Kyfoplastiek als behandeling van een osteoporotische wervelcompressiefractuur: relatief veilig, maar nog zonder evidence voor verbeterd functioneren; literatuuroverzicht

Onderzoek
M.S. Sietsma
F.O. Lambers Heerspink
W.T. Ploeg
P.C. Jutte
A.G. Veldhuizen
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:944-50
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Doel

Op grond van de beschikbare literatuur nagaan of kyfoplastiek bij osteoporotische vertebrale compressiefracturen een veilige techniek is die tot een verbeterd functioneren van de patiënt bij dagelijkse activiteiten leidt.

Opzet

Literatuuroverzicht.

Methode

In Medline, Embase en het Cochrane Central Register of Controlled Trials (CENTRAL) werd gezocht naar publicaties over de behandelresultaten van kyfoplastiek. Geïncludeerd werden studies naar de behandeling van osteoporotische vertebrale compressiefracturen met kyfoplastiek, met meer dan 15 patiënten en een follow-up van 6 maanden of langer. Voor de beoordeling van de kwaliteit van de studies werd gebruikgemaakt van de ‘Newcastle Ottawa quality assessment scale’.

Resultaten

Er voldeden 12 studies aan deze inclusiecriteria. Er werd geen enkele gerandomiseerde gecontroleerde studie gevonden. Ernstige complicaties, zoals longembolie, wervelkanaalstenose, radiculopathie en epiduraal hematoom, deden zich bij 13 van de 737 patiënten voor. Cementlekkage vond plaats bij 133 van de 1205 behandelde wervels. In 2 studies waarbij de functionele uitkomst beoordeeld werd, trad ten opzichte van de controlegroep een significante verbetering op bij 6 maanden.

Conclusie

Kyfoplastiek voor osteoporotische vertebrale compressiefracturen gaat gepaard met weinig complicaties. De kwaliteit van de gevonden studies was echter niet hoog genoeg om een antwoord te kunnen geven op de vraag of kyfoplastiek leidt tot een verbeterd functioneren van de patiënt.

Ned Tijdschr Geneeskd. 2008;152:944-50

Inleiding

Zie ook de artikelen op bl. 917 en 938.

Van de osteoporotische fracturen komen wervelcompressiefracturen het meest voor.1 2 Tweederde daarvan geeft geen symptomen.1 3 De incidentie van een nieuwe osteoporotische wervelcompressiefractuur (OVCF), ontstaan binnen 1 jaar na het optreden van de initiële fractuur, bedraagt ruim 19.4 Door een wigvormige fractuur ontstaat er een kyfotische deformiteit, die resulteert in een biomechanisch ongunstige belasting, waarbij het aangrijpingscentrum van de zwaartekracht meer naar voren komt te liggen.5 Het gevolg van deze verlengde momentarm is een verhoogde belasting van rugspieren en ligamenten. Klinisch kan zich dit uiten in chronische rugklachten, verminderde activiteit, een verhoogde valkans en zowel pulmonale als abdominale klachten.6-9 Een minderheid van de patiënten heeft persisterende pijnklachten, ondanks maximale conservatieve therapie in de vorm van bedrust, fysiotherapie, gebruik van ortheses en toepassing van zenuwblokkades. Door zo goed mogelijk de kyfose te herstellen, kan men klachten mogelijk voorkomen. Daarom worden patiënten steeds vaker operatief behandeld. Relatief nieuwe operatieve technieken zijn de vertebroplastiek en de kyfoplastiek.

Vertebroplastiek

De vertebroplastiek werd aanvankelijk geïntroduceerd voor de behandeling van vertebrale hemangiomen.10 Voor OVCF’s wordt deze behandeling sinds het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw gebruikt.11 Het gaat om een percutane techniek, die tot doel heeft de pijn te verlichten en waarbij cement in de aangedane wervel wordt gespoten om deze te stabiliseren.

