Hoofdletsels bij fietsers en bromfietsers in de vijf jaren voor en na de invoering van de helmdraagplicht voor bromfietsers

Onderzoek
G. Passies
G.J.P. Visser
B. Binnendijk
Citeer dit artikel als
Ned Tijdschr Geneeskd. 1986;130:1398-401
Abstract
Download PDF

Samenvatting

Sinds het dragen van een helm voor bromfietsers in Nederland verplicht is gesteld, en de helm door nagenoeg alle bromfietsers wordt gedragen, is onder bromfietsgewonden het percentage slachtoffers met hoofdletsel sterk afgenomen. Dit volgt uit een beschrijving van de hoofdletsels van fiets- en bromfietsgewonden die in de periode 1970-1979 in het Academisch Ziekenhuis te Groningen klinisch of poliklinisch zijn behandeld.

Naast een aanzienlijke afname van het percentage slachtoffers met verwondingen van de weke delen van het hoofd, is onder bromfietsgewonden het percentage slachtoffers met schedeldak-, schedelbasis- en aangezichtsfracturen afgenomen. Hetzelfde is het geval voor bromfietsslachtoffers met oppervlakkige letsels, evenals voor slachtoffers met een contusio cerebri, terwijl het percentage slachtoffers met een commotio cerebri in geringe mate is toegenomen.

Het overgrote deel van de gewonden wordt poliklinisch behandeld, doch op landelijke schaal ontbreken gegevens over de verwondingen van deze groep slachtoffers. In dit artikel worden gegevens gepresenteerd waaruit blijkt dat het dragen van een helm (ernstig) hoofdletsel bij zowel klinisch als poliklinisch behandelde bromfietsgewonden voorkomt.

Inleiding

Inleiding

Eén van de verkeersmaatregelen waarvan algemeen wordt aangenomen dat hij tot een aanzienlijke vermindering van het aantal verkeersdoden en -gewonden heeft geleid, is de wettelijke verplichting tot gebruik van helmen door bromfietsers. Sinds de invoering van deze maatregel in februari 1975 wordt de helm door nagenoeg alle bromfietsers gedragen: het percentage dragers steeg van gemiddeld 17 in 1971 naar 22 in 1972, 40 in 1973, 58 in 1974, tot 100 in 1975 en de jaren daarna.1

Het positieve effect van het gebruik van de helm op de veiligheid van bromfietsers wordt doorgaans aangetoond met een verwijzing naar de duidelijke afname van het aandeel hoofdletsels bij bromfietsers in de periode 1971 t.m. 1979; in dezelfde periode is bij fietsers het aandeel hoofdletsels niet veranderd.2-7 Beide conclusies zijn gebaseerd op gegevens die door de Stichting Informatie Gezondheidszorg (destijds SMR) zijn verzameld in de bij haar aangesloten Nederlandse ziekenhuizen. Deze registratie beperkt zich tot de opgenomen patiënten. Op landelijke schaal worden geen gegevens over de verwondingen van poliklinische patiënten geregistreerd. Als aanvulling op de landelijke klinische gegevens wordt in dit artikel een beschrijving gegeven van hoofdletsels van zowel klinische als poliklinische fiets- en bromfietsgewonden. Deze beschrijving is gebaseerd op gegevens die afkomstig zijn uit een ongevallenbestand dat de afdeling Traumatologie van het Academisch Ziekenhuis Groningen (AZG) vanaf 1970 heeft opgebouwd. In dit bestand zijn gegevens opgeslagen van alle ongevalsslachtoffers die in het AZG klinisch of poliklinisch zijn behandeld.

Verwachting

Wanneer het dragen van een helm (ernstig) hoofdletsel voorkómt, kan onder bromfietsgewonden vanaf 1975 een lager percentage slachtoffers met hoofdletsel worden verwacht, terwijl dit percentage onder fietsgewonden niet zal zijn afgenomen. De afname van hoofdletsel bij bromfietsgewonden betreft zowel de ernstige als de minder ernstige letsels.

Er is geen reden om aan te nemen dat het dragen van een helm uitsluitend voor de onderzochte groep bromfietsgewonden gevolgen heeft. Wanneer een gunstig effect van het dragen van de helm wordt waargenomen bij bromfietsgewonden in het AZG, kan dit effect voor alle Nederlandse bromfietsers van toepassing worden geacht.

