Lage bloeddruk en Europa
Open

In het kort
16-12-1989
C. J. Rübsaam

Toen Pemberton, ‘clinical lecturer’ aan de Universiteit van Sheffield in Düsseldorf op bezoek was bij de epidemioloog Jesdinsky, zag hij op diens bureau ziektestatistieken liggen, waarin patiënten werden vermeld, die het werk verzuimden onder de diagnose hypotensie.1 Hij verbaasde zich hierover omdat hypotensie als ziektebeeld op zich in Engeland niet bekend is. Vervolgens bleek hem dat constitutionele hypotensie ook in Frankrijk, Italië en Spanje als ziekte bestaat. De belangrijkste kenmerken zijn hartkloppingen, vermoeidheid, duizeligheid, neiging tot flauwvallen, een diastolische bloeddruk lager dan 60 mmHg en een systolische bloeddruk lager dan 110 mmHg bij mannen en lager dan 100 mmHg bij vrouwen. Als behandeling schrijft men lichaamsoefeningen en vaatvernauwende middelen voor.

De schrijver vroeg zich af of het hier gaat om een in een groot deel van de wereld miskend ziektebeeld of dat de bewuste klachten, zoals in Engeland en de Verenigde Staten gebeurt, als psychogeen moeten worden beschouwd. Hij vond 3 publikaties van bevolkingsonderzoekingen naar de bloeddruk. Daarin vond men bij 1 tot 3 van de onderzochte personen bloeddrukken die lager waren dan de bovengenoemde ondergrenzen. In één onderzoek, uit 1987, dat betrekking had op 3307 mannen en 1258 vrouwen en plaatshad in Australië, werden ook de veronderstelde klachten van constitutionele hypotensie in verband gebracht met de gevonden bloeddrukken. Statistische analyse wees uit, dat hartkloppingen vaker voorkwamen naarmate de bloeddruk hoger was. Hetzelfde gold bij mannen wat betreft de systolische bloeddruk voor duizeligheid. Bij vrouwen kwam vermoeidheid vaker voor naarmate de bloeddruk lager was. Dit leek in overeenstemming met de veronderstelling dat lage bloeddruk een specifieke ziekte is. In strijd hiermee was echter dat van de vrouwen met de laagste bloeddrukken slechts één vijfde last had van vermoeidheid. Verband tussen flauwvallen en bloeddruk ontbrak zowel bij mannen als bij vrouwen. De schrijver meent dan ook dat er weinig reden is om hypotensie als een primaire ziekte te beschouwen. Als in het kader van de Europese integratie in 1992 constitutionele hypotensie als ziekte-eenheid zou worden aanvaard, zou dit ertoe kunnen leiden dat de farmaceutische industrie artsen gaat aanbevelen bloeddrukverhogende middelen voor te schrijven in landen waar dit tot nu toe niet gebeurde. Geen gunstig vooruitzicht meent de schrijver. In West-Duitsland stonden in 1978 9,5 miljoen ziektedagen op naam van hypotensie; in 1979 werd in dat land 380 miljoen mark uitgegeven aan bloeddrukverhogende middelen.

Literatuur

  1. Pemberton J.Does constitutional hypotension exist? Br MedJ 1989; 298: 660-2.