Samenvatting
Vijf jaar geleden werd lachgas op de Nederlandse SEH’s geïntroduceerd als een laagdrempelig en effectief middel voor procedurele sedatie en analgesie bij kinderen. De verwachting was dat het gebruik zou toenemen gezien de snelle werking, de lage kans op bijwerkingen en het non-invasieve karakter. In dit artikel bespreken we de effectiviteit en het gebruik van lachgas in Nederland. Lachgas is een veilig en effectief middel bij kinderen die laag-complexe procedures ondergaan. De analgetische werking is onvoldoende voor de meer pijnlijke procedures, zoals fractuurrepositie, waardoor aanvullende pijnstilling met opiaten regelmatig nodig is. Tegen de verwachting in beschikken de meeste Nederlandse SEH’s niet over lachgas. Zij noemen als redenen daarvoor het onvoorspelbare en beperkte analgetische effect, het beschikken over voldoende alternatieven en kosten- en duurzaamheidsoverwegingen. De meeste SEH’s hebben dan ook geen toekomstplannen om lachgas aan te schaffen.
artikel
Welke techniek?
Lachgas heeft sinds enkele jaren zijn intrede gedaan op de Nederlandse SEH’s als een veilig en effectief middel voor procedurele sedatie en analgesie bij angstige en pijnlijke kinderen. De verwachting was dat het gebruik van lachgas zou toenemen, gezien de uitstekende resultaten en het non-invasieve karakter.1
Wat is er inmiddels bekend over de effectiviteit?
De effectiviteit en veiligheid van lachgas is uitgebreid beschreven in de literatuur. Een overzichtsartikel laat zien dat lachgas de gewenste sedatiediepte, anxiolyse en analgesie kan bewerkstelligen bij kinderen op de SEH die licht tot matig pijnlijke procedures ondergaan.2
De meest recente gerandomiseerde studie onder kinderen op de SEH vergeleek het gebruik van lachgas met lokale anesthesie en/of fixatie van het kind tijdens licht pijnlijke procedures, zoals het plaatsen van een infuus en het hechten van een eenvoudige wond. Kinderen bleken statistisch significant minder pijn en angst te ervaren bij het gebruik van lachgas en de tevredenheid onder ouders en zorgpersoneel bleek groot.3
Een bekend nadeel van lachgas is echter de beperkte analgetische werking bij pijnlijke procedures zoals fractuurrepositie. Voor deze indicatie hebben een hogere concentratie lachgas (70%) of toevoeging van intranasaal fentanyl aanvullende waarde, hoewel de combinatie met fentanyl gepaard gaat met meer misselijkheid en braken.4 Daarnaast dient men zich ervan bewust te zijn dat non-farmacologische technieken, zoals het verminderen van prikkels, afleiding en ‘comfort talk’, essentieel zijn om de procedure met lachgas te laten slagen.
Is de techniek kosteneffectief gebleken?
Na de invoering van de richtlijn voor procedurele sedatie en analgesie in 2012 is het Sociaal Economisch Onderzoek(SEO)-rapport ‘Veilig sederen buiten de operatiekamer’ verschenen.5 Hierin is een kosten-batenanalyse verricht waaruit bleek dat PSA kosteneffectief is voor kleine pijnlijke ingrepen, zoals het plaatsen van een infuus, gezien de pijnverlichting en de verminderde tijd die de arts kwijt is aan de behandeling.
Een belangrijke kanttekening is dat er in het rapport niet gesproken wordt over het schadelijke effect van lachgas als sterk broeikasgas en over de gezondheidsrisico’s voor zorgpersoneel bij chronische blootstelling aan lachgas.6 Dit kan de maatschappelijke kosten en ziekenhuiskosten aanzienlijk hoger maken in de huidige tijd, mede door de noodzaak om dure afzuigfaciliteiten aan te schaffen en deze apparatuur te laten controleren.
Welke indicaties zijn er inmiddels?
In principe kan lachgas bij een groot aantal procedures op de SEH toegepast worden, maar het meest geschikt zijn procedures die de patiënt vooral angst aanjagen en slechts lichte pijn veroorzaken, zoals het plaatsen van infusen en katheters en de behandeling van kleine wonden. Voorwaarden voor het gebruik zijn adequate scholing van personeel, goede communicatie met het kind en de acceptatie van het masker.
Waar in Nederland?
Wij hebben een korte enquête voorgelegd aan alle SEH’s in Nederland; in totaal 25 centra hebben deze beantwoord. In 2021 werd in slechts 9 van deze 25 centra gebruikgemaakt van lachgas. Het gebruik van lachgas bleek in de meeste centra niet toegenomen te zijn in de afgelopen jaren. Genoemde voordelen waren het laagdrempelige gebruik, het feit dat intraveneuze toegang niet nodig is voor de sedatie, effectieve en snelle anxiolyse bij laag-complexe procedures en de geringe bijwerkingen. Het grootste knelpunt bleek het onvoorspelbare en geringe analgetische effect bij pijnlijke procedures, waardoor alternatieven alsnog nodig bleken. Het merendeel van de 16 centra die geen beschikking heeft over lachgas beaamt dit laatste; de ervaring is dat lachgas voor veel spoedeisende procedures ongeschikt is om als enige middel toe te passen. Daarnaast werd aangegeven dat er voldoende effectieve alternatieven zijn en dat vanuit kosten- en duurzaamheidsperspectief de aanschaf van lachgas niet op de agenda staat.
Conclusie
Lachgas kan een waardevolle toevoeging zijn voor procedurele sedatie en analgesie bij kinderen op de SEH naast de essentiële non-farmacologische technieken. De matige implementatie is te verklaren door enerzijds wisselende ervaringen en allicht inadequate scholing, anderzijds ook door kosten- en duurzaamheidsoverwegingen.



Reacties