mogelijk even effectief als postoperatief

Intraoperatieve radiotherapie bij mammacarcinoom

Onderzoek
John H. Maduro
Maurice J. van der Sangen
Nicola S. Russell
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2010;154:A2571
Download PDF

Waarom dit onderzoek?

Een belangrijk onderdeel van borstsparende behandeling bij patiënten met borstkanker is postoperatieve radiotherapie op de borst. Met intraoperatieve radiotherapie op alleen het tumorbed daarentegen is het in principe mogelijk om het risicogebied nauwkeurig te bestralen, met minder straling in de gezonde weefsels. Daarnaast is er het voordeel van een eenmalige bestraling ten opzichte van conventionele, postoperatieve radiotherapie die 3 tot 7 weken duurt.

Onderzoeksvraag

Is in een geselecteerde groep borstkankerpatiënten met een laag recidiefrisico na sparende chirurgie de lokale tumorcontrole bij eenmalige, intraoperatieve radiotherapie vergelijkbaar met gefractioneerde postoperatieve radiotherapie van de gehele borst?1

Hoe werd dit onderzocht?

De ‘Targeted intraoperative radiotherapy versus whole breast radiotherapy for breast cancer’(TARGIT-A)-trial was een internationale, prospectieve, multicentrische fase-III-studie waarin patiënten van 45 jaar of ouder met een unifocaal, invasief ductaal carcinoom dat geschikt was voor borstsparende chirurgie werden bestudeerd. Naast de algemene in- en exclusiecriteria waren de instituten vrij om vooraf opgestelde, aanvullende exclusiecriteria te hanteren.

Belangrijkste resultaten

Er werden 1113 patiënten in de behandelarm met intraoperatieve radiotherapie geïncludeerd en 1119 in de arm met uitwendige radiotherapie. De mediane follow-up was ongeveer 2 jaar. Het percentage locale recidieven na 4 jaar bedroeg 1,2% (95%-BI: 0,53-2,71) in de behandelarm met eenmalige intraoperatieve radiotherapie, en 0,95% (95%-BI: 0,39-2,31) in de arm met conventionele postoperatieve radiotherapie. Slechts 19% van de patiënten had een follow-upduur van 4 jaar of langer. De ‘Radiation therapy oncology group’-graad-3-toxiciteit van de intraoperatieve radiotherapie was minder dan van de conventionele radiotherapie, namelijk 0,5 versus 2,1% (p = 0,002).

Figuur 1

Consequenties voor de praktijk

Intraoperatieve radiotherapie kan in de toekomst mogelijk postoperatieve radiotherapie vervangen. Echter, vanwege de nog te korte follow-up en de strenge patiëntenselectie kan deze behandeling nog niet als standaard worden beschouwd.

Literatuur
  1. Vaidya JS, Joseph DJ, Tobias JS et al. Targeted intraoperative radiotherapy versus whole breast radiotherapy for breast cancer (TARGIT-A trial): an international, prospective, randomised, non-inferiority phase 3 trial. Lancet. 2010;376:91-102.

Auteursinformatie

Contact (j.h.maduro@rt.umcg.nl)

Gerelateerde artikelen

Reacties