Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie

Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1998;142:1842-4
Download PDF

artikel

Vergadering gehouden op 21 maart 1998 te Eindhoven

H.C.M.van der Velde en E.J.Buijs (Utrecht), Gabapentine bij neuropathische pijnklachten

Gabapentine is een nieuw anti-epilepticum gebruikt als adjuvanstherapie bij partiële epilepsie. Recente gevalsbeschrijvingen tonen aan dat het middel ook effectief is bij de behandeling van neuropathische pijnklachten.1-3 De farmacodynamische eigenschappen zijn nog onopgehelderd. De bijwerkingen zijn mild en er treedt bij het gebruik geen leverenzyminductie op. Het middel is in Nederland niet geregistreerd.

Patiënten en methode

In 1997 hebben 72 patiënten, voor therapieresistente neuropathische pijnklachten in behandeling bij de polikliniek voor Chronische Pijnbestrijding van het Academisch Ziekenhuis Utrecht, een proefbehandeling ondergaan met gabapentine. De dosering werd gestart met 100 tot 400 mg 1 maal per dag, afhankelijk van onder andere gewicht en geslacht, en opgehoogd in 3 weken tot maximaal 800 mg 3 maal per dag. Na 3 weken werd het effect geëvalueerd. Van 63 patiënten werden de gegevens verzameld.

Resultaten

Van de 63 patiënten gebruikte 97 voorheen een anti-epilepticum en (of) een antidepressivum zonder voldoende resultaat. Met gabapentine had 41 een betere pijnstilling dan met de vorige medicatie; 89 had een gelijke of betere pijnstilling (tabel 1). Met name bij aangezichtspijn en perifere neuropathie werd een betere pijnstilling gevonden.

Van de patiënten ondervond 30 bijwerkingen van gabapentine. Er was geen verband tussen de dosering en het optreden van bijwerkingen. Ook werd geen relatie gezien tussen de dosering en de werkzaamheid van gabapentine. Van de patiënten met een betere pijnstilling staakte toch 35 het gebruik van gabapentine in verband met kosten en bijwerkingen.

Conclusie

In ons onderzoek ondervond 41 van de patiënten met neuropathische pijnklachten een betere pijnstilling met gabapentine dan met de oude medicatie. Er moet worden gestreefd naar registratie van het middel in Nederland.

J.A.J.van Meggelen, D.G.Snijdelaar en H.G.Kho (Nijmegen), Laagfrequente transcutane paravertebrale stimulatie van acupunctuurpunten voor postoperatieve pijnbehandeling; een klinisch, gerandomiseerd, dubbelblind onderzoek bij patiënten na radicale prostatectomie

In een recent klinisch onderzoek werd een aanzienlijk opiaatsparend effect gezien van de peroperatieve toepassing van laagfrequente transcutane paravertebrale stimulatie van acupunctuurpunten in combinatie met ooracupunctuur bij patiënten onder algehele anesthesie.1 Nadien werd ook postoperatief een opiaatsparend effect beschreven;2 dit betrof echter een pilotonderzoek bij een heterogene groep patiënten, die diverse operatieve ingrepen ondergingen. In het huidige onderzoek werden de postoperatieve effecten van de toepassing van laagfrequente transcutane paravertebrale stimulatie van acupunctuurpunten onderzocht in een homogene groep patiënten, die eenzelfde operatie ondergingen.

