Lokale behandeling met calcineurine-remmers voor vulvaire lichen sclerosus

Onderzoek
Marloes S. Maassen
Helena C. van Doorn
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A3908
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

Overzicht verschaffen in de bestaande literatuur over de lokale behandeling van vulvaire lichen sclerosus, een chronische inflammatoire huidaandoening, met calcineurine-remmers zoals pimecrolimus en tacrolimus.

Opzet

Literatuurstudie naar het gebruik van topicale calcineurine-remmers (TCI’s) bij de behandeling van vulvaire lichen sclerosus.

Methode

Er werd literatuuronderzoek met behulp van PubMed en EMBASE verricht, met de zoektermen ‘tacrolimus’, ‘pimecrolimus’ of ‘calcineurin inhibitors’ en ‘lichen sclerosus et atrophicus’, ‘vulvar lichen sclerosus’, ‘vulvar dermatoses’ of ‘vulvar diseases’.

Resultaten

Er werden 6 casusbeschrijvingen, 5 patiëntenseries, 3 pilotstudies, 2 ‘open label’-studies en 1 RCT gevonden over de behandeling van vulvaire lichen sclerosus met TCI’s. Deze literatuur laat zien dat beide middelen effectief zijn en goed verdragen worden. Glucocorticoïden lijken echter bij meer patiënten effect te hebben dan TCI’s. Van deze middelen heeft tacrolimus een sterkere immunosupressieve werking dan pimecrolimus. Dit middel lijkt daardoor effectiever, zonder dat meer bijwerkingen worden beschreven.

Conclusie

TCI’s kunnen een goede tweedelijns therapeutische optie zijn voor patiënten bij wie lokale behandeling met glucocorticoïden niet effectief is of door wie deze niet goed wordt verdragen. Gerandomiseerde klinische studies zijn nodig om de plaats van TCI’s in de behandeling van lichen sclerosus te bepalen.

artikel

Inleiding

Lichen sclerosus is een chronische inflammatoire huidziekte die voornamelijk voorkomt in het anogenitale gebied, in het bijzonder de vulva. De ziekte kent een chronisch verloop en wordt vaak gekenmerkt door ernstige jeuk, pijn en branderigheid aan de vulva, dyspareunie, dysurie en pijnlijke defecatie. Klinisch wordt lichen sclerosus gekenmerkt door een witte verkleuring van de vulva in de typische achtvormige figuur rondom de introïtus en de anus. De huid is vaak atrofisch (‘sigarettenpapier’) met verlies van architectuur waardoor verstreken labia minora ontstaan. Ook kunnen ecchymosen worden gezien.

In 2007 werd in het Tijdschrift een overzicht gegeven over de stand van zaken en de behandeling van lichen sclerosus zoals deze in Nederland geldt.1 De aandoening lijkt te zijn gerelateerd aan een abnormale proliferatie of activatie van T-lymfocyten en wordt meestal behandeld met krachtige topicale glucocorticoïden. Intermitterend gebruik hiervan is bij veel patiënten effectief en kent weinig risico’s, met name als het wordt gebruikt in kleine hoeveelheden en alleen op het aangedane gebied. De behandeling bestaat meestal uit applicatie van glucocorticoïden 1-2 dd gedurende 1-3 maanden. Vaak is hierna onderhoudsbehandeling noodzakelijk. Na 3 maanden behandeling is 66-77% van de patiënten klachtenvrij en bij 18-30% is er een partiële respons.2,3 Langdurig en continu gebruik van topicale glucocorticoïden kent echter het risico van steroïdgerelateerde bijwerkingen zoals het optreden van atrofie.4 Zorgvuldig gebruik echter van de glucocorticoïden kan deze bijwerking grotendeels voorkomen.

