Vaker in liggende of zittende operatiehouding?

Hypoxemie bij adenotonsillectomie zonder intubatie

Onderzoek
Anouk C.M. Verbeek
Mireille A. Edens
Karel Kuizenga
H.J. Rosingh
A.B. Rinia
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 2019;163:D3908
Abstract

Samenvatting

Doel

Onderzoeken van de frequentie van onder andere hypoxemie, bradycardie en nabloedingen bij niet-geïntubeerde patiënten die een adenotonsillectomie volgens Sluder ondergingen in zittende óf liggende houding.

Opzet

Exploratief onderzoek.

Methode

Op basis van operatie- en anesthesieverslagen verzamelden wij gegevens van patiënten die in de periode 1 januari 2012-30 april 2018 zonder intubatie een adenotonsillectomie volgens de guillotinetechniek van Sluder ondergingen in het Isala Diaconessenhuis in Meppel. Afhankelijk van de voorkeur van de operateur en in samenspraak met de anesthesioloog, werd de operatie uitgevoerd met de patiënt in zittende of liggende houding. De primaire uitkomstmaat was hypoxemie, gedefinieerd als S pO2< 85% gedurende ≥ 60 s. Secundaire uitkomstmaten waren onder andere bradycardie en nabloedingen.

Resultaten

In totaal ondergingen 723 patiënten (46% vrouw, gemiddelde leeftijd 4,5 jaar) een adenotonsillectomie, van wie 193 (27%) zittend en 530 (73%) liggend. Hypoxemie trad op bij 13 patiënten (7%) die zittend geopereerd werden en bij 13 van de patiënten (2%) die liggend geopereerd werden (p = 0,011). Er traden geen perioperatieve complicaties op als gevolg van hypoxemie. De frequentie van bradycardie verschilde niet tussen beide groepen (4 vs. 2%; p = 0,442). Geen van de patiënten ontwikkelde zowel hypoxemie als bradycardie. Bij 8 patiënten (1%) was een re-interventie noodzakelijk vanwege een nabloeding.

Conclusie

Patiënten die in zittende houding zonder intubatie een adenotonsillectomie volgens de guillotinetechniek van Sluder ondergaan, ontwikkelen vaker hypoxemie dan patiënten die in liggende houding geopereerd worden. Om tot een aanbeveling te komen is gerandomiseerd onderzoek wenselijk.

Auteursinformatie

Isala, Zwolle. Afd. Keel-, Neus- en Oorheelkunde: A.C.M. Verbeek, coassistent; dr. H.J. Rosingh en drs. A.B. Rinia, kno-artsen. Afd. Innovatie en Wetenschap: dr. M.A. Edens, klinisch epidemioloog. Afd. Anesthesiologie: dr. K. Kuizenga, anesthesioloog.

Contact A.C.M. Verbeek (verbeek.acm@gmail.com)

Belangenverstrengeling

Belangenconflict en financiële ondersteuning: geen gemeld.

Auteur Belangenverstrengeling
Anouk C.M. Verbeek ICMJE-formulier
Mireille A. Edens ICMJE-formulier
Karel Kuizenga ICMJE-formulier
H.J. Rosingh ICMJE-formulier
A.B. Rinia ICMJE-formulier
Heb je nog vragen na het lezen van dit artikel?
Check onze AI-tool en verbaas je over de antwoorden.
ASK NTVG

Ook interessant

Reacties

De eerste zin van dit artikel was voor mij een herinnering uit een ver verleden. "42.500 tonsillectomieën per jaar". In 1961 begon ik aan de specialisatie kindergeneeskunde bij Prof. Dr. Sam van Creveld. En het eerste wat hij zei was: Er zijn in dit land 45.000 tonsillectomieën per jaar, juffouw. Waarom is dat nodig? Moeten de ouders verhuizen naar de Riviera, juffouw? Dat weet ik niet Professor, zei ik. Blijkbaar is er in dit land dus niets verbeterd in dit opzicht, destijds waren er 250.000 geboorten per jaar, nu 170.000. Dat lijkt eerder op een stijging dan een daling. Hoe komt dit? 

Janna Koppe, gepensioneerd kinderarts