Jeugdgezondheidszorgrichtlijn ‘Huidafwijkingen’

Klinische praktijk
Jacqueline A. Deurloo
Helma B.M. van Gameren-Oosterom
Mascha Kamphuis
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2012;156:A5445
Abstract
Download PDF

Samenvatting

  • Huidafwijkingen komen frequent voor, ook in de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Sommige huidafwijkingen ontstaan door een onderliggende ziekte, syndroom of kindermishandeling en het is daarom van groot belang deze vroegtijdig te signaleren.

  • Huidafwijkingen kunnen een grote psychosociale impact hebben op het kind en de ouder. Mede daarom is preventie, signalering, diagnostiek, behandeling, verwijzing, uniforme advisering en begeleiding van groot belang.

  • In de JGZ-richtlijn wordt ingegaan op voorlichting en advies, criteria voor verwijzen naar de eerste of tweede lijn en verzorging van de huid in het algemeen. Daarnaast wordt beschreven welke aandoeningen actief opgespoord moeten worden.

  • Ook is er aandacht voor specifieke aspecten van de donkere huid en etnische diversiteit en de impact van huidafwijkingen op het algemeen welzijn.

  • In de bijbehorende web-based tool zijn de bewijsvoering en meningen van deskundigen over meer dan 75 huidafwijkingen opgenomen, inclusief afbeeldingen en een beslisboom, om tot een behandelplan te komen.

In januari 2012 verscheen de richtlijn ‘Huidafwijkingen; taakomschrijving en richtlijn voor de preventie, signalering, diagnostiek, begeleiding, behandeling en verwijzing’ voor de jeugdgezondheidszorg (JGZ). De richtlijn bestaat uit een achtergrondboek, een bijlage met de wetenschappelijke onderbouwing, een leeswijzer (te vinden op: www.ncj.nl), en een web-based tool (zie: http://jgzhuid.plusportservices.com). De doelgroep voor de richtlijn zijn medewerkers van de jeugdgezondheidszorg 0-19 jaar. Omdat er bij de behandeling van huidafwijkingen diverse specialisten betrokken kunnen zijn, is het belangrijk dat ook zij van het bestaan van deze richtlijn op de hoogte zijn. Daarnaast zijn zowel delen van de richtlijn als de website van nut voor deze specialisten. Deze richtlijn sluit aan bij de richtlijnen voor huisartsen, kinderartsen en dermatologen.

De richtlijn is evidence-based, dat wil zeggen dat er uitgangsvragen zijn opgesteld en deze zo veel mogelijk beantwoord worden op basis van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. In een aparte bijlage van de richtlijn wordt deze evidentie beschreven. Daar waar dat niet mogelijk bleek, bijvoorbeeld omdat er in de literatuur onvoldoende bewijs beschikbaar was, is de inhoud gebaseerd op de mening van deskundigen (‘expert opinion’).

De richtlijn bevat hoofdstukken met algemene informatie op het gebied van preventie (zonbescherming, droge huid), signalering (actieve opsporing, inspectie en palpatie), diagnostiek (ondersteund door de website met stroomschema’s en differentiaaldiagnoses), begeleiding (welzijn van ouder en kind, therapietrouw, corticofobie), behandeling en verwijzing van kinderen met huidafwijkingen. In al deze hoofdstukken is veel bruikbare informatie over de voorlichting en begeleiding van ouders te vinden.

Algemeen

Huidafwijkingen komen vaak voor, ook bij kinderen. Huidafwijkingen staan met een 1-jaarsincidentie van 287 per 1000 kinderen bovenaan de lijst van meest voorkomende diagnosen die de huisarts bij kinderen stelt. Gezien de impact die een huidafwijking kan hebben op kinderen en ouders – onder andere door pijn, jeuk, verminderde groei, pesten en slaapproblemen – zijn preventie, signalering, diagnose en behandeling van huidafwijkingen, evenals uniforme voorlichting, advisering en begeleiding, van groot belang. Er is veel zelfzorgmedicatie zonder doktersrecept verkrijgbaar, daarover bestaan veel vragen. De JGZ kan bij al deze aspecten een belangrijke taak vervullen. Om daarin zoveel mogelijk evidence-based en uniform te werken, is de richtlijn opgesteld.

Actieve opsporing van huidafwijkingen

Een aantal huidafwijkingen komen in aanmerking voor actieve opsporing in de JGZ, omdat vroege signalering een ernstigere afwijking of ernstiger lijden kan voorkomen. Tijdens een bijeenkomst met deskundigen werden leeftijden bepaald waarop kinderen op deze huidafwijkingen onderzocht dienen te worden. Daarbij zijn heldere verwijscriteria opgesteld. Het gaat om de volgende huidafwijkingen: congenitale naevi, café-au-lait-vlekken, hemangiomen, vaatmalformaties, ‘midline’-afwijkingen, en signalen van kindermishandeling of automutilatie (tabel).