De niet-steroïde, anti-inflammatoire calcineurine-remmers pimecrolimuscrème 1% en tacrolimuszalf 0,1% zijn geregistreerd in Europa en in de Verenigde Staten voor de behandeling van atopische dermatitis. Beide middelen zijn immunomodulatoren die via remming van het enzym calcineurine de signaaltransductie in T-cellen remmen, zodat de transcriptie en synthese van pro-inflammatoire cytokinen geblokkeerd worden. Daarnaast wordt door topicale calcineurine-remmers (TCI’s) de afweer van de huid zelf bevorderd door verhoogde expressie van antimicrobiële peptides.5-7 Een eerder review laat zien dat de bijwerkingen die bekend zijn van langdurig gebruik van topicale glucocorticoïden, zoals atrofie van de huid en aantasting van de epidermale barrièrefunctie, niet worden gezien bij het gebruik van TCI’s.4,5 Deze middelen lijken daarom een goed alternatief voor patiënten die onvoldoende effect hebben van of intolerant zijn voor glucocorticoïden.

Dit artikel geeft een uitgebreid overzicht van de beschikbare literatuur over het gebruik van TCI’s bij vulvaire lichen sclerosus.

Eigenschappen van pimecrolimus en tacrolimus

Pimecrolimus is lipofieler dan tacrolimus, waardoor het een hogere affiniteit voor de huid heeft. Pimecrolimus penetreert hierdoor makkelijker in de huid en wordt minder diep door de huid heen geabsorbeerd. Pimecrolimus heeft wel een zwakkere immunosuppressieve werking dan tacrolimus, zodat hogere doseringen nodig zijn bij lokale behandeling.6,8

In een studie waarin de effectiviteit van tacrolimus en pimecrolimus met elkaar werd vergeleken voor de behandeling van atopische dermatitis bleek tacrolimus effectiever in het bestrijden van klachten. Er was geen verschil tussen beide groepen in het vóórkomen van bijwerkingen.9

In een studie waarin 11 vrouwen behandeld werden met pimecrolimus voor lichen planus, bleken 3 vrouwen die eerder tacrolimus niet goed konden verdragen, de behandeling met pimecrolimus wel goed te verdragen.10

Materiaal en methode

Er werd een literatuuronderzoek met behulp van PubMed en EMBASE verricht, met de zoektermen ‘tacrolimus’, ‘pimecrolimus’ of ‘calcineurin inhibitors’ en ‘lichen sclerosus et atrophicus’ of ‘vulvar lichen sclerosus’ of ‘vulvar dermatoses’ of ‘vulvar diseases’. De laatste zoekactie werd gedaan op 1 juni 2011. Alle publicaties in het Engels of het Nederlands waarin een van beide TCI’s werd voorgeschreven als behandeling voor vulvaire lichen sclerosus werden geïncludeerd. Artikelen waarin alleen mannen werden behandeld, werden geëxcludeerd. Van de geselecteerde publicaties werden de referenties gecontroleerd.

De publicaties werden onafhankelijk beoordeeld door beide auteurs. Voor elk middel werden het behandelingsschema, de patiëntkenmerken, de respons op eerdere therapieën, de respons op de behandeling en de bijwerkingen verzameld en samengevat in tabelvorm. Vanwege de aard van de beschikbare literatuur met sterk uiteenlopende behandelregime’s, was het onmogelijk om een meta-analyse of een systematische review uit te voeren.

Resultaten

Uiteindelijk werden 6 casusbeschrijvingen, 5 patiëntenseries, 3 pilotstudies, 2 prospectieve studies en 1 RCT over het gebruik van pimecrolimus of tacrolimus voor de behandeling van vulvaire of anogenitale lichen sclerosus geselecteerd.

Pimecrolimus

In tabel 1 staan de studies samengevat waarbij pimecrolimus 1% crème als behandeling voor lichen sclerosus werd toegepast.

