Meneer Justin en zwervende suikers

Igor van Laere
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2009;153:B106

Amsterdam heeft naar schatting 2000 tot 3000 dak- en thuislozen. De meerderheid wordt gevormd door mannen tussen de 40 en 50 jaar. Een derde is verslaafd aan alcohol en bijna de helft aan harddrugs. Bijna 1 op de 5 heeft een verleden in een psychiatrische kliniek. Hun lichamelijke conditie is slechter dan die van de wonende burger. Voor daklozen die te ziek zijn voor de straat, maar niet ziek genoeg voor opname in een ziekenhuis, is op de Amsterdamse wallen een ziekenboeg beschikbaar in sociaal pension De Gastenburgh. In dit door majoor Bosshardt opgerichte pand bieden Leger des Heils-medewerkers opvang en zorg, in samenwerking met sociale en medische hulpverleners die in huis komen. Sinds 1995 kom ik hier op huisbezoek.

De afgelopen jaren heb ik in De Gastenburgh een bonte verzameling zieke daklozen mogen ontmoeten. Tien jaar terug zagen wij vooral heroïnegebruikers met aids. Nu staan de cocaïnegebruikers en alcoholisten met chronisch longlijden op de voorgrond. Misschien letten we er beter op, maar de laatste tijd zien we opvallend veel mannen met een verstandelijke beperking. Na een periode van observatie en diagnostiek kan naar een passende vervolgplaats worden gezocht. De wachtlijsten zijn lang.

Zo werd een verwaarloosde man van 60 jaar binnengebracht. We noemen hem meneer Justin. Na beoordeling bleek er sprake van uitputting, vermagering, hypertensie, wazig zien, slecht gebit, alcoholfoetor, matige longfunctie en loopvoeten, bij een slecht ingestelde diabetes.

Meneer Justin had de lagere technische school niet afgemaakt. Hij werkte bij de gemeentereiniging. Hij trouwde en jarenlang ging hij graag een balletje biljarten met zijn broer. Hij lustte wel een biertje. Maar sinds twee jaar had zijn broer geen contact meer met hem. Hoe het mis was gelopen, kon hij me niet zeggen.

Ik belde zijn huisarts en die vertelde dat patiënt bekend was wegens suikerwisselingen, waarbij hij, al dan niet met een slok op, ook agressief gedrag kon vertonen. Na enkele huiselijke incidenten en justitiecontacten mocht hij niet meer bij zijn vrouw in de woning terug. Enkele weken liep hij zwervend door de stad, zonder medicatie en voetverzorging. Totdat hij uitgeput onder een brug werd aangetroffen en opgenomen in de ziekenboeg. Schoenen uit.

Er zat een lelijke loopvoet verborgen in een zwerversschoen, die hij ongeveer twee weken niet had uitgetrokken. De voet toonde schilfering en oedeem. Op de wreef zat een groot ulcus met een verheven rand. Vanwege een niet-pluisgevoel over een zwart verkleurde plek bij zijn grote teen werd hij met het busje van het Leger des Heils naar de chirurg gebracht. Die keek ernstig en gaf advies.

Terug in de ziekenboeg ging meneer Justin dagelijks in een voetbad. De bloeddruk kalmeerde en zijn longen kregen puffers. De zwervende suikers daalden naar veilige hoogten. Er werd contact gelegd met zijn broer. Meneer Justin was blij met diens bezoek, want hij bracht rotikip met schone kousenband. Meneer Justin is goed hersteld. Een teenamputatie is hem gelukkig bespaard gebleven.

Mijn waardering gaat uit naar het Leger des Heils-personeel. Deze bijzondere medewerkers laten zien hoe men zieke daklozen weer op de been kan helpen.

Reacties