In memoriam J.van der Heide.

De Hoofdredactie
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2001;145:329-30
Download PDF

- Op 16 januari 2001 overleed te Amsterdam Jan van der Heide, oud-huisarts en oud-hoofdredacteur-secretaris van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, in de leeftijd van 76 jaar. Hij werd geboren op 5 februari 1924 te Arnhem en werd bevorderd tot arts in 1952, nadat zijn studie geneeskunde in Utrecht onderbroken was in de oorlogstijd. Hij vestigde zich in Arnhem als huisarts en zou dat 25 jaar blijven. Zijn patiënten kwamen voor hem - naast zijn gezin - op de eerste plaats, maar ook goede collegiale verhoudingen waren voor hem belangrijk. Als secretaris van de afdeling Arnhem en Omstreken van de KNMG organiseerde hij mede het vierdaagse ledencongres in 1959, dat een groot succes werd. Voorts heeft hij zich ingezet voor de verlaging en afschaffing van de goodwillkosten, die door de gebeurtenissen in de oorlog hoog waren voor aantredende artsen. Hij richtte daartoe met anderen de Stichting Officium Nobile Arnhem op, die uiteindelijk leidde tot een landelijke organisatie. Het bleek mogelijk met notaris- en accountantshulp een fiscaal sluitend plan te verwezenlijken waardoor komende en gaande artsen de goodwillrechten gemakkelijker konden overdragen. Door de oprichting van de pensioenfondsen voor huisartsen en later voor specialisten raakten de werkzaamheden van de stichting achterhaald. Van der Heide was jarenlang parttimehuisarts en staflid van een instelling voor verstandelijk gehandicapte kinderen. Vanaf 1970 gaf hij samen met de microbioloog Zanen en de klinisch apotheker Kutsch Loyenga een maandelijks tijdschrift uit voor artsen en apothekers in de regio Arnhem met daarin praktisch nieuws.

In april 1976 trad hij toe tot de hoofdredactie van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde als secretaris. Zijn aandacht richtte hij op de organisatie van het redactiekantoor, de logistiek van de ingezonden kopij en in het bijzonder op de breedte van de inhoud van het Tijdschrift. Zijn ervaring als huisarts en de brede belangstelling die hij had naast zijn interesse voor de geneeskunde kwamen hem zeer van pas bij het voorstellen van themanummers, zoals de afleveringen in 1985 over de oorlog in Nederland en in Azië, en bij de bundeling van artikelen over één onderwerp (diabetes mellitus, mondheelkunde en farmacotherapie). Hij was een vurig voorstander van de kantoorautomatisering en van de halfjaarlijkse stageplaats voor een pas afgestudeerde arts. Maar bovenal was hij een strenge, erudiete redacteur, die met veel geduld, vriendelijkheid en geheel eigen humor het werk van auteurs corrigeerde tot bondig en helder Nederlands, begrijpelijk voor iedere arts en ouderejaarsstudent - zodanig dat de meesten meenden altijd al zo te hebben geschreven. Ook voor de Vereniging Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde heeft hij veel betekend. De viering van het 125-jarig bestaan was een hoogtepunt, de medisch-historische bibliotheek lag hem na aan het hart en schenkingen en legaten om de verzamelingen van de Vereniging uit te breiden, ontving hij dankbaar. Hij herintroduceerde de penning van Donders als Verenigingspenning, ondersteunde de cursus voor jonge auteurs van harte en ontwierp de penning die jaarlijks wordt uitgereikt aan de winnaar van de Jonge-auteursprijs. Na zijn pensionering eind 1989 bleef hij bij Tijdschrift en Vereniging betrokken. Hij werd de curator van de medische-penningenverzameling en completeerde die in de loop der jaren nagenoeg volledig overeenkomstig het vastgestelde verzamelprofiel. Hij becommentarieerde de inhoud van het Tijdschrift en zo nodig de makers ervan wanneer hij daar aanleiding toe zag. Hij was een trouw bezoeker van de vergaderingen van de Vereniging en liet zijn stem daar met regelmaat horen. Voor zijn verdiensten kreeg hij in 1996 bij de viering van het 140-jarig bestaan zelf de Donders-penning uitgereikt. Toen bestuur en hoofdredactie een hoofdredacteur zochten voor een gedenkboek over de periode 1957-2006 ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan, was hij de meest voor de hand liggende kandidaat vanwege zijn kennis, anciënniteit en inzicht in de geschiedenis van Vereniging en Tijdschrift. Hij nam die taak vereerd en voortvarend op zich, maar heeft die helaas niet kunnen voltooien.

Van der Heide was een bijzonder mens. Hij was een voortreffelijk huisarts en een buitengewone hoofdredacteur-secretaris. Hij had een scherpe kijk op hoofd- en bijzaken, was in staat zich in de rol van lezer en van schrijver te verplaatsen en was een behulpzaam, maar kritisch bemiddelaar tussen auteurs, referenten en lezers. Achter zijn deftigheid en onnavolgbare redeneertrant ging een warme persoonlijkheid schuil, begaan met velen uit zijn omgeving. Hij was kunstzinnig en goed onderlegd in geschiedenis en cultuur. Velen zullen zich zijn raadgevingen, adviezen en vaderlijke belangstelling herinneren. Gedurende zijn korte ziekteperiode heeft hij zich bewonderenswaardig ingezet om af te maken en over te dragen wat hij belangrijk vond en heeft hij van velen, ook buiten zijn directe familiekring, op zijn geheel eigen wijze afscheid genomen. Tijdschrift en Vereniging zijn hem bewondering en veel dank verschuldigd. Wij wensen Jet, zijn kinderen en kleinkinderen, zijn overige familieleden en allen die hem dierbaar waren alle sterkte om hun verlies te kunnen dragen.

Gerelateerde artikelen

Reacties