Figuur 1

In een patiëntenserie uit 2010 werden 29 vrouwen behandeld met pimecrolimus-crème gedurende 2 maanden. Eerdere behandeling met topicale glucocorticoïden had onvoldoende effect gehad. 4 vrouwen staakten de medicatie vanwege het optreden van bijwerkingen, zoals jeuk en branderigheid, of wegens onvoldoende effect na 2 weken. Het effect van de behandeling werd beoordeeld op grond van klachten (jeuk en pijn) en klinische verschijnselen (witverkleuring van de huid, aanwezigheid van fissuren en erytheem). Na 2 maanden bereikten 19 van de overgebleven 25 patiënten complete remissie (klachtenvrij met herstel van alle klinische verschijnselen) en 1 patiënte partiële remissie (gedeeltelijke afname klachten). Bij 5 patiënten was er geen effect van de behandeling. Vergeleken met het biopt afgenomen voor behandeling, werd bij 8 van de 19 patiënten met complete remissie een afname van het aantal lymfocyten in het stroma en het epitheel in het biopt na behandeling gezien.14

In 2007 werd een pilotstudie gepubliceerd over de veiligheid en werkzaamheid van behandeling met pimecrolimus-crème gedurende maximaal 6 maanden bij 29 vrouwen met lichen sclerosus bij wie eerder onvoldoende effect was bereikt bij behandeling met glucocorticoïden.15 3 patiënten trokken zich tijdens de eerste week terug uit het onderzoek vanwege het optreden van intense jeuk of wegens onvoldoende effect. De helft van de overige 26 patiënten had last van een brandend en jeukend gevoel op de toedieningsplaats gedurende 3-14 dagen. Het effect van de behandeling werd beoordeeld op grond van klachten (jeuk en pijn) en klinische verschijnselen (witverkleuring van de huid, aanwezigheid van fissuren en erytheem). Na 2 maanden bereikten 9 patiënten complete remissie (klachtenvrij met herstel van alle klinische verschijnselen); na 6 maanden 11 patiënten. 13 patiënten bereikten partiële remissie (gedeeltelijke afname klachten). Biopten van 15 patiënten toonden een verhoogde collageensynthese na behandeling met pimecrolimus.

In een prospectieve studie met 16 vrouwen werden alle patiënten behandeld met pimecrolimus-crème 2 dd gedurende 3 maanden en daarna naar behoeven indien de klachten terugkwamen tijdens een follow-upperiode van 12 maanden.16 11 vrouwen waren eerder behandeld met clobetasol (propionaat), een zeer sterk werkzaam glucocorticoïd, maar hadden hiervan onvoldoende effect ondervonden; 5 vrouwen hadden geen eerdere behandeling gehad. Het effect werd beoordeeld door middel van een semi-kwantitatieve beoordeling van de klachten (jeuk, dyspareunie, pijn en droogheid) en een klinische beoordeling (aanwezigheid van hyperkeratose, atrofie, depigmentatie en sclerose). Na de behandeling van 3 maanden werd volledige remissie (klachtenvrij met herstel van alle klinische verschijnselen) bereikt bij 11 patiënten en partiële remissie (verbetering van slechts 1 of 2 symptomen) bij 4 patiënten. 1 patiënte bemerkte geen verbetering. 7 van de 11 patiënten met complete remissie waren nog klachtenvrij bij de follow-up na 12 maanden. De andere 4 patiënten kregen na 3-6 maanden opnieuw klachten, die goed reageerden op herstarten van de behandeling. Bij de 8 patiënten met complete remissie werden vulvabiopten afgenomen. Hierin waren de typische kenmerken van lichen sclerosus verdwenen. De bijwerking die werd gerapporteerd was een licht tot matig ernstig branderig gevoel op de toedieningsplaats tijdens de 1e week van de behandeling (6 patiënten).

