HYPITAT-trial van invloed op beleid en gezondheid moeders

HYPITAT-trial van invloed op beleid en gezondheid moeders
Open

Nieuws
31-10-2011
Lucas Mevius

Sinds de HYPITAT-trial leiden artsen vrouwen met aterme zwangerschapshypertensie of preëclampsie vaker in dan in de periode daarvoor. Dat melden Karin van der Tuuk (UMCG) et al. (BJOG. 2011; epub 10 oktober). Dit verschil kwam vooral naar voren in ziekenhuizen die deelnamen aan het HYPITAT-onderzoek.

In 2009 bleek dat inleiden van de bevalling bij vrouwen met aterme zwangerschapshypertensie of milde preëclampsie tot een betere maternale conditie en lagere kosten leidt, zonder extra risico op een keizersnede. Van der Tuuk et al. vroegen zich af of deelname van ziekenhuizen aan de HYPITAT-trial (oktober 2005 tot maart 2008) van invloed was op de implementatie van de resultaten en op de gezondheid van moeders.

Zij bestudeerden data van de Stichting Perinatale Registratie Nederland uit 2001-2009 en identificeerden vrouwen met zwangerschapshypertensie of milde preëclampsie uit 38 HYPITAT-ziekenhuizen maar ook uit 55 niet-deelnemende ziekenhuizen.

In totaal kregen 22.830 vrouwen vóór, 11.298 vrouwen tijdens en 9513 vrouwen na de HYPITAT-trial een kind. Het aantal vrouwen met een ingeleide bevalling steeg van 58% vóór tot 67% na HYPITAT, voornamelijk omdat deelnemende ziekenhuizen het aantal inleidingen opschroefden (12% versus 5% in niet-deelnemende ziekenhuizen). Voor vrouwen met een zwangerschapsduur langer dan 36 weken daalde het eclampsierisico van 0,85% voor de trial naar 0,19% erna. Ook deze daling was vooral te zien in HYPITAT-ziekenhuizen, waar de prevalentie daalde van 0,95% tot 0,13% (versus van 0,72 tot 0,28% in niet-trialziekenhuizen).

Volgens de auteurs kunnen landelijke trials de praktijk veranderen al voordat de resultaten vertaald zijn in richtlijnen. De revisie van de Nederlandse richtlijnen wordt eind 2011 verwacht.