Kyfoplastiek

In 1998 werd de kyfoplastiek geïntroduceerd. Inmiddels zijn in Europa 330.000 patiënten met deze techniek behandeld. Hierbij wordt de gefractureerde wervel opgericht met een ballon waardoor een holte in het wervellichaam ontstaat. De holte wordt vervolgens onder een lage druk gevuld met cement (figuur 1). Dit zou de kans verkleinen op cementlekkage en op complicaties als gevolg van deze lekkage naar bijvoorbeeld het wervelkanaal, waarbij paralyse, radiculopathie en paresthesieën kunnen optreden.12 De kyfoplastiek zou om deze reden veiliger zijn dan de vertebroplastiek.13 14 Daarnaast zou het gebruik van een ballon leiden tot repositie van de wervelfractuur, waardoor de patiënt in het uitvoeren van de dagelijkse activiteiten beter kan functioneren.13 14 Wat betreft pijnverlichting zouden beide technieken een vergelijkbaar resultaat hebben.

Een eerder in dit tijdschrift verschenen literatuuronderzoek van Hendrikse et al. wees uit dat de vertebroplastiek effectief is voor pijnverlichting op zowel de korte als de lange termijn.15 Er traden echter, zij het laag-frequent, ernstige complicaties op als longembolieën, ritmestoornissen, arteriële hypotensie en radiculopathieën. Hoewel in de literatuur grote gerandomiseerde studies ontbreken, concludeerden de auteurs op basis van de beschikbare gegevens dat vertebroplastiek slechts geïndiceerd is bij een selecte groep patiënten bij wie conservatieve therapie heeft gefaald.

Wij onderzochten op grond van gegevens uit de huidige literatuur de veiligheid van de kyfoplastiek en gingen na in hoeverre met deze ingreep het functioneren van patiënten met een symptomatische OVCF verbetert.

data en methode

Relevante literatuur werd met behulp van Medline, Embase en het Cochrane Central Register of Controlled Trials (CENTRAL) gezocht (gebruikte zoekterm: ‘kyphoplasty AND (vertebral compression fracture OR osteoporotic OR osteoporosis)’. Tevens werden referentielijsten van de ingesloten publicaties gebruikt. Selectie vond plaats op basis van titel en abstract. Studies moesten gaan over de functionele uitkomst en/of veiligheid van kyfoplastiek bij OVCF; andere inclusiecriteria waren een aantal van meer dan 15 patiënten, een follow-up van 6 maanden en Engels, Duits of Frans als gebruikte taal. Een studie werd geëxcludeerd wanneer deze hemangiomen, neoplasmata of een review betrof. Studies die rapporteerden over dezelfde of overlappende patiëntenpopulaties werden maar 1 keer meegenomen.

De geïncludeerde studies werden ingedeeld naar studietype: gerandomiseerde gecontroleerde studies, niet-gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken, prospectieve en retrospectieve onderzoeken met patiëntengroepen. Om de methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies te beoordelen, werd gebruikgemaakt van de ‘Newcastle Ottawa quality assessment scale’ (NOS) voor niet-gerandomiseerde studies (www.ohri.ca/programs/clinical_epidemiology/oxford.htm). Deze checklist bestaat uit 8 items die onderverdeeld zijn in 3 categorieën: selectie, vergelijkbaarheid en uitkomst. Er konden maximaal 9 punten aan een studie worden toegekend. Hogere methodologische kwaliteit, zoals gemeten met de NOS, leverde sterker bewijs.

De uitkomst wat betreft het functioneren en pijn werden ten opzichte van een controlegroep beoordeeld aan de hand van gevalideerde scorelijsten. Om de veiligheid te beoordelen werden klinische complicaties geëvalueerd, zoals wervelkanaalstenose, radiculopathie, epiduraal hematoom, longembolie, spondylodiscitis, ribfracturen, hypotensie, pneumothorax, ileus en mortaliteit. Het percentage cementlekkage, zowel klinisch als asymptomatisch, werd eveneens geëvalueerd.

