In memoriam Ch.A.Hannik.
Open

Personalia
10-03-1996
H.C. Rümke en H.H. Cohen

– Op 4 februari 1996 is de kinderarts Charlotte A.Hannik overleden. Zij werd 74 jaar. Lo Hannik was een markante vrouw die op een bijzonder eigen wijze haar liefde en verantwoordelijkheid voor al ‘haar’ kinderen in Nederland vorm heeft gegeven. Na haar studie geneeskunde in Amsterdam werkte zij van 1950 tot 1953 op de afdeling Infectieziekten van het Wilhelmina Gasthuis bij prof.J.E.Minkenhof. Daar deed zij een indrukwekkende ervaring op met toen nog op grote schaal voorkomende ziekten als difterie, kinkhoest, roodvonk en tuberculose, waarvan vele inmiddels onder controle zijn, of verdwenen. Vervolgens specialiseerde zij zich tot kinderarts bij prof.G.M.H.Veeneklaas te Leiden.

In 1957 organiseerde zij bij de Geneeskundige Hoofdinspectie te Den Haag de vaccinatiecampagne tegen poliomyelitis. Deze campagne duurde tot 1960 en had een groot bereik: ruim 90 van de naoorlogse generatie werd minstens driemaal gevaccineerd. Kinderverlamming kwam binnen enkele jaren onder controle.

In 1962 volgde haar aanstelling aan het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV), waar zij werd belast met het onderzoek van bijwerkingen van vaccins, in het bijzonder het kinkhoestvaccin, een van de componenten van het DKTP-vaccin dat aan alle zuigelingen werd aangeboden in het Rijksvaccinatieprogramma. Op het gebied van vaccinbijwerkingen werd zij als autoriteit veel geraadpleegd, in tientallen adviescommissies in en buiten Nederland. Ook gaf zij vele lezingen over ‘praktische vaccinologie’. Voor velen was Hannik een vraagbaak en steun bij de uitvoering van vaccinaties. Vanuit haar rijke ervaring hamerde zij op de ernst van de ziekten die met de – niet altijd comfortabel verlopende – vaccinaties werden bestreden, en zij wees erop dat die ziekten door de vaccinaties bijna verdwenen waren. Zij kende de vragen en onzekerheden die artsen en verpleegkundigen, maar zeker ook ouders hebben met betrekking tot vaccinaties en bijwerkingen. Zij behandelde ongeruste ouders van kinderen met een mogelijke vaccinbijwerking altijd met respect, maar zei het ronduit als een reactie wel ernstig leek, maar dat niet was. Door haar optreden liet zij persoonlijk zien dat de Nederlandse overheid (door Hannik steevast ‘Het Rijk’ genoemd) serieus aandacht gaf aan de schaduwkanten van het vaccinatieprogramma.

In ons land werden vaccinaties al snel vrijwel volledig geaccepteerd. In het Verenigd Koninkrijk echter daalde in 1974 de vaccinatiegraad sterk na de publieke bewering van prof.G.T. Stewart dat kinkhoestvaccinatie hersenbeschadiging zou veroorzaken. Niet alleen daar, maar ook in Zweden, Duitsland en Japan ontstonden grote kinkhoestepidemieën met tientallen sterfgevallen en honderden complicaties. Gelukkig niet in ons land, mede dankzij Hanniks persoonlijke aandacht voor en kennis van deze problematiek en haar diepe besef dat de vaccinaties moesten doorgaan, nu kinkhoest praktisch was verdwenen juist door de vaccinaties. Stewart kreeg later ongelijk, ook in de Engelse rechtbank waar Hannik als getuige-deskundige was gevraagd. Nu zeggen internationale experts eensgezind dat kinkhoestvaccinatie veilig is en kinderen niet beschadigt, ondanks de soms vervelende, maar voorbijgaande reacties.

Hannik hield verder namens de RIV(M)-directie toezicht op de productie- en controleprotocollen van de laboratoria belast met de bereiding van vaccins. Zij had veel gevoel voor humor, maar werd door haar soms vierkante presentatie niet altijd begrepen. Haar loopbaan werd in 1982 bekroond met een benoeming tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Door haar vele en vaak versnipperde werk publiceerde zij helaas weinig over haar rijke ervaring. Het is tragisch dat haar carrière stil eindigde. In 1986 ging zij met pensioen; twee kinderartsen volgden haar op. Zij verheugde zich op een ontspannen genieten van het leven. Helaas kreeg zij al snel meer last van haar ernstig astma. Haar grote interesse voor nieuwe ontwikkelingen, vooral voor de nieuwe acellulaire kinkhoestvaccins, bleef echter.

Hannik heeft vanuit het RIV(M) de Nederlandse kinderen een grote dienst bewezen met haar inzet voor het Rijksvaccinatieprogramma. Deze bijzondere – bijna gedreven – betrokkenheid kwam voort uit een groot gevoel van verantwoordelijkheid voor de gezondheid van kinderen. Hoewel tijden en inzichten veranderd zijn, is haar instelling ook nu nog een voorbeeld voor ons huidige werk.