Kindermishandeling herkennen en aanpakken

Wat doen huisartsen goed en wat zou beter kunnen?
Kindermishandeling herkennen en aanpakken.
C.F. (Erik) Stolper
Jan Paul Verdenius
A.H. (Rian) Teeuw
E. (Claudia) van der Put
Mascha Kamphuis
Margje W.J. van de Wiel
Citeer dit artikel als: Ned Tijdschr Geneeskd. 2021;165:D5860
Abstract

Dames en Heren,

Regelmatig vermoeden huisartsen de diagnose ‘kindermishandeling’. Hoe komt zo’n vermoeden tot stand en waarom vragen huisartsen vervolgens zo weinig advies aan Veilig Thuis, terwijl dat toch verplicht is? Aan de hand van 3 casussen bespreken we deze vragen en laten we zien waar het goed gaat en hoe het beter kan.

Kindermishandeling komt wereldwijd veel voor, wordt dikwijls niet herkend en heeft vaak levenslange gevolgen voor de slachtoffers en de maatschappij.1 De jaarlijkse prevalentie in Nederland wordt geschat op 3% van alle kinderen (herkend door professionals) tot 12% van de schoolgaande kinderen (zelfrapportage).2 Van deze ongeveer honderdduizend kinderen overlijden er jaarlijks minstens 17 aan kindermishandeling.2

Artsen zijn verplicht de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren en bij een vermoeden van kindermishandeling advies te vragen aan Veilig Thuis (VT). Sinds 2019 moet ook acute of structurele onveiligheid gemeld worden. Huisartsen melden echter weinig bij VT.3 Naast VT en de kinderarts waarmee huisartsen samenwerken zijn er meer zorgprofessionals, instanties en bronnen die geraadpleegd kunnen worden (zie het supplement bij dit artikel). De tabel verderop in dit artikel geeft de samenhang weer tussen diagnostiek en management van huisartsen en de meldcode.

Stelt u zich eens voor dat u huisarts…

Auteursinformatie

Universiteit van Maastricht, Maastricht; CAPHRI School for Public Health and Primary Care: dr. C.F. Stolper, onderzoeker en huisarts (tevens: Universiteit van Antwerpen, fac. Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, afd. Eerstelijns- en Interdisciplinaire Zorg); Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, afd. Werk en Sociale Psychologie: dr. M.W.J. van de Wiel, psycholoog. Huisartsenpraktijk Schadenberg & Verdenius, Heeg: drs. J.P. Verdenius, huisarts. Amsterdam UMC, Emma Kinderziekenhuis, afd. Sociale pediatrie, Amsterdam: dr. A.H. Teeuw, kinderarts en LECK-arts. Universiteit van Amsterdam, afd. Forensische Orthopedagogiek, Amsterdam: dr. E. van der Put, orthopedagoog. UMC Utrecht, Landelijk Expertisecentrum Kindermishandeling (LECK), Utrecht: dr. M. Kamphuis, MG-jeugdarts KNMG.

Contact C.F. Stolper (cf.stolper@maastrichtuniversity.nl)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: er zijn mogelijke belangen gemeld bij dit artikel. ICMJE-formulieren met de belangenverklaring van de auteurs zijn online beschikbaar bij dit artikel.

Verantwoording

Prof.dr. Geert Jan Dinant gaf waardevol commentaar op een eerdere versie van het manuscript.

Auteur Belangenverstrengeling
C.F. (Erik) Stolper ICMJE-formulier
Jan Paul Verdenius ICMJE-formulier
A.H. (Rian) Teeuw ICMJE-formulier
E. (Claudia) van der Put ICMJE-formulier
Mascha Kamphuis ICMJE-formulier
Margje W.J. van de Wiel ICMJE-formulier
Dit artikel is gepubliceerd in het dossier
Huisartsgeneeskunde

Reacties