Leesbaarheid van medisch-wetenschappelijke artikelen: moeilijk te meten
Open

In het kort
27-05-2003
M. Kabos en S. Mahesh

Steeds meer medisch-wetenschappelijke artikelen zijn via internet te bekijken en ook de hoeveelheid gepubliceerde artikelen blijft toenemen. Daar de tijd om de vakliteratuur bij te houden beperkt is, zouden medische artikelen goed gestructureerd en gemakkelijk leesbaar moeten zijn.

Weeks en Wallace keken naar de leesbaarheid van oorspronkelijke stukken in het British Medical Journal (BMJ) en JAMA.1 Zij berekenden met een computerprogramma 2 gevalideerde leesbaarheidsscores, de Flesch-score en de Gunning- ‘fog’-index. Beide zijn gebaseerd op het aantal woorden per zin en het aantal lettergrepen per woord. Flesch-scores < 30 en fog-indices > 16 komen overeen met teksten die zeer moeilijk te lezen zijn, bijvoorbeeld juridische contracten. De auteurs lieten hun telmachine los op 42 onderzoeksverslagen in BMJ en 68 in JAMA, gepubliceerd in het 1e halfjaar van 2001, met gestructureerde samenvattingen en met Britse of Amerikaanse auteurs.

Volgens hun berekeningen zouden de oorspronkelijke stukken in beide tijdschriften extreem moeilijk leesbaar zijn: BMJ en JAMA hadden respectievelijk een gemiddelde Flesch-score van 31,5 (SD: 8,1) en 27,8 (6,4) en een fog-index van 16,9 (1,6) en 17,8 (1,3). De BMJ-artikelen zouden iets beter scoren dan die uit JAMA en Britse auteurs iets beter dan Amerikaanse.

Leesbaarheidsformules mogen dan gevalideerd zijn, men dient ze kritisch te bekijken. Zo wordt de score sterk beïnvloed door het gebruik van veel lange woorden (in medische teksten bijna onvermijdelijk). Voorts is de score niet afhankelijk van (slechte) zinsbouw, maar alleen van de zinslengte. De formules geven daardoor een beperkte indicatie van de werkelijke leesbaarheid van teksten; meten is hier zeker niet weten.

Een andere vraag is of medische tijdschriften toegankelijk moeten zijn voor leken, zoals auteurs stellen. Uiteraard mogen stijl, zinsbouw en presentatie voor de beoogde lezers (artsen) geen belemmering vormen bij het op peil houden van hun vakkennis. Echter, voor leken zal het ontbreken van inhoudelijke kennis en een referentiekader eerder problemen geven dan de leesbaarheid op zich.

Bij het verbeteren van de leesbaarheid gaat het niet zozeer om zins- en woordlengte, alswel om het aansluiten bij de kennis en de behoeften van de lezer en het verzorgen van gestructureerde samenvattingen, logische opbouw van artikelen en didactische presentatie met illustraties en tabellen en een duidelijke indeling met informatieve titels en tussenkopjes. Uiteraard zijn artikelen bij voorkeur beknopt, met een duidelijke zinsbouw en een verzorgde stijl. Het is duidelijk dat dit alles moeilijk met enkele rekenkundige formules gemeten kan worden; bij leesbaarheidsonderzoek is meer nodig dan alleen een rekenmachine. (Tot slot: de Flesch-score van dit referaat is 19, het zou dus ‘extreem moeilijk leesbaar’ zijn.)

Literatuur

  1. Weeks BW, Wallace AE. Readability of British andAmerican medical prose at the start of the 21st century. BMJ2002;325:1451-2.