resultaten

Er waren 139 zoekresultaten, waarbij 18 publicaties op basis van titel en samenvatting relevant werden bevonden. Bij nadere analyse werden 6 artikelen geëxcludeerd. Dit waren studies waarin patiënten met multipele myelomen, metastasen en compressiefracturen met een andere oorzaak dan primaire of secundaire osteoporose waren geincludeerd.14 16-19 Twee studies rapporteerden over dezelfde patiëntenpopulaties.20 21 De studie met de kortste follow-up werd geëxcludeerd.21 Uiteindelijk voldeden 12 artikelen aan de inclusiecriteria (tabel 1). Onze selectie bevatte geen enkele gerandomiseerde gecontroleerde studie. Twee studies hadden een niet-gerandomiseerde gecontroleerde opzet.20 22 De overige 10 studies betroffen in opzet patiëntengroepen. Van deze 10 waren er 8 prospectief van opzet,23-30 terwijl de overige 2 retrospectief waren.31 32

In totaal ging het om 737 patiënten bij wie er 1205 procedures uitgevoerd waren op niveaus tussen de 4e thoracale en de 5e lumbale wervel. De gemiddelde leeftijd was 65-76 jaar (uitersten in de totale groep: 28-98).

Kwaliteitsbeoordeling

De kwaliteit van de geïncludeerde studies werd beoordeeld volgens de NOS. De niet-gerandomiseerde gecontroleerde studies behaalden respectievelijk 6 en 5 punten (zie tabel 1).20 22 In 1 studie werden de p-waarden niet weergegeven, maar werd volstaan met opmerkingen dat er statistische significantie bereikt werd.22 De patiëntengroepen behaalden gemiddeld 3,3 punten (uitersten: 2-5).

Patiëntenselectie

In het merendeel van de studies werden patiënten geïncludeerd die sinds enkele maanden tot meer dan 1 jaar klachten hadden over een OVCF waarbij conservatieve therapie onvoldoende resultaat had gehad. In enkele studies werden ook patiënten geïncludeerd met een fractuur die sinds 2 weken bestond. Een kenmerk van een symptomatische OVCF is oedeem in het wervellichaam, dat zichtbaar is bij MRI. In 8 studies werd preoperatief MRI verricht.19 22 25 27-31 Slechts in 1 studie werd het type osteoporotische wervelfractuur beschreven.25

Functionele uitkomst

Om het functioneren na kyfoplastiek ten opzichte van de controlegroep te beoordelen, werd gebruikgemaakt van vragenlijsten: de ‘European vertebral osteoporosis study’ (EVOS),20 de ‘Oswestry disability index’ (ODI)22 en de ‘North American spine society’ (NASS).22 De EVOS is een lijst van 23 vragen, onder andere gericht op risicofactoren en mobiliteit van een patiënt met vertebrale osteoporose.33 De ODI is een veelvuldig gebruikte vragenlijst voor het meten van beperkingen in activiteiten, sociaal functioneren, slaapstoornissen, psychisch functioneren en pijn bij patiënten met chronische rugklachten.34 De NASS is een vragenlijst die dezelfde aspecten meet als de ODI, maar die het item ‘pijn’ de uiteindelijke score in een grotere mate laat beïnvloeden.34

In de studie die de EVOS toepaste, was de verbetering ten opzichte van de controlegroep na 6 maanden significant, maar na 12 maanden was het verschil statistisch niet meer significant (tabel 2).20 In de andere studie trad tijdens de 6 maanden controle een significante functionele verbetering op ten opzichte van de controlegroep (gemeten met de ODI en de NASS).22 In 1 studie werd de correlatie tussen hoogtewinst en functionele verbetering gemeten; deze was statistisch niet significant.20

Pijn

Om pijnverlichting bij de kyfoplastiek te beoordelen ten opzichte van de controlegroep werd gebruikgemaakt van de ‘Huskissons visueel-analoge schaal’ (VAS).20 22 Deze VAS is een 100-puntenschaal waarbij ‘0’ geen pijn voorstelt en ‘100’ de meest denkbare pijn.35 Ten opzichte van de controlegroep trad bij de 2 hiervoor genoemde studies een significante verbetering van de VAS op bij 622 en 12 maanden (zie tabel 2).20

Radiologische uitkomst

Hoogtewinst werd in 6 studies bepaald door de verwachte hoogte te schatten aan de hand van de nabijgelegen niet-aangedane wervels.20 24 27 29 31 32 De uiteindelijk behaalde hoogte na repositie werd beschreven als het percentage van de oorspronkelijke hoogte. De variatie in de gemiddelde postoperatieve hoogte aan de voorzijde van de wervel was 66,3-91,5 (figuur 2). In 7 studies werd een hoekmeting van de gefractureerde wervel verricht.23 25 26 28 29 31 32 Deze hoek werd in 1 studie gemeten door de hoek tussen beide dekplaten te meten,25 in 3 studies werd gebruikgemaakt van de cobb-hoek26 28 32 en in 3 studies werd niet beschreven hoe deze hoek gemeten werd.23 29 31 De hoek van de kyfose verbeterde gemiddeld met 3,4-9,9°.