Tenslotte werd in 2010 de eerste gerandomiseerde dubbelblinde trial gepubliceerd waarin het gebruik van pimecrolimus-crème 1% 2 dd daags werd vergeleken met clobetasolcrème 0,05% 1 dd voor de behandeling van lichen sclerosus. Dit betrof een kleine patiëntenpopulatie van 36 vrouwen (17 vrouwen in de pimecrolimusgroep versus 19 vrouwen in de clobetasolgroep). Primaire uitkomstmaat was de verandering in ontstekingsverschijnselen in het biopt na behandeling vergeleken met het biopt voor behandeling. Secundaire uitkomstmaten waren veranderingen in score op een visueel-analoge schaal (VAS) voor jeuk en pijn, en de klinische beoordeling van de lichen sclerosus. Sommige patiënten waren eerder behandeld met topicale glucocorticoïden of TCI’s, maar niet in de 4 weken voorafgaand aan de studie. Na 12 weken behandeling werd in beide groepen een significante afname van de ontstekingsverschijnselen gezien in de biopten. Bij gebruik van clobetasol was dit effect het grootst. Tevens was er bij beide middelen een significante verbetering bij klinisch onderzoek waarbij gekeken werd naar lichenificatie, ulceratie en de ernst van het beeld. In beide groepen werd afname van de klachten jeuk en pijn gezien (gemeten met een VAS-score), echter het verschil tussen beide groepen was niet significant. In de pimecrolimusgroep waren 8 patiënten bij wie de behandeling geen effect had, in de clobetasolgroep betrof dit slechts 1 patiënte. Er werden geen bijwerkingen gemeld. Deze studie laat zien dat behandeling met clobetasol effectiever is in het bestrijden van de onstekingsverschijnselen bij lichen sclerosus en dat het responspercentage groter is dan bij behandeling met pimecrolimus. Echter aan de power van deze studie kan getwijfeld worden, aangezien het een erg kleine studiepopulatie betrof.

Tacrolimus

In tabel 2 staan de studies samengevat waarbij tacrolimus 0,1% zalf als behandeling voor lichen sclerosus werd toegepast.

Figuur 2

In een patiëntenserie uit 2009 werden 10 vrouwen gedurende 8 weken behandeld met tacrolimuszalf. 4 van de 10 vrouwen meldden bijwerkingen in de vorm van branderigheid na het aanbrengen van de zalf gedurende de eerste week. Na 2 weken waren bij alle patiënten de klachten van jeuk, branderigheid en pijn verminderd. Bij de klinische beoordeling (aanwezigheid van hyperkeratose, atrofie, sclerose en depigmentatie) na 8 weken werd echter maar weinig verbetering waargenomen.24

In 2006 werd een pilotstudie gepubliceerd waarin 16 vrouwen met lichen sclerosus, die eerder onvoldoende effect of bijwerkingen hadden gemerkt na behandeling met topicale glucocorticoïden of emollientia, behandeld werden met tacrolimuszalf 2 dd gedurende 3 maanden.25 Het effect werd beoordeeld op grond van subjectieve klachten. Bij patiënten met een goede respons werd de behandeling voortgezet met tacrolimus 0,03% zalf 2 dd voor maximaal 12 maanden. Complete remissie werd waargenomen bij 2 van de 16 patiënten. Bij controle na 12 maanden waren deze patiënten nog steeds klachtenvrij. Bij 8 van de 16 patiënten was sprake van partiële remissie (gedeeltelijke afname klachten). 6 vrouwen merkten geen verbetering na de eerste 3 maanden van de behandeling en switchten naar andere therapieën. 5 vrouwen meldden bijwerkingen, bestaande uit een licht branderig gevoel gedurende 30 min na aanbrengen van de zalf.

