Langer gezond leven: begin bij de jeugd

Klinische praktijk
Marielle Jambroes
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:B1308
Download PDF

Tieners zijn gezond, komen nauwelijks bij de huisarts en vragen weinig zorg. Toch verdienen ze onze zorg wel, want de basis voor ongezondheid op latere leeftijd wordt op deze leeftijd gelegd.

De infographic geeft inzicht in de prevalentie van risicofactoren bij tieners en laat zien dat deze risico’s samenhangen met het opleidingsniveau; een lage opleiding is gerelateerd aan een ongezonde leefstijl en meer risicogedrag. Vanuit het oogpunt van volksgezondheid zijn de cijfers relevant, omdat ongezond gedrag en psychosociale klachten de ontwikkeling en gezondheid van tieners niet alleen op de tienerleeftijd zelf beïnvloeden, maar ook tot op hoge leeftijd. Zo is vroege blootstelling aan alcohol slecht voor de ontwikkeling van de hersenen, leidt beginnen met roken tot verslaving – en als iemand jong begint, zelfs tot een sterkere verslaving – en is overgewicht op jonge leeftijd vaak een voorspeller van overgewicht op latere leeftijd.1-3

Voor preventie zijn tieners daarom een belangrijke doelgroep. Niet alleen voor hun eigen gezondheid nu en later, maar ook omdat zij de ouders van de volgende generatie zijn. De publieke gezondheidszorg richt zich op het bevorderen van volksgezondheid én van gelijke kansen op gezondheid door collectieve interventies die zijn gericht op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering en ziektepreventie.

De infographic laat zien dat er verschillen zijn in de prevalentie van determinanten van gezondheid tussen tieners. Dit betekent dat er ongelijke kansen op gezondheid tussen tieners bestaan. Dit is een extra reden waarom er vanuit de publieke gezondheidszorg de afgelopen jaren sterk is ingezet op deze doelgroep. Ik geef hiervan enkele voorbeelden.

De cijfers onderstrepen het belang van een goede opleiding: tieners met een goede schoolopleiding hebben betere perspectieven op werk en een goede gezondheid. Daarom is er de afgelopen jaren geïnvesteerd in het terugdringen van schoolverzuim en het voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten. Tijdig interveniëren door samenwerking vanuit de jeugdgezondheidszorg (jgz), huisarts en school loont bij schoolverzuim.4

In 2013 heeft het ministerie van VWS middelen beschikbaar gesteld voor een extra contactmoment van de jgz met adolescenten op het voortgezet en middelbaar onderwijs. Dit contactmoment is gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl en wordt nu landelijk geïmplementeerd.

Tevens is de wetgeving ten aanzien van de verkoop van tabak en alcohol aangescherpt; aan jongeren onder de 18 jaar mogen deze genotsmiddelen niet meer worden verkocht. Daarnaast worden jongeren en hun ouders via campagnes geïnformeerd over de risico’s van alcoholgebruik. Dit heeft succes. Onlangs publiceerde het Trimbos-instituut een positieve trend in de cijfers over jeugd en riskant gedrag: sinds 2011 is het percentage jongeren dat dagelijks rookt gehalveerd van 6 naar 3% en zijn steeds minder jongeren gaan drinken. Toch blijven verschillen bestaan op basis van het opleidingsniveau.5

Preventieve maatregelen hebben dus effect, maar nog niet voldoende, en zij schieten tekort in het terugdringen van verschillen op basis van opleidingsniveau. Er moet meer gebeuren om tieners gezond te houden en hun gelijke kansen op gezondheid te geven. Gezondheidsverschillen zijn complex en hangen naast opleidingsniveau ook samen met factoren als sociale omgeving, etniciteit en inkomen. Om deze determinanten van gezondheid te beïnvloeden zijn maatregelen nodig in sectoren buiten de gezondheidszorg, zoals ruimtelijke ordening, onderwijs, veiligheid, sociale zaken en milieu. Integraal gezondheidsbeleid waarbij vanuit al deze sectoren gezamenlijk ingezet wordt op gezondheid is noodzakelijk op zowel lokaal als nationaal niveau.

Maar ook vanuit de gezondheidszorg is continue inzet vereist om een ongezonde leefstijl en risicogedrag bij tieners verder terug te dringen, zowel in de spreekkamer op individueel niveau als vanuit de publieke gezondheidszorg op collectief niveau.

Literatuur
  1. Tapert SF, Schweinsburg AD. The human adolescent brain and alcohol use disorders. In: Galanter M et al, red. Recent developments in alcoholism. New York: Springer; 2005. p. 177-97.

  2. Kendler KS, et al. Early smoking onset and risk for subsequent nicotine dependence: a monozygotic co-twin control study. Am J Psychiatry. 2013;170:408-13. Medline

  3. Guo SS, Chumlea WC. Tracking of body mass index in children in relation to overweight in adulthood. Am J Clin Nutr. 1999;70:145S-8S. Medline

  4. YTM Vanneste, van de Goor LAM, Feron FJM. Gemiste lessen, gemiste kansen. Rol voor de publieke gezondheidszorg bij ziekteverzuim van jongeren. Ned Tijdschr Geneeskd. 2016;160:D398.

  5. Van Dorsselaer S, Tuithof M, Verdurmen J, Spit M, van Laar M, Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2015. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016.

Auteursinformatie

UMC Utrecht, Julius Centrum, afd. Public Health, Utrecht.

Contact Dr. M. Jambroes, arts maatschappij en gezondheid (m.jambroes@umcutrecht.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties