Anticonceptiepil en trombose: het risico per progestageen
Open

Nieuws
06-07-2015
Esther van Osselen

Anticonceptiepillen van de derde generatie bezorgen gebruiksters een sterker verhoogd risico op veneuze trombose dan tweedegeneratiepillen, met uitzondering van anticonceptiva met norgestimaat als progestageen.

Dat blijkt uit een Britse patiënt-controlestudie in ruim 1300 huisartsenpraktijken, die ruim 10.000 vrouwen met veneuze trombose vergeleek met meer dan 40.000 controles (BMJ. 2015;350:h2135). Dankzij het grote aantal deelneemsters konden Yana Vinogradova (University of Nottingham) en collega’s verschillende progestagenen vergelijken. De anticonceptiepil bevat doorgaans ethinylestradiol als oestrogene component, het progestageen wisselt.

Alle anticonceptiepillen verhogen het risico op trombose. Voor tweedegeneratiepillen met levonorgestrel of norethisteron geldt – net als voor het derdegeneratieprogestageen norgestimaat – een relatief risico van ongeveer 2,5. Dat zorgt voor 6 tot 7 extra gevallen per 10.000 vrouwen per jaar. Progestagenen van de derde en vierde generatie als desogestrel, gestodeen, drospirenon en cyproteron ongeveer 4 keer – per 10.000 vrouwen gaat het dan om 11 (gestodeen) tot 14 (cyproteron en desogestrel) tromboses. De Diane-pil (met cyproteron), die de afgelopen jaren in een kwaad daglicht kwam te staan vanwege het verhoogde risico op trombose, doet het dus niet slechter dan andere pillen van de derde en vierde generatie.

Net als in Nederland was in dit onderzoek levonorgestrel het meest voorgeschreven progestageen. In Nederland slikte in 2013 drie kwart van de 2 miljoen pilgebruiksters dit progestageen (PW.2013; 17 januari). Overigens was alleen voor levonorgestrel het tromboserisico in de eerste 3 maanden van gebruik sterker verhoogd dan bij langdurig gebruik. Belangrijk is ook om te beseffen dat 70% van de patiëntes met trombose – allen vrouwen in de vruchtbare leeftijd – géén orale anticonceptiva gebruikten.