In een andere pilotstudie werden 11 vrouwen met vulvaire lichen sclerosus die onvoldoende hadden gereageerd op behandeling met topicale glucocorticoïden gedurende 3 maanden behandeld met tacrolimuszalf 2 dd gedurende 6 weken.26 In de daaropvolgende 6 weken werd de behandeling afgebouwd. Het effect van de behandeling werd beoordeeld op basis van subjectieve klachten (VAS-scores) en 13 objectieve klinische parameters. Verschil in scores van meer dan 55% werd gescoord als complete remissie; minder dan 55% als partiële remissie. Complete remissie van subjectieve klachten werd waargenomen bij 4 patiënten en partiële remissie bij 6 patiënten, 1 patiënte kwam niet op de laatste controle. De klinische beoordeling liet complete remissie bij 1 patiënte zien, partiële remissie bij 7 patiënten, geen effect bij 1 patiënte en verslechtering bij 1 patiënte. 3 patiënten meldden bijwerkingen in de vorm van voorbijgaande branderigheid op de toedieningsplaats en 3 patiënten ontwikkelden hyperpigmentatie van de huid.

Ten slotte werden in een multicentrische fase II-studie 49 vrouwen, 32 mannen en 3 meisjes (leeftijd 5-85 jaar) met anogenitale lichen sclerosus behandeld met tacrolimuszalf 2 dd gedurende 16-24 weken.27 Branderigheid en jeuk op de toedieningsplaats waren de meest frequent gemelde bijwerkingen (respectievelijk 25 en 20%). Deze bijwerkingen verdwenen meestal binnen 3 weken. Echter, bij 2 patiënten zorgden deze klachten voor onderbreking van de behandeling en bij 1 andere patiënt leidde het tot voortijdige beëindiging van deelname aan de studie. Complete remissie werd gedefinieerd als afwezigheid van klachten en klinische symptomen, partiële remissie werd gedefinieerd als meer dan 50% verbetering Bij 30 van de 84 patiënten werd complete remissie gezien na 24 weken. Partiële remissie werd bereikt bij 24 van de 84 patiënten. Het maximale effect van de therapie werd gezien na 10-24 weken continue behandeling. Bij 3 patiënten was sprake van een recidief tijdens de eerste 3 maanden na het staken van de behandeling. 42 patiënten werden na 18 maanden nogmaals beoordeeld en 28 van hen waren nog klachtenvrij. Genitale herpes en vulvovaginale candidiasis kwamen bij 2% van de patiënten voor.

Secundaire infecties

Door gebruik van glucocorticoïden kan verergering van bestaande infecties optreden. Tevens kunnen symptomen van schimmelinfecties worden gemaskeerd.28 De kans op bijwerkingen neemt toe met de sterkte van het glucocorticoïd en bij langdurig en continu gebruik. Echter, wanneer in de onderhoudsfase intermitterend wordt behandeld, is er minder kans op het optreden van bijwerkingen.

Reactivatie van bestaande infecties werd ook beschreven na behandeling met tacrolimus. Bij 2 patiënten die behandeld werden met tacrolimus voor lichen sclerosus trad reactivatie op van een latente HPV-infectie ten gevolge van lokale immunosupressie.29

Bij gebruik van TCI’s voor behandeling van atopische dermatitis wordt, vergeleken met behandeling met topicale glucocorticoïden, echter geen verhoogd risico op huidinfecties gezien.30

Contactallergie

De kans op een contactallergie voor een glucocorticoïd is aanwezig bij langdurig gebruik. Bij een allergie wordt zelden een ernstige reactie gezien, omdat het veroorzakende glucocorticoïd de reactie gelijktijdig onderdrukt. Men moet echter ook bij gebruik van TCI’s altijd bedacht zijn op een allergie indien de huidaandoening niet goed of niet goed meer reageert op een op zich juiste behandeling. Een allergie kan worden aangetoond door middel van epicutaan contactallergologisch onderzoek (plakproeven).28

Maligniteiten

Lichen sclerosus predisponeert tot het optreden van een plaveiselcelcarcinoom in de aangedane gebieden.1 De veiligheid van continu gebruik van TCI’s op lange termijn is, wat betreft risico op het ontstaan van een maligniteit, niet bekend. Hoewel een causaal verband niet is vastgesteld, zijn zeldzame gevallen van huidmaligniteiten en lymfomen gemeld bij patiënten die werden behandeld met deze middelen.31

