Moet arts vragen van de WVGGZ-rechter beantwoorden?

Perspectief
A.C. (Aart) Hendriks
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2018;162:D2373

Rectificatie

Per 18 maart 2020 heeft de auteur dit artikel geüpdatet.

In de serie ‘Juridische vraag’ geeft een jurist antwoord op een vraag waarvoor artsen in de praktijk vaak worden gesteld.

Vraag

Moet een arts vragen van de WVGGZ-rechter beantwoorden?

Juridische achtergrond

Sommige patiënten zijn psychisch flink in de war. Dat kan het gevolg zijn van bijvoorbeeld schizofrenie, drank- en middelenmisbruik, een persoonlijkheidsstoornis of een andere beperking. Deze psychische stoornissen kunnen ertoe leiden dat de betrokkene een gevaar vormt voor zichzelf of voor anderen. Het is dan gewenst dat zij zich onder behandeling stellen. Maar wat als deze patiënt niet bereid is zich te laten behandelen?

De wet voorziet in de mogelijkheid om patiënten met een psychische stoornis ook verplicht te behandelen, thuis of in een accommodatie (instelling). Dit kan op grond van de sinds 1 januari 2020 geldende Wet Verplichte GGZ (WVGGZ). Deze wet is samen met de Wet Zorg en Dwang (WZD) de opvolger van de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (Wet BOPZ).1 Om tot verplichte behandeling over te kunnen gaan moet de officier van justitie bij de…

Auteursinformatie

Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, departement Publiekrecht, Leiden.

Contact Prof.mr.dr. A.C. Hendriks, jurist (a.c.hendriks@law.leidenuniv.nl)

Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Juridische vragen

Gerelateerde artikelen

Reacties