Methode

Er werden 40 patiënten die een radicale prostatectomie ondergingen in het onderzoek ingesloten. Vóór de inleiding van de anesthesie werden bij alle patiënten ECG-elektroden op de rug aangebracht op 8 acupunctuurpunten gelegen op de zogenaamde blaas-meridiaan. De elektroden werden paravertebraal gepaard aangebracht; het hoogste paar op niveau TVII en het laagste paar op niveau LIII. Peroperatief werd bij alle patiënten een gestandaardiseerde algehele anesthesietechniek toegepast. Vlak voor de uitleiding van de anesthesie werden de patiënten gerandomiseerd in 2 groepen; in groep 1 werden de elektroden gestimuleerd met een intensiteit van 10 mA en een frequentie van 5 Hz door middel van een Doltron-elektrostimulatieapparaat (Dolron AG; Usten, Zwitserland), in groep 2 werd de intensiteit op 0 mA ingesteld. Deze instelling bleef gehandhaafd tot en met de ochtend van de 2e postoperatieve dag. Zowel de patiënt als de onderzoeker was niet op de hoogte van de instelling van de stimulator. Beide groepen hadden de beschikking over een ‘patient-controlled analgesia’-pomp gevuld met morfine (instelling 0,015 mg/kg; blokkeertijd tussen 2 toedieningen 10 min). De volgende metingen werden gedaan: morfinegebruik, pijnscore (visueel-analoge schaal (VAS)), stemmingsscore (VAS), pijnintensiteit, piekstroom en bijwerkingen. Deze metingen werden gedaan op 6 tijdstippen: bij aankomst op de verkoeverkamer, na 1 en 3 h verblijf in de verkoeverkamer, op de ochtend en de avond van de 1e postoperatieve dag en tenslotte op de ochtend van de 2e postoperatieve dag.

Resultaten

Uiteindelijk konden 18 patiënten per groep geëvalueerd worden. Er werd geen verschil gevonden in de demografische gegevens en de operatieduur. Voor wat betreft het morfinegebruik kon op geen van de meettijdstippen een significant verschil tussen beide groepen worden aangetoond. Hetzelfde gold voor de andere gemeten parameters.

Conclusie

De door ons onderzochte methode om postoperatieve analgesie te verzorgen door middel van laagfrequente transcutane paravertebrale stimulatie van acupunctuurpunten is niet effectief gebleken bij patiënten na radicale prostatectomie.

J.E.H.M.Vet, E.J.Krommendijk, G.A.Dekker en J.J.de Lange (Amsterdam), Epidurale analgesie tijdens de partus; pijnstilling, neveneffecten en partusbeloop

Epidurale analgesie bestrijdt pijn tijdens de partus effectief. Door middel van retrospectieve analyse van de periode februari 1995 tot januari 1997 werden effecten en neveneffecten van het gebruikte protocol voor epidurale analgesie en de mogelijk nadelige invloed op het partusbeloop onderzocht.1

Methode

Protocol: epidurale analgesie LII-LIII met bolus bupivacaïne 10 ml 0,125 en fentanyl 5 ?g/ml, met streefdoel sensibel blok tot TX; gevolgd door continue infusie 10 ml/h bupivacaïne 0,125 met fentanyl 2 ?g/ml tot volledige ontsluiting. Registratie van: indicatie, score op visueel-analoge schaal (voor en na inwerking bolus en tijdens uitdrijving) en neveneffecten. Het partusbeloop werd vastgelegd in: uitdrijvingstijd (stadium II, volledige ontsluiting tot uitdrijving), baringsvorm (spontaan of kunstmatig (forcepsverlossing, vacuümextractie, sectio caesarea), natuurlijk of ingeleid/voortgeleid met oxytocine). Dit werd bekeken voor primaparae en multiparae. Bij de neonaten werd de Apgar-score na 1 en 5 min bepaald. Bij 1788 patiënten met klasse I/II volgens de criteria van de American Society of Anesthesiologists en met een amenorroeduur > 37 weken werd het effect van epidurale analgesie (n = 180) op het partusbeloop vergeleken et dat van geen epidurale analgesie (n = 1608).

Resultaten

De meeste indicaties voor epidurale analgesie betroffen: niet-vorderende ontsluiting, onverdraagbare pijn, uitputting en in- of voortleiding met oxytocine. Gemiddelde VAS-scores: 8,9-2,3-4,3. Neveneffecten: jeuk 8,3, misselijkheid 2,2 en braken 1,1. Tabel 2 vermeldt uitdrijvingstijden en frequenties van kunstverlossingen en sectio's (?2-toets; p

Conclusies

Epidurale analgesie bestrijdt pijn effectief tijdens de partus en geeft een aanvaardbare restanalgesie tijdens uitdrijving. Retrospectief wordt met epidurale analgesie een hogere incidentie van sectio caesarea gezien. Het aantal kunstverlossingen bij epidurale analgesie lijkt procentueel groter over de gehele groep, met uitzondering van primiparae met een natuurlijk of voortgeleid partusbeloop. Er werd geen verschil gevonden voor Apgar-score, arteriële pH of geboortegewicht.

