kwam de doodsoorzaak die was afgegeven door forensisch artsen overeen met autopsie (17%). De vastgestelde doodsoorzaken kwamen vaker overeen bij mannen en bij overledenen van wie de medische achtergrond bekend was.

Het vaststellen van de doodsoorzaak bij jonge plotse doden is van belang om de gezondheidsrisico’s van familieleden in te kunnen schatten en kan gebruikt worden voor onderzoeksdoeleinden. ‘Idealiter zou bij iedere jonge plotse dode autopsie uitgevoerd moeten worden, vooral wanneer de doodsoorzaak na uitwendig onderzoek onduidelijk is’, aldus de auteurs.