Veiligheid

In 5 studies werd postoperatief een CT-scan gemaakt voor controle op cementlekkage.20 23 24 27 30 De overige studies beoordeelden de cementlekkage met behulp van conventionele röntgenopnamen. In 2 studies werd de aanwezigheid van cementlekkage niet beschreven.22 29 Van de 1205 behandelde wervels deed zich in 133 gevallen cementlekkage voor (11). De spreiding in vóórkomen van cementlekkage in de verschillende studies was 7,1-33,3. In 5 studies werd de richting van de cementlekkage aangegeven.20 24 25 27 28 In 4 studies werd de locatie van de lekkage vermeld.23 26 30 32 Bij 13 van alle 737 patiënten (1,8) deden zich complicaties voor, waarvan 6 neurologische (0,8), die zowel door de ingreep veroorzaakt waren als gerelateerd waren aan cementlekkage. Het ging hierbij om radiculopathie, epiduraal hematoom, dekplaatfractuur en myelumschade (tabel 3). 3 complicaties waren aan cementlekkage gerelateerd (0,4), namelijk radiculopathie en dekplaatfractuur.22 31

beschouwing

Kyfoplastiek had een laag complicatiepercentage, ondanks het vrij frequent optreden van cementlekkage. De kwaliteit van de onderzochte studies was niet hoog genoeg om te concluderen dat kyfoplastiek leidt tot een verbeterd functioneren van de patiënt. Gerandomiseerde gecontroleerde studies waarin de kyfoplastiek en conservatieve behandeling worden vergeleken, ontbraken in de literatuur.

De kwaliteit van de gevonden studies, gemeten aan de hand van de NOS, was laag. Geen studie behaalde het maximumaantal punten. Daarnaast waren de gevonden studies niet vergelijkbaar. Ze verschilden in opzet, indicatie voor kyfoplastiek, het moment van behandeling na het ontstaan van de OVCF, het type fractuur, de beoordeling van de veiligheid en de gebruikte radiologische en functionele uitkomstmaat.

Wat betreft de veiligheid van de kyfoplastiek viel op dat frequent cementlekkage optrad. Om risico’s op complicaties door cementlekkage te beoordelen is het van belang om onderscheid te maken in locatie of richting van de lekkage. In de door ons onderzochte literatuur werd dit echter niet systematisch gedaan. Hoewel een CT sensitiever is om cementlekkage vast te stellen dan conventionele röntgenopnamen,36 werd CT in slechts 6 studies toegepast. Het percentage cementlekkage in de door ons gevonden literatuur varieerde van 7,1-33,3 (133 van de 1205 behandelde wervels). Een vergelijkbaar percentage cementlekkage werd gezien bij de vertebroplastiek (9,3-35).15

Wanneer cement lekt in de richting van bijvoorbeeld de tussenwervelruimte of de voorzijde van het wervellichaam waar geen neurologische structuren lopen, hoeft deze lekkage geen klinische consequenties te hebben. Dit is doorgaans het geval. Toch deden zich, zij het met een lage frequentie, ernstige complicaties voor (radiculopathie en dekplaatfractuur). Gezien de potentiële gevolgen van deze complicaties, is het zinvol om cementlekkage zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen. Radiologische criteria zijn nodig om een uniforme registratie mogelijk te maken.