P.de Laat, F.H.van der Veen, P.Steendijk, R.J.V.Batista en J.J.Schreuder (Maastricht; São Paulo, Brazilië), Acute effecten van partiële linker ventriculectomie bij patiënten met chronisch hartfalen

Het doel van dit onderzoek was om de perioperatieve effecten van partiële linker ventriculectomie, volgens de Batista-procedure, bij patiënten met chronisch hartfalen te evalueren met behulp van druk-volumerelaties van het linker ventrikel.1 2

Methode

Druk-volumerelaties van het linker ventrikel werden gemeten bij 7 patiënten met dilatatoire cardiomyopathie, die in Brazilië een partiële ventriculectomie ondergingen. Gecombineerde micromanometerkatheters werden geplaatst in het linker ventrikel en continue druk-volumerelaties werden gemeten op verscheidene momenten tijdens de operatie (n = 7) en gedurende de rekatheterisatie (n = 4) 2-5 dagen na de operatie.

Resultaten

Tijdens de operatie stegen de ‘cardiac index’ (hartminuutvolume per m2 lichaamsoppervlakte) en ejectiefractie van respectievelijk 1,5 (SD: 0,5) l/m2 tot 2,5 (SD: 0,5) l/m2 (p 2 (p

Hartfrequentie, slagvolume, einddiastolische en eindsystolische linkerventrikeldruk, contractieverloop in de tijd (+dP/dt) en relaxatieverloop in de tijd (dP/dt) veranderden niet significant. Tijdens de rekatheterisatie waren, vergeleken met de preoperatieve uitgangswaarden, de cardiac index, de ejectiefractie en +dP/dt toegenomen en daarnaast waren de wandspanning, einddiastolische linkerventrikelvolume en dP/dt afgenomen. Alle patiënten vertoonden een verbeterde synchronisatie van de segmentale contractie-relaxatiepatronen van het linker ventrikel.

Conclusie

De resultaten tonen markante acute veranderingen en kortetermijnveranderingen in de hemodynamiek. Deze zijn toe te schrijven aan een gereduceerde wandspanning en een verbeterde synchronisatie van de contractie.

Literatuur
  1. Mellick GA, Mellick LB. Reflex sympathetic dystrophytreated with gabapentin. Arch Phys Med Rehabil 1997;78:98-105.

  2. Rosner H, Rubin L, Kestenbaum A. Gabapentin adjunctivetherapy in neuropathic pain states. Clin J Pain 1996;12:56-8.

  3. Sist TC, Filadora 2nd VA, Miner M, Lema M. Experience withgabapentin for neuropathic pain in the head and neck: report of ten cases.Reg Anesth 1997;22:473-8.

  4. Kho HG, Eijk RJ, Kapteijns WM, Egmond J van. Acupunctureand transcutaneous stimulation analgesia in comparison with moderate-dosefentanyl anaesthesia in major surgery: clinical efficacy and influence onrecovery and morbidity. Anaesthesia 1991;46:129-35.

  5. Snijdelaar DG, Kho HG. Electro-acupuncture increases thequality of life after major urological abdominal surgery; a preliminaryreport. International Monitor on Regional Anaesthesia: special abstractissue, XIV. Annual ESRA Congress, Prague. Bussum: Medicom,1995:27.

  6. Chestnut DH. Epidural analgesia and the incidence ofcesarean section: time for another close look. Anesthesiology1997;87:472-6.

  7. Batista RJV. Partial ventriculotomy for diameter heartsurgery. BAM 1997;7:57-60.

  8. Batista RJV, Santos JL, Takeshita N, Bocchino L, LimaPN, Cunha MA. Partial left ventriculotomy to improve left ventricularfunction in end-stage heart disease. J Card Surg1996;11:96-8.

Auteursinformatie

Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, p/a Postbus 20.063, 3502 LB Utrecht.

Th.H.N.Groenland, coördinator wetenschappelijke vergaderingen.

Gerelateerde artikelen

Reacties