In memoriam prof.dr.J.F.Hampe.

J.F.M. Delemarre
W. Misdorp
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1995;139:150
Download PDF

Met Jan Hampe is een origineel mens heengegaan. Die originaliteit kwam zowel in zijn professionele leven als in zijn privéleven tot uitdrukking. Hij heeft voor de medische professie veel betekend. Hij was meer patholoog-ziektekundige dan patholoog-anatoom. Dat bleek ook uit zijn bijdragen aan drie sectoren: het onderwijs, de patiëntenzorg en het onderzoek. Hampe was een geboren didacticus. Hij trok volle collegezalen, ook in de jaren zestig, toen het gezag van vele docenten toch vrij discutabel was. Ook voor zijn naaste medewerkers, zoals De Jager en ondergetekenden, was Hampe een goede leermeester.

De zorg voor patiënten, met name kankerpatiënten, lag hem na aan het hart. Mede met het oog op verbeterde behandeling was hij erg betrokken bij nauwe samenwerking tussen clinici en pathologen. In de patiëntenbesprekingen legde hij vooral de nadruk op goede verslaggeving. De histopathologische diagnostiek was bij Hampe in goede handen; hij was een vraagbaak voor veel pathologen. Ook internationaal werd hij gerespecteerd. Hij maakte deel uit van het panel dat voor de Wereldgezondheidsorganisatie de histologische typering van mammatumoren bij de mens verzorgde.

Op het gebied van het onderzoek betrad hij enkele nog slecht gebaande paden. Het eerste pad was dat van de normaliteit. Zijn vaak herhaalde vraag: ‘wat is normaal?’ zorgde nogal eens voor gemengde gevoelens van hilariteit, spot en toch ook respect. Hij ging zelf de vraag naar de kennis van de normaliteit, als basis voor beoordeling van abnormaliteit, niet uit de weg. Vanuit de door hem opgerichte ‘mammaclub’ werd de normaliteit van de mamma zeer nauwkeurig door drie promovendi (Kluck, Wackers en Wuite) bestudeerd. Als promotor was hij ook betrokken bij de dissertaties van Themans (over carcinomen van de neusbijholten), Delemarre (precarcinoom van de larynx) en Oomen (micro-anatomie van de lever).

Het tweede pad was dat van de vergelijkende studie van spontane tumorziekten bij (huis)dieren en mens. Hampe was actief betrokken bij het opbouwen van de vergelijkende oncologie en heeft ook met plezier bijgedragen aan de tumoratlas van de Wereldgezondheidsorganisatie over tumoren bij huisdieren. Het heeft hem verheugd dat het in Amsterdam toch moeilijk begaanbare pad zich in Utrecht aan de Faculteit der Diergeneeskunde heeft verbreed tot een begaanbare weg.

Ondanks zijn soms zeer drukke werkkring heeft Hampe ook bijgedragen aan het organisatieleven door jarenlang als voorzitter te fungeren van de Nederlandse Patholoog-Anatomenvereniging, nu geheel in zijn geest Nederlandse Vereniging voor Pathologie geheten. Ook nog na zijn emeritaat heeft hij ten behoeve van het borstkankeronderzoek adviezen verstrekt aan de Gezondheidsraad. Ook was hij al vroeg betrokken bij de organisatie van het toemalige Universitaire Kankercentrum, nu Integraal Kankercentrum Amsterdam.

Hampe was voortdurend aan het zoeken naar zingeving. Dat bleek ook bij zijn afscheid van het Van Leeuwenhoekhuis toen hij de daar gevestigde Kankerbibliotheek verrijkte met een bijbel, een koran en een bagavath gita.

In zijn omgang met mensen was er het spanningsveld tussen toewijding en onthechting. Hij voelde zich verantwoordelijk voor zijn medewerkers. Dat kwam onder meer tot uiting bij de door hem georganiseerde feesten op de botter of op zijn fraaie boerderij in Beets, waar hij een royale gastheer was. De laatste negen jaar van zijn leven heeft Hampe het geluk van de liefdevolle relatie met zijn vrouw Tonny mogen smaken. Wij wensen vooral Tony en ook Bertien, Hein en Florus toe dat zij in dankbare herinnering het grote verlies kunnen dragen.

Gerelateerde artikelen

Reacties