Kyfoseherstel door repositie van de wervelfractuur zou tot een beter functioneren van de patiënt kunnen leiden.13 14 In geen van de onderzochte studies was een volledige repositie naar het oorspronkelijke niveau bereikt. Zowel de hoogtewinst als de verbetering van de kyfosehoek was zeer beperkt. Daarnaast gaven de gebruikte meetmethoden geen informatie over de beïnvloeding van de statiek (de houding) van de patiënt. Hiervoor zou het geschikter zijn pre- en postoperatief de cobb-hoek over de gehele lumbale dan wel thoracale wervelkolom te meten. Gebleken is dat alleen al de adequate positionering van de patiënt op de operatietafel kan leiden tot repositie van de wervelfractuur.37 Het is de vraag of niet preoperatief staande, maar liggende röntgenopnamen gebruikt moeten worden om de mate van repositie betrouwbaar te beoordelen.

Het vaststellen van functionele verbetering vond plaats door gebruik van algemene vragenlijsten. Deze waren niet specifiek gericht op het functioneren van een patiënt met een osteoporotische wervelkolom. Daarnaast hadden de studies een korte follow-up. In 1 studie werd na 6 maanden een verbetering gezien, die echter na 12 maanden niet meer significant was. Daarnaast werd geen verband gevonden tussen de mate van repositie en functionele verbetering. Het is best denkbaar dat kyfoplastiek een sneller functioneel herstel geeft dan maximale conservatieve maatregelen, maar een gelijk eindresultaat voor het functioneren op langere termijn. Er zijn vooralsnog geen studies voorhanden die een blijvende verbetering in het functioneren van de patiënt laten zien. Het is dus maar de vraag of de voordelen opwegen tegen de nadelen.

Vragen die onbeantwoord blijven na het analyseren van de literatuur zijn: welk type fractuur (wigvormige fractuur, visvormige fractuur (dat is een centrale collaps van het corpus waarbij de corticale wanden intact blijven) of verbrijzelingsfractuur) is zinvol om te behandelen? Moet een OVCF direct na het ontstaan behandeld worden? Is repositie van de fractuur zinvol? En zo ja, welke mate van repositie zal leiden tot een functionele verbetering?

In toekomstige studies naar kyfoplastiek zou een onderscheid gemaakt moeten worden in behandeling van direct ontstane OVCF of behandeling na conservatieve therapie. Daarnaast moet de locatie van de cementlekkage nauwkeurig weergegeven worden. Functioneel herstel moet geëvalueerd worden met adequate vragenlijsten, zoals de ‘Quality of life questionnaire of the European Foundation for Osteoporosis’ (QUALEFFO), met een follow-up van enkele jaren.38

Belangenconflict: geen gemeld. Financiële ondersteuning: geen gemeld.

Literatuur
  1. Cooper C, Atkinson EJ, O’Fallon WM, Melton 3rd LJ. Incidence of clinically diagnosed vertebral fractures: a population-based study in Rochester, Minnesota, 1985-1989. J Bone Miner Res. 1992;7:221-7.

  2. Melton 3rd LJ. Epidemiology of spinal osteoporosis. Spine. 1997;22(24 Suppl):2S-11S.

  3. Nevitt MC, Ettinger B, Black DM, Stone K, Jamal SA, Ensrud K, et al. The association of radiographically detected vertebral fractures with back pain and function: a prospective study. Ann Intern Med. 1998;128:793-800.

  4. Lindsay R, Silverman SL, Cooper C, Hanley DA, Barton I, Broy SB, et al. Risk of new vertebral fracture in the year following a fracture. JAMA. 2001;285:320-3.

  5. Yuan HA, Brown CW, Phillips FM. Osteoporotic spinal deformity: a biomechanical rationale for the clinical consequences and treatment of vertebral body compression fractures. J Spinal Disord Tech. 2004;17:236-42.

  6. Lyles KW, Gold DT, Shipp KM, Pieper CF, Martinez S, Mulhausen PL. Association of osteoporotic vertebral compression fractures with impaired functional status. Am J Med. 1993;94:595-601.

  7. Schlaich C, Minne HW, Bruckner T, Wagner G, Gebest HJ, Grunze M, et al. Reduced pulmonary function in patients with spinal osteoporotic fractures. Osteoporos Int. 1998;8:261-7.

  8. Burger H, Daele PL van, Grashuis K, Hofman A, Grobbee DE, Schutte HE, et al. Vertebral deformities and functional impairment in men and women. J Bone Miner Res. 1997;12:152-7.