Figuur 1

Donkere huid

In de richtlijn wordt specifiek aandacht besteed aan huidafwijkingen bij kinderen met een donkere of getinte huid. Huidziekten kunnen zich anders manifesteren op een donkere dan op een lichte huid. Zo blijven blaasjes, bijvoorbeeld bij waterpokken, langer bestaan en kunnen ze op papels (bultjes) lijken. Tevens kan krabben en wrijven, bijvoorbeeld van een jeukende eczeemplek, in een donkere huid eerder tot lichenificatie (vergroving) leiden, terwijl een lichte huid eerder kapot gekrabd wordt. Bij een donkere huid is erytheem (roodheid), een belangrijk kenmerk van inflammatoire huidafwijkingen, niet of nauwelijks zichtbaar. Ook zijn er culturele verschillen in huid- en haarverzorging, die bekend moeten zijn om de huidafwijkingen te herkennen. Zo kan het gebruik van olie of vaseline leiden tot acne of folliculitis. Tevens kan er, als gevolg van het ontkroezen van het haar of door strakke vlechtjes, tractie-alopecie (kaalheid) ontstaan.

Welzijn

Omdat veel huidaandoeningen gevolgen kunnen hebben voor het fysieke, sociale en psychologische functioneren van kinderen, wordt in een apart hoofdstuk in de richtlijn aandacht besteed aan de kwaliteit van leven bij kinderen met een huidaandoening in het algemeen, en aan kinderen met constitutioneel eczeem in het bijzonder. Het verdient aanbeveling expliciet te vragen naar het welzijn van het kind en het gezin, met betrekking tot de aandoening. Bij jonge kinderen is het van belang om stil te staan bij het welzijn van de ouders. Bij kinderen en adolescenten is het wenselijk om te vragen naar schoolverzuim door de ziekte en naar angst en sociale contacten. Bij enkelvoudige problematiek kan de JGZ een rol spelen in de begeleiding van de gezinnen door extra begeleiding met eventuele extra contactmomenten. Bij meer complexere problemen dient de JGZ te verwijzen naar de huisarts of een specialist.

Web-based tool

In de internetapplicatie zijn de wetenschappelijke evidentie en expertopinie, inclusief handboeken, van meer dan 75 huidafwijkingen opgenomen inclusief plaatjes en een beslisboom voor mogelijke acties, te weten expectatief beleid, begeleiding in de JGZ of verwijzing. De website bevat stroomschema’s, waarmee op basis van het aspect van de huidaandoening, zoals vorm en kleur, een differentiaaldiagnose gemaakt kan worden. De stroomschema’s gaan uit van de volgende opvallendste kenmerken: verhevenheid of bultje, lokale verkleuring of roodheid. Daarnaast is er aandacht voor afwijkingen in de midline, nagelafwijkingen en kaalheid. Op de website worden de huidafwijkingen met behulp van afbeeldingen beschreven.

De website vormt de werkzame basis van waaruit de JGZ-medewerker een onderscheid moet kunnen maken tussen een huidafwijking die verwijzing behoeft en een huidafwijking die geen verwijzing behoeft. In de praktijk kan de website gebruikt worden tijdens een consult, waarbij ouders zouden kunnen meekijken. De website zal echter vooral gebruikt worden als naslagwerk voor de professional zelf.

Aanbevelingen voor de toekomst

Door de beperkte wetenschappelijke bewijsvoering op het gebied van huidafwijkingen is een belangrijk deel van de richtlijn gebaseerd op handboeken en expert opinion. Het zou nuttig zijn nader onderzoek te doen naar de preventie en het beleid ten aanzien van een aantal huidafwijkingen.

In het kader van de opsporing van huidafwijkingen door de JGZ, en specifiek de opsporing van kindermishandeling en automutilatie, is het wenselijk om kinderen, vooral die ouder dan 4 jaar, frequenter bloot te zien dan nu het geval is. Omdat deze mening niet aansluit bij de huidige praktijk moet hierover discussie gevoerd worden.

In de toekomst moet worden onderzocht in hoeverre het zinvol is dat de JGZ ook medicatie voorschrijft, zoals bijvoorbeeld bij spruw. In de JGZ werken diverse BIG-geregistreerde professionals, zoals jeugdartsen en verpleegkundig specialisten, die daartoe vanuit hun opleiding bevoegd zijn.

Rechtstreekse verwijzing door de JGZ naar de kinderarts of de dermatoloog is nu in het grootste deel van het land nog niet gebruikelijk. Zo een directe verwijzing zou de kwaliteit van zorg en een snellere opsporing van huidafwijkingen ten goede kunnen komen. Daarnaast is het waarschijnlijk patiëntvriendelijker en kostenbesparend. Verder onderzoek naar de mogelijkheden, uitkomsten en kosten van rechtstreekse verwijzing is wenselijk.

Auteursinformatie

TNO Child Health, Leiden.

Contact drs. J.A. Deurloo (jacqueline.deurloo@tno.nl)

Verantwoording

Belangenconflict: er is een financiële vergoeding gemeld (zie www.ntvg.nl, zoeken op A5445; klik op ‘Belangenverstrengeling’). Financiële ondersteuning: de auteurs ontvingen een onderzoekssubsidie (nr. 15600.006) van ZonMw voor het opstellen van de richtlijn.
Aanvaard op 15 augustus 2012

Auteur Belangenverstrengeling
Jacqueline A. Deurloo ICMJE-formulier
Helma B.M. van Gameren-Oosterom ICMJE-formulier
Mascha Kamphuis ICMJE-formulier

Gerelateerde artikelen

Reacties