Er werden in klinische studies met een looptijd van 4 jaar geen aanwijzingen voor suppressie van het immuunsysteem of voor een verhoogd risico op maligniteiten gezien bij patiënten die vanwege eczeem intermitterend lokaal werden behandeld met pimecrolimus of tacrolimus. De incidentie van maligniteiten bij post-marketing surveillance is lager dan die in de algemene bevolking.6,30

In geen van de bovengenoemde casusbeschrijvingen en studies werden huidmaligniteiten of lymfomen gezien bij de patiënten. Dit zal echter bevestigd moeten worden in gecontroleerde langetermijnstudies.

Conclusie

De casusbeschrijvingen, patiëntenseries, studies en RCT die werden besproken, suggereren dat TCI’s een waardevolle en veilige tweedelijns therapeutische optie zijn voor vulvaire lichen sclerosus bij patiënten bij wie topicale glucocorticoïden onvoldoende effectief zijn of niet goed worden verdragen. Lokale irritatie bij sommige patiënten kan het gebruik van TCI’s echter beperken. Gezien de effectiviteit van topicale glucocorticoïden blijft dit nog steeds de eerste keus voor de behandeling van lichen sclerosus.

Tacrolimus heeft een sterkere immunosupressieve werking en lijkt effectiever dan pimecrolimus voor de behandeling van atopische dermatitis zonder dat er meer bijwerkingen worden beschreven. Hierdoor lijkt tacrolimus van beide middelen het middel van eerste keus. Goede vergelijkende onderzoeken voor de behandeling van lichen sclerosus ontbreken echter. Tot zover zijn er alleen patiëntenseries en slechts 1 RCT met een kleine patiëntengroep verschenen over het gebruik van TCI’s.

Gerandomiseerde klinische studies met grotere patiëntengroepen en een langere studie- en follow-up periode zijn nodig om de plaats van TCI’s in de behandeling van lichen sclerosus te bepalen.

Leerpunten

  • Vulvaire lichen sclerosus is een chronische inflammatoire huidaandoening die wordt gekenmerkt door jeuk en pijn in het anogenitale gebied.

  • Herhaald topicaal gebruik van glucocorticoïden is vaak nodig om de aandoening te behandelen. Dit gaat echter gepaard met bijwerkingen zoals huidatrofie.

  • Topicale calcineurine-remmers (TCI’s), zoals tacrolimus en pimecrolimus, beïnvloeden het ontstekingsproces van lichen sclerosus en het gebruik ervan is beschreven bij de behandeling van dit ziektebeeld.

  • Uit dit overzicht van de bestaande literatuur lijken TCI’s een goede tweedelijns therapeutische optie voor de behandeling van lichen sclerosus.

  • Tacrolimus heeft een sterkere immunosupressieve werking dan pimecrolimus. Dit middel lijkt daardoor effectiever, zonder dat meer bijwerkingen worden beschreven.

Literatuur
  1. Van Rossum MM, van der Avoort IA, de Hoop D, Dukel L, van der Vleuten CJ, de Hullu JA. Lichen sclerosus. Ned Tijdschr Geneeskd. 2007;151:1225-31. Medline

  2. Lorenz B, Kaufman RH, Kutzner SK. Lichen sclerosus. Therapy with clobetasol propionate. J Reprod Med. 1998;43:790-4. Medline

  3. Cooper SM, Gao XH, Powell JJ, Wojnarowska F. Does treatment of vulvar lichen sclerosus influence its prognosis? Arch Dermatol. 2004;140:702-6. Medline doi:10.1001/archderm.140.6.702