  9. Pluijm SM, Tromp AM, Smit JH, Deeg DJ, Lips P. Consequences of vertebral deformities in older men and women. J Bone Miner Res. 2000;15:1564-72.

  10. Galibert P, Deramond H, Rosat P, le Gars D. Note préliminaire sur le traitement des angiomes vertebraux par vertebroplastie acrylique percutanée. Neurochirurgie. 1987;33:166-8.

  11. Jensen ME, Evans AJ, Mathis JM, Kallmes DF, Cloft HJ, Dion JE. Percutaneous polymethylmethacrylate vertebroplasty in the treatment of osteoporotic vertebral body compression fractures: technical aspects. AJNR Am J Neuroradiol. 1997;18:1897-904.

  12. Nussbaum DA, Gailloud P, Murphy K. A review of complications associated with vertebroplasty and kyphoplasty as reported to the Food and Drug Administration medical device related web site. J Vasc Interv Radiol. 2004;15:1185-92.

  13. Belkoff SM, Mathis JM, Fenton DC, Scribner RM, Reiley ME, Talmadge K. An ex vivo biomechanical evaluation of an inflatable bone tamp used in the treatment of compression fracture. Spine. 2001;26:151-6.

  14. Lieberman IH, Dudeney S, Reinhardt MK, Bell G. Initial outcome and efficacy of ‘kyphoplasty’ in the treatment of painful osteoporotic vertebral compression fractures. Spine. 2001;26:1631-8.

  15. Hendrikse CA, Kalmijn S, Voormolen MHJ, Verhaar HJJ, Mali WPThM. Percutane vertebroplastiek bij de behandeling van osteoporotische wervelinzakkingsfracturen; literatuuronderzoek. Ned Tijdschr Geneeskd. 2003;147:1553-9.

  16. Ledlie JT, Renfro M. Balloon kyphoplasty: one-year outcomes in vertebral body height restoration, chronic pain, and activity levels. J Neurosurg. 2003;98(1 Suppl):36-42.

  17. Grohs JG, Krepler P. Minimal-invasive Stabilisierung osteoporotischer Wirbelkorpereinbruche. Methodik und prainterventionelle Diagnostik. Radiologe. 2004;44:254-9.

  18. Coumans JV, Reinhardt MK, Lieberman IH. Kyphoplasty for vertebral compression fractures: 1-year clinical outcomes from a prospective study. J Neurosurg. 2003;99(1 Suppl):44-50.

  19. Crandall D, Slaughter D, Hankins PJ, Moore C, Jerman J. Acute versus chronic vertebral compression fractures treated with kyphoplasty: early results. Spine J. 2004;4:418-24.

  20. Grafe IA, da Fonseca K, Hillmeier J, Meeder PJ, Libicher M, Nöldge G, et al. Reduction of pain and fracture incidence after kyphoplasty: 1-year outcomes of a prospective controlled trial of patients with primary osteoporosis. Osteoporos Int. 2005;16:2005-12.

  21. Kasperk C, Hillmeier J, Nöldge G, Grafe IA, Dafonseca K, Raupp D, et al. Treatment of painful vertebral fractures by kyphoplasty in patients with primary osteoporosis: a prospective nonrandomized controlled study. J Bone Miner Res. 2005;20:604-12.

  22. Komp M, Ruetten S, Godolias G. Minimal-invasive Therapie der funktionell instabilen osteoporotischen Wirbelkorperfraktur mittels Kyphoplastie: prospektive Vergleichstudie von 19 operierten und 17 konservativ behandelten Patienten. J Miner Stoffwechs. 2004;11(Suppl 1):13-5.

  23. Voggenreiter G, Brocker K, Rohrl B, Sadik M, Duber C, Obertacke U. Behandlungsergebnisse der Ballonkyphoplastik bei osteoporotischen Wirbelkörperfrakturen im höheren Lebensalter. J Miner Stoffwechs. 2004;11(Suppl 3):12-4.

  24. Hillmeier J, Grafe IA, da Fonseca K, Meeder PJ, Nöldge G, Libicher M, et al. Die Wertigkeit der Ballonkyphoplastie bei der osteoporotischen Wirbelkorperfraktur. Ein interdisziplinares Konzept. Orthopaede. 2004;33:893-904.