Fiets- en bromfietsgewonden in het azg

In de periode 1970-1979 is in Nederland het aantal bromfietsen sterk verminderd, terwijl in dezelfde periode sprake is van een forse toename van het totaal aantal fietsen. De gemiddelde jaarkilometrage per fietser nam echter af tot aan 1975, maar is sindsdien licht toegenomen.8 Deze verandering heeft ertoe bijgedragen dat het aantal in het AZG behandelde bromfietsgewonden zeer sterk is gedaald, en dat het aantal fietsgewonden iets is toegenomen. Voor de onderzoeksresultaten heeft dit echter geen gevolgen, omdat het aantal gewonden met hoofdletsel wordt uitgedrukt als percentage van het totaal aantal fiets- respectievelijk bromfietsgewonden.

In de loop van de periode 1970-1979 is de leeftijdsopbouw van fiets- en bromfietsgewonden in het AZG veranderd: het aantal bromfietsgewonden heeft zich sterk geconcentreerd in de leeftijdsgroep van 16- en 17-jarigen, en onder fietsgewonden is het aandeel van de 16-34-jarigen toegenomen.9 Wanneer een hogere leeftijd relatief meer verwondingen aan het hoofd met zich meebrengt, heeft de genoemde verandering in leeftijdsopbouw van fiets- en bromfietsgewonden een daling van het percentage slachtoffers met hoofdletsel tot gevolg. Om te voorkomen dat een afname van hoofdletsel wordt geconstateerd die moet worden toegeschreven aan deze veranderde leeftijdsopbouw, is het effect van de helm tevens voor diverse leeftijdsgroepen apart onderzocht.

Resultaten

In tabel 1 wordt voor elk jaar van de periode 1970-1979 aangegeven bij hoeveel fiets- dan wel bromfietsgewonden sprake is van één of meerdere verwondingen aan het hoofd. In deze tabel worden geen absolute aantallen opgegeven, omdat zij voor de argumentatie niet ter zake doen. Het totaal aantal gewonden hebben we wel vermeld, omdat deze aantallen van belang zijn voor het eventueel berekenen van significantie.

In de eerste helft van de periode 1970-1979 is het percentage slachtoffers met hoofdletsel onder bromfietsgewonden hoger dan onder fietsgewonden: van de bromfietsers is 36,5 gewond aan het hoofd, tegenover 31,8 van de fietsers. In het jaar 1975 is er een plotselinge daling van het percentage bromfietsgewonden met hoofdletsel. In dat jaar is de valhelmdraagplicht ingevoerd. Ook in de jaren na 1975 komt hoofdletsel veel minder vaak voor onder bromfietsgewonden dan in de periode 1970-1974. Tegelijkertijd is het percentage fietsgewonden met hoofdletsel iets toegenomen.

De genoemde veranderingen hebben ertoe geleid, dat in de tweede helft van de periode 1970-1979 vaker sprake is van hoofdletsel bij fietsgewonden dan bij bromfietsgewonden: van de fietsgewonden heeft 36,8 één of meer verwondingen aan het hoofd, tegenover 27,6 van de bromfietsgewonden. In tabel 2 wordt voor diverse leeftijdsgroepen apart aangegeven bij hoeveel fiets- en bromfietsgewonden hoofdletsel was ontstaan. Hieruit blijkt dat onder fietsgewonden van verschillende leeftijden hoofdletsels zijn toegenomen, met uitzondering van de leeftijdsgroep van 0 t.m. 11 jaar. Voor bromfietsgewonden geldt, dat binnen elke leeftijdsgroep een vermindering van het percentage slachtoffers met hoofdletsel kan worden geconstateerd. De afname van hoofdletsel onder bromfietsgewonden kan dus niet worden toegeschreven aan een veranderde leeftijdsopbouw.

Type hoofdletsel

Apart voor diverse typen hoofdletsel wordt in tabel 3 aangegeven bij hoeveel fiets- en bromfietsgewonden dit letsel is voorgekomen in de periode voor en na de helmdraagplicht voor bromfietsers. In deze tabel wordt het aantal slachtoffers met een bepaald type hoofdletsel uitgedrukt als percentage van het totaal aantal gewonden. Voor een goed begrip van de tabel merken we op, dat bij één gewonde meerdere hoofdletsels kunnen voorkomen; het aantal gewonden met één of meerdere verwondingen aan het hoofd is dus niet gelijk aan het totaal aantal hoofdletsels.