  4. Hengge UR, Ruzicka T, Schwartz RA, Cork MJ. Adverse effects of topical glucocorticosteroids. J Am Acad Dermatol. 2006;54:1-15, quiz 6-8. Medline doi:10.1016/j.jaad.2005.01.010

  5. Grassberger M, Steinhoff M, Schneider D, Luger TA. Pimecrolimus -- an anti-inflammatory drug targeting the skin. Exp Dermatol. 2004;13:721-30. Medline doi:10.1111/j.0906-6705.2004.00269.x

  6. Hultsch T, Kapp A, Spergel J. Immunomodulation and safety of topical calcineurin inhibitors for the treatment of atopic dermatitis. Dermatology. 2005;211:174-87. Medline doi:10.1159/000086739

  7. Buchau AS, Schauber J, Hultsch T, Stuetz A, Gallo RL. Pimecrolimus enhances TLR2/6-induced expression of antimicrobial peptides in keratinocytes. J Invest Dermatol. 2008;128:2646-54. Medline doi:10.1038/jid.2008.135

  8. Meingassner JG, Aschauer H, Stuetz A, Billich A. Pimecrolimus permeates less than tacrolimus through normal, inflamed, or corticosteroid-pretreated skin. Exp Dermatol. 2005;14:752-7. Medline doi:10.1111/j.1600-0625.2005.00354.x

  9. Kirsner RS, Heffernan MP, Antaya R. Safety and efficacy of tacrolimus ointment versus pimecrolimus cream in the treatment of patients with atopic dermatitis previously treated with corticosteroids. Acta Derm Venereol. 2010;90:58-64. Medline doi:10.2340/00015555-0748

  10. Lonsdale-Eccles AA, Velangi S. Topical pimecrolimus in the treatment of genital lichen planus: a prospective case series. Br J Dermatol. 2005;153:390-4. Medline doi:10.1111/j.1365-2133.2005.06544.x

  11. Goldstein AT, Marinoff SC, Christopher K. Pimecrolimus for the treatment of vulvar lichen sclerosus in a premenarchal girl. J Pediatr Adolesc Gynecol. 2004;17:35-7. Medline doi:10.1016/j.jpag.2003.11.013

  12. Boms S, Gambichler T, Freitag M, Altmeyer P, Kreuter A. Pimecrolimus 1% cream for anogenital lichen sclerosus in childhood. BMC Dermatol. 2004;4:14. Medline doi:10.1186/1471-5945-4-14

  13. Goldstein AT, Marinoff SC, Christopher K. Pimecrolimus for the treatment of vulvar lichen sclerosus: a report of 4 cases. J Reprod Med. 2004;49:778-80. Medline

  14. Kauppila S, Kotila V, Knuuti E, Vare PO, Vittaniemi P, Nissi R. The effect of topical pimecrolimus on inflammatory infiltrate in vulvar lichen sclerosus. Am J Obstet Gynecol. 2010 Feb;202:181 e1-4.

  15. Nissi R, Eriksen H, Risteli J, Niemimaa M. Pimecrolimus cream 1% in the treatment of lichen sclerosus. Gynecol Obstet Invest. 2007;63:151-4. Medline doi:10.1159/000096736

  16. Oskay T, Sezer HK, Genc C, Kutluay L. Pimecrolimus 1% cream in the treatment of vulvar lichen sclerosus in postmenopausal women. Int J Dermatol. 2007;46:527-32. Medline doi:10.1111/j.1365-4632.2006.03185.x

  17. Goldstein AT, Creasey A, Pfau R, Phillips D, Burrows LJ. A double-blind, randomized controlled trial of clobetasol versus pimecrolimus in patients with vulvar lichen sclerosus. J Am Acad Dermatol. 2011;64:e99-e104. Medline doi:10.1016/j.jaad.2010.06.011

  18. Assmann T, Becker-Wegerich P, Grewe M, Megahed M, Ruzicka T. Tacrolimus ointment for the treatment of vulvar lichen sclerosus. J Am Acad Dermatol. 2003;48:935-7. Medline doi:10.1067/mjd.2003.8