  25. Berlemann U, Franz T, Orler R, Heini PF. Kyphoplasty for treatment of osteoporotic vertebral fractures: a prospective non-randomized study. Eur Spine J. 2004;13:496-501.

  26. Wilhelm K, Stoffel M, Ringel F, Rao G, Rösseler L, Urbach H, et al. Ballon-Kyphoplastie zur Behandlung schmerzhafter osteoporotischer Wirbelkorperfrakturen – Technik und erste Ergebnisse. Rofo. 2003;175:1690-6.

  27. Hillmeier J, Meeder PJ, Noldge G, Kasperk C. Minimally invasive reduction and internal stabilization of osteoporotic vertebral body fractures (balloon kyphoplasty). Orthop Traumatol. 2003;15:343-62.

  28. Phillips FM, Ho E, Campbell-Hupp M, McNally T, Todd Wetzel F, Gupta P. Early radiographic and clinical results of balloon kyphoplasty for the treatment of osteoporotic vertebral compression fractures. Spine. 2003;28:2260-5.

  29. Theodorou DJ, Theodorou SJ, Duncan TD, Garfin SR, Wong WH. Percutaneous balloon kyphoplasty for the correction of spinal deformity in painful vertebral body compression fractures. Clin Imaging. 2002;26:1-5.

  30. Schulte BU, Brücher D, Trompeter M, Remy C, Reimer P. Ballonassistierte perkutane Vertebroplastie bei Patienten mit osteoporotischen Wirbelkorperkompressionsfrakturen – erste Ergebnisse. Rofo. 2006;178:207-13.

  31. Majd ME, Farley S, Holt RT. Preliminary outcomes and efficacy of the first 360 consecutive kyphoplasties for the treatment of painful osteoporotic vertebral compression fractures. Spine J. 2005;5:244-55.

  32. Rhyne 3rd A, Banit D, Laxer E, Odum S, Nussman D. Kyphoplasty: report of eighty-two thoracolumbar osteoporotic vertebral fractures. J Orthop Trauma. 2004;18:294-9.

  33. O’Neill TW, Cooper C, Cannata JB, Diaz Lopez JB, Hoszowski K, Johnell O, et al. Reproducibility of a questionnaire on risk factors for osteoporosis in a multicentre prevalence survey: the European vertebral osteoporosis study. Int J Epidemiol. 1994;23:559-65.

  34. Grotle M, Brox JI, Vollestad NK. Functional status and disability questionnaires: what do they assess? A systematic review of back-specific outcome questionnaires. Spine. 2005;30:130-40.

  35. Huskisson EC. Measurement of pain. Lancet. 1974;2(7889):1127-31.

  36. Weber CH, Krotz M, Hoffmann RT, Euler E, Heining S, Pfeifer KJ, et al. CT-gesteuerte Vertebro- und Kyphoplastie: vergleichende Untersuchung zu technischem Erfolg und Komplikationen bei 101 Eingriffen. Rofo. 2006;178:610-7.

  37. Voggenreiter G. Balloon kyphoplasty is effective in deformity correction of osteoporotic vertebral compression fractures. Spine. 2005;30:2806-12.

  38. Lips P, Cooper C, Agnusdei D, Caulin F, Egger P, Johnell O, et al. Quality of life in patients with vertebral fractures: validation of the Quality of life questionnaire of the European Foundation for Osteoporosis (QUALEFFO). Working Party for Quality of Life of the European Foundation for Osteoporosis. Osteoporos Int. 1999;10:150-60.

Auteursinformatie

Martini Ziekenhuis, afd. Orthopedie, Postbus 30.033, 9700 RM Groningen.

Hr.M.S.Sietsma, orthopedisch chirurg; hr.F.O.Lambers Heerspink, coassistent; mw.W.T.Ploeg, huisarts in opleiding.

Universitair Medisch Centrum Groningen, afd. Orthopedie, Groningen.

Hr.dr.P.C.Jutte en hr.dr.A.G.Veldhuizen, orthopedisch chirurgen.

Contact hr.M.S.Sietsma (m.s.sietsma@mzh.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties