Joan Boeke

Joan Boeke
Leestijd
4 minuten
Citeren

Joan Boeke is gepensioneerd huisarts en werkt nog als SCEN-arts. In 1992 is hij gepromoveerd op onderzoek naar vaginale klachten, waarbij zijn belangstelling ontstond voor soa. Hij is medeauteur van het Leerartikel over soa’s in dit nummer (D6748).

artikel

Wat wilde u vroeger worden?

‘Iets maken of repareren heeft me altijd vrolijk gemaakt. Fietsenmaker of automonteur leek me prachtig.’

Welke levende arts bewondert u het meest en waarom?

‘Toine Lagro-Janssen. Als huisarts en hoogleraar Vrouwenstudies combineert zij haar klinische arbeid met wetenschappelijk werk. Haar persoonlijke betrokkenheid bij patiënten en daarnaast haar visie op genderproblematiek maken haar een gedreven huisarts die interessant wetenschappelijk werk doet en de resultaten daarvan heel goed en enthousiasmerend kan presenteren.’

Wat was de grootste vergissing in uw carrière?

‘Dat ik de plannen niet heb verwezenlijkt om met een aantal buurtcollega’s een kleinschalige ggz instelling met maatschappelijk werkers, spv’ers, psychologen en psychiaters op te zetten, zoals mijn droom was.’

Wat bracht u ertoe een artikel bij het NTvG in te dienen?

‘De uitnodiging van de hoofdredactie om een Leerartikel over soa te schrijven. Wat een luxe: niet te hoeven leuren bij een tijdschrift om je stuk geaccepteerd te krijgen. Nee, samen met mijn onderzoekspartner van 30 jaar geleden en drie specialisten bepalen wat belangrijk is om voor het voetlicht te brengen. Zo konden we de vragen die de redactie aan ons voorlegde aanvullen met een eigen vraag namelijk waarom soa nou eigenlijk een aparte groep infectieziektes is. En op de betekenis van seksualiteit nog eens de nadruk te leggen (want daar gaat het om bij soa’s).’

Waar bent of was u het gelukkigst?

‘Op de tennisbaan met mijn vrienden of (als dat incidenteel voorkomt) met mijn dochters. En bij het slijpen van mijn keukenmessen en vooral na dat slijpen en polijsten het resultaat voelen bij het snijden van een tomaat. En na het oppakken van mijn trompet beginnen met het spelen van lange noten.’

Wat is uw mooiste publicatie?

‘De publicatie in 2004 van Irene van Valkengoed en mij (et al.) over de overschatting van de kans op complicaties van chlamydia-infecties. Misschien hebben wij daar indertijd wel de eerste aanzet gegeven voor de huidige “paradigmashift” rond chlamydiascreening. Oftewel chlamydia is waarschijnlijk veel minder schadelijk dan meestal beweerd wordt.’

‘Chlamydia is waarschijnlijk veel minder schadelijk dan beweerd wordt’

Met welk dilemma worstelt u momenteel?

‘Zal ik weer gaan waarnemen?’

Wat is uw motto?

‘In mijn leven hanteer ik geloof ik geen motto’s. Ik heb niet zoveel met mensen die altijd zeggen: “ik zeg altijd…” In de praktijk promootte ik ons gezamenlijke praktijkmotto: zorgzaamheid, zorgvuldigheid, professionaliteit en plezier. ZZPP.’

Wat doet u om fit te blijven?

‘Omdat ik van sport houd blijf ik fit. Maar het is veel meer mijn liefde voor sport (tennis, schaatsen, fietsen) die me aanzet tot bewegen, dan de overweging dat ik daardoor fit blijf. Het is een prettige bijwerking.’

Wat doet u met familie en vrienden die met kwaaltjes aankomen?

‘Naarmate ik langer uit de dagelijkse praktijk ben, ga ik meer luisteren naar het verhaal en voorzichtig adviseren. Meestal verwijs ik daarbij naar de huisarts.’

Wat zou u geweten willen hebben toen u jong was?

‘Dat een 70-jarige gepromoveerde dokter zich nog altijd onzeker kan voelen.’

Welke podcast zouden uw collega’s echt moeten beluisteren?

Is het leven een zeven? Van vader en zoon Paul en Derek de Beurs. Een wijze ervaren psychiater en zijn zoon – onderzoeker op het gebied van geestelijk gezondheid – praten over de uitspraken die Paul in zijn psychiatriepraktijk gebruikte. Wat was het effect en is daar bewijs voor? Erg boeiend voor een geïnteresseerde (huis)arts.’

Welk filmfragment zou u zeker laten zien als u Zomergast was en waarom?

‘Een programma uit 1993 van Netty Rosenfeld die Hans Hirschfeld in zijn praktijk als huisarts volgt. En dan zien dat er in het ambachtelijke, persoonlijke van het vak bijzonder weinig is veranderd in 30 jaar.’

Reacties