In memoriam dr.A.Nap.

J.W. Koten
M. Timmer
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148:750-1
Download PDF

- Binnen de groep naoorlogse verzekeringsartsen verdient Albert Nap stellig een ereplaats. Nap is nauw betrokken geweest bij de stelselwijziging van de oude Invaliditeitswet/Ongevallenwet (IW/OW) naar de nieuwe Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Toen deze ontwikkeling niet de vorm kreeg die hij zich voorstelde, uitte hij voorspellende twijfels over de uitvoerbaarheid van de WAO, die later profetisch zouden blijken. Zo pleitte hij al in 1968 voor een integratie van medische diensten. Had men beter naar zijn inzichten geluisterd dan zouden vermoedelijk de huidige drastische maatregelen niet nodig zijn geweest.

Nap werd in 1917 geboren in een sterk gereformeerd Gronings middenstandsgezin waar hard werken, spaarzaamheid en discipline spreekwoordelijk waren. Hij studeerde geneeskunde in Groningen, waar hij later – in 1942 – ook een solopraktijk opende. Toen volgden moeilijke oorlogsjaren (hij verbleef in kamp Amersfoort). In 1947 werd hij als militair arts opgeroepen voor uitzending naar Indonesië. Zijn vrouw bleef met 3 kleine kinderen in Nederland. Na zijn terugkeer (in 1950) moest Nap zijn vroegere praktijk weer opbouwen. Na 2,5 tropenjaren ervoer hij dit als een cultuurschok.

Geleidelijk aan raakte Nap betrokken bij de uitvoering van de IW/OW. Daarnaast hadden de sociaal-medische organisaties zijn belangstelling. Nap was een begenadigd spreker, hij was rustig en doortastend en beschikte over bestuurlijke talenten. Zodoende belandde hij weldra in een groot aantal uiteenlopende bestuursfuncties in kerk, staat en maatschappij.

Naps talenten bleven niet onopgemerkt. Toen de functie van adjunct-medisch adviseur bij de Sociale Verzekeringsbank vaceerde, was het duidelijk dat men Nap voor deze betrekking op het oog had. Na zijn benoeming werd hij tevens universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit (VU) voor het geven van onderwijs in de sociale verzekeringen. Zijn dissertatie Verzuimde botfracturen, over gevallen die hem in zijn verzekeringspraktijk ter kennis waren gekomen, zou internationaal veel belangstelling trekken.

Nadat de IW/OW waren vervangen door de WAO, kreeg Nap een staffunctie bij de Gemeenschappelijke Medische Dienst (GMD). Uit deze periode stamt ook het boek Validiteitschattingen, een uniek werk dat door veel verzekeringsartsen werd geraadpleegd. Daarnaast had hij nog vele andere functies; hij was onder meer lid van de Specialisten Registratie Commissie en de Stichting Centrum voor Onderzoek in het Verzekeringsrecht. In 1980 nam hij afscheid van de GMD. Voor zijn vele verdiensten werd hem een koninklijke onderscheiding toegekend: hij werd benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Na zijn pensionering bleef Nap maatschappelijk zeer betrokken. Zo was hij bestuursvoorzitter van het VU-ziekenhuis en vice-voorzitter van de Valeriuskliniek in Amsterdam en bekleedde hij bestuursfuncties bij het Integraal Kankercentrum Amsterdam en de Commissie Ziekenhuispastoraat Amsterdam.

Nap had een onvoorstelbare werklust die was gekoppeld aan een brede eruditie. Hij bleef in zijn hart een wat steile Groninger: recht in de leer, vasthoudend en sociaal bewogen. Hij stond voor zijn mening en schuwde het conflict niet. Maar hij had ook een verrassend brede visie, kende het compromis en wist te relativeren. De confrontatie met andere culturen tijdens zijn tropentijd had hem geleerd over de eigen grenzen heen te kijken. Nap was een gezellig causeur en kon aanstekelijk lachen. Van zijn gezelschap werd je altijd wijzer.

Door de dood van dr.A.Nap hebben we afscheid moeten nemen van een verzekeringsarts van formaat. Ons medeleven gaat uit naar zijn vrouw, zijn kinderen en zijn kleinkinderen.

Gerelateerde artikelen

Reacties