Langdurig gebruik van antidepressiva in Nederland in 1991-2001: prevalentie, incidentie en risico-indicatoren

Onderzoek
W.E.E. Meijer
E.R. Heerdink
H.G.M. Leufkens
R.M.C. Herings
A.C.G. Egberts
W.A. Nolen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2005;149:708-11
Abstract

Samenvatting

Doel

Het bepalen van de prevalentie, de incidentie en de gemiddelde duur van het gebruik van selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) en tricyclische antidepressiva (TCA’s) in Nederland gedurende 1992-2001, en van de incidentie van langdurig SSRI-gebruik en de mogelijke determinanten hiervoor over de jaren 1991-1997.

Opzet

Descriptief.

Methode

Op basis van de apotheekgegevens in de PHARMO-database over ongeveer 850.000 patiënten vond voor elk jaar berekening plaats van de prevalentie (aantal gebruikers van een antidepressivum per 1000 personen op een willekeurig gekozen dag) en de incidentie (aantal nieuwe gebruikers per 1000 personen per jaar). Langdurig gebruik werd gedefinieerd als het aaneengesloten gebruik van een antidepressivum gedurende tenminste 12 maanden. Het relatief risico op langdurig gebruik werd berekend en gecorrigeerd voor mogelijke determinanten met behulp van Poisson- en Cox-regressieanalyse.

Resultaten

Zowel het prevalente gebruik (2,2 tot 17,1 per 1000 personen) als het incidente gebruik (3,7 tot 14,5 per 1000 personen per jaar) van SSRI’s steeg gedurende 1992-2001, terwijl het gebruik van TCA’s stabiel bleef. Er werden 9857 SSRI-gebruikers geïncludeerd in de vervolgstudie en steeds meer patiënten werden langetermijngebruiker (n = 2909) gedurende de behandeling (totaal 30). Vrouw zijn, een hogere leeftijd, voorafgaand benzodiazepinegebruik en behandeling door een psychiater gingen gepaard met een grotere kans om langetermijngebruiker te worden.

Conclusie

Zowel de prevalentie als de incidentie van SSRI’s steeg gedurende de jaren negentig van de afgelopen eeuw. Dit wordt verklaard door zowel een groter aantal patiënten dat begon met een antidepressivum, alsook door een langere voortzetting van de behandeling. Gedurende de follow-upperiode werd 30 van de patiënten op enig moment langetermijngebruiker.

Ned Tijdschr Geneeskd 2005;149:708-11

Auteursinformatie

Utrecht Institute for Pharmaceutical Sciences, afd. Farmaco-epidemiologie en Farmacotherapie, Postbus 80.082, 3508 TB Utrecht.

Mw.dr.W.E.E.Meijer (tevens: Kendle International, Utrecht), hr.dr.E.R.Heerdink, hr.prof.dr.H.G.M.Leufkens, hr.dr.R.M.C.Herings (tevens: PHARMO Institute for Drug Outcome Research, Utrecht) en hr.prof.dr.A.C.G.Egberts (tevens: Ziekenhuisapotheek Midden Brabant, TweeSteden Ziekenhuis en Elisabeth Ziekenhuis, Tilburg), farmaco-epidemiologen.

Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Psychiatrie, Groningen.

Hr.prof.dr.W.A.Nolen, psychiater.

Contact hr.dr.E.R.Heerdink (e.r.heerdink@pharm.uu.nl)

Ook interessant

Reacties