De eerder geconstateerde afname van hoofdletsel onder bromfietsgewonden betreft vrijwel alle typen letsel, met uitzondering van commotio cerebri en contusie van de weke delen. Er is sprake van een aanzienlijke afname van het percentage slachtoffers met weke-delenverwondingen (p

Voor fietsgewonden geldt, dat de toename van hoofdletsel vrijwel alle typen letsel betreft, met uitzondering van schedeldakfracturen en contusio cerebri; er is zelfs sprake van een daling van het percentage slachtoffers met een contusio cerebri (p

Hieruit concluderen we, dat het dragen van een helm bijdraagt aan het voorkómen van ernstige en minder ernstige hoofdletsels bij bromfietsers. Omdat het percentage slachtoffers met een contusio cerebri zowel bij bromfietsers als bij fietsers is afgenomen, dient nader onderzocht te worden of de afname van dit type letsel bij bromfietsers aan het dragen van de helm moet worden toegeschreven.

Klinische en poliklinische gewonden

Uit gegevens van het AZG-ongevallenbestand blijkt, dat in de periode 1970-1979 slechts 14 van de fietsgewonden voor behandeling in het ziekenhuis is opgenomen. Voor bromfietsers bedraagt het aantal opgenomen gewonden over deze periode 20. Het overgrote deel van de fiets- en bromfietsgewonden wordt dus poliklinisch behandeld.

Omdat op landelijke schaal poliklinische gegevens over letsels ontbreken, zijn in tabel 4 de diverse verwondingen aan het hoofd apart voor klinische en poliklinische patiënten weergegeven. Zoals uit deze tabel kan worden afgelezen, komen bij fietsers en bromfietsers die in het ziekenhuis zijn opgenomen hoofdletsels voor die vrijwel niet voorkomen bij poliklinische gewonden. Dit betreft schedeldakfracturen, schedelbasisfracturen en contusiones cerebri. Het spreekt vanzelf dat de afname van dergelijke letsels bij bromfietsers dan ook voornamelijk onder de klinische gewonden valt waar te nemen. Van een toename van het percentage bromfietsers met een commotio cerebri is alleen sprake onder de klinische gewonden.

Zowel bij klinische als bij poliklinische bromfietsgewonden kan na de invoering van de helmdraagplicht een halvering van het percentage slachtoffers met verwondingen van de weke delen worden geconstateerd. Bij beide groepen bromfietsgewonden kan tevens een afname van oppervlakkige letsels en van aangezichtsfracturen worden geconstateerd. Het gunstige effect van de helm op het vóórkomen van hoofdletsel bij bromfietsers kan dus zowel bij klinische als bij poliklinische gewonden worden waargenomen.

Literatuur
  1. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid(SWOV). Invloed van het gebruik van helmen voor bromfietsers en autogordelsdoor inzittenden van personenauto's op de verkeersveiligheid (R-78-22).Voorburg: SWOV, 1978.

  2. Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.Groepering van statistische gegevens betreffende slachtoffers vanverkeersongevallen opgenomen in ziekenhuizen 1976. Leidschendam: Ministerievan Volksgezondheid en Milieuhygiëne, 1979.

  3. Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.Groepering van statistische gegevens betreffende slachtoffers vanverkeersongevallen opgenomen in ziekenhuizen 1977. Leidschendam: Ministerievan Volksgezondheid en Milieuhygiëne, 1980.

  4. Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.Groepering van statistische gegevens betreffende slachtoffers vanverkeersongevallen opgenomen in ziekenhuizen 1978. Leidschendam: Ministerievan Volksgezondheid en Milieuhygiëne, 1981.

  5. Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne.Groepering van statistische gegevens betreffende slachtoffers vanverkeersongevallen opgenomen in ziekenhuizen 1979. Leidschendam: Ministerievan Volksgezondheid en Milieuhygiëne, 1982.

  6. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid(SWOV). De verkeersonveiligheid in Nederland 19811982 (R-83-42).Leidschendam: SWOV, 1983.

  7. Welleman AG. De ontwikkeling van de verkeersonveiligheidvan fietsers en bromfietsers. In: Wit T de, red. Bijdragen VerkeerskundigeWerkdagen 1983, deel 2, blok 4: Fietsen, bijdragen 4.2: 351-62.

  8. Welleman AG, Blokpoel A. De ontwikkeling van deverkeersveiligheid van fietsers in relatie tot het gebruik van de fiets(R-84-7). Leidschendam: SWOV, 1984.

  9. Passies G. Tweewielergewonden. Project ‘RegistratieVerkeersongevallen Groningen’. Groningen: Academisch Ziekenhuis,1985.

Auteursinformatie

Academisch Ziekenhuis Groningen, Kliniek voor Heelkunde, afd. Traumatologie, Oostersingel 59, 9700 RB Groningen.

mw.drs.G.Passies, socioloog; dr.G.J.P.Visser en prof.B.Binnendijk, chirurgen.

Contact mw.drs.G.Passies

Gerelateerde artikelen

Reacties