  19. Bohm M, Frieling U, Luger TA, Bonsmann G. Successful treatment of anogenital lichen sclerosus with topical tacrolimus. Arch Dermatol. 2003;139:922-4. Medline doi:10.1001/archderm.139.7.922

  20. Ginarte M, Toribio J. Vulvar lichen sclerosus successfully treated with topical tacrolimus. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2005;123:123-4. Medline doi:10.1016/j.ejogrb.2005.03.012

  21. Kunstfeld R, Kirnbauer R, Stingl G, Karlhofer FM. Successful treatment of vulvar lichen sclerosus with topical tacrolimus. Arch Dermatol. 2003;139:850-2. Medline doi:10.1001/archderm.139.7.850

  22. Makaron T, Viscomi B, Matayoshi L, Michalany N, Petri V. Genital lichen sclerosus et atrophicus in childhood treated by tacrolimus. J Am Acad Dermatol. 2009;60:AB148. doi:10.1016/j.jaad.2008.11.651

  23. Matsumoto Y, Yamamoto T, Isobe T, Kusunoki T, Tsuboi R. Successful treatment of vulvar lichen sclerosus in a child with low-concentration topical tacrolimus ointment. J Dermatol. 2007;34:114-6. Medline doi:10.1111/j.1346-8138.2006.00228.x

  24. Sotiriou E, Apalla Z, Patsatsi A, Panagiotidou D. Topical tacrolimus for recalcitrant vulvar lichen sclerosus. Eur J Dermatol. 2009;19:515-6. Medline

  25. Luesley DM, Downey GP. Topical tacrolimus in the management of lichen sclerosus. BJOG. 2006;113:832-4. Medline doi:10.1111/j.1471-0528.2006.00977.x

  26. Virgili A, Lauriola MM, Mantovani L, Corazza M. Vulvar lichen sclerosus: 11 women treated with tacrolimus 0.1% ointment. Acta Derm Venereol. 2007;87:69-72. Medline doi:10.2340/00015555-0171

  27. Hengge UR, Krause W, Hofmann H, et al. Multicentre, phase II trial on the safety and efficacy of topical tacrolimus ointment for the treatment of lichen sclerosus. Br J Dermatol. 2006;155:1021-8. Medline doi:10.1111/j.1365-2133.2006.07446.x

  28. Richtlijn Dermatocorticosteroïden, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venerologie/ Kwaliteitsinstituut CBO. 2000.

  29. Bilenchi R, Poggiali S, De Padova LA, Pisani C, De Paola M, Fimiani M. Human papillomavirus reactivation following topical tacrolimus therapy of anogenital lichen sclerosus. Br J Dermatol. 2007;156:405-6. Medline doi:10.1111/j.1365-2133.2006.07662.x

  30. Langley RG, Luger TA, Cork MJ, Schneider D, Paul C. An update on the safety and tolerability of pimecrolimus cream 1%: evidence from clinical trials and post-marketing surveillance. Dermatology. 2007;215(Suppl 1):27-44. Medline doi:10.1159/000102118

  31. Ormerod AD. Topical tacrolimus and pimecrolimus and the risk of cancer: how much cause for concern? Br J Dermatol. 2005;153:701-5. Medline doi:10.1111/j.1365-2133.2005.06899.x

Auteursinformatie

Erasmus Medisch Centrum, afd. Gynaecologie, Rotterdam.

Drs. M.S. Maassen, aios Gynaecologie en Obstetrie; dr. H.C. van Doorn, gynaecoloog-oncoloog.

Contact drs. M.S. Maassen (marloes.maassen@yahoo.com)

Verantwoording

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.
Aanvaard op 5 februari 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Marloes S. Maassen ICMJE-formulier
Helena